Haagse politiek in Kunduz

De Nederlandse politietrainingsmissie in Kunduz heeft vanaf het begin een ambivalent karakter gehad. Gingen de opleiders van de marechaussee nu naar het noorden van Afghanistan om binnenlands-politieke redenen of om buitenlands-politieke redenen?

Het stond van meet af vast dat de missie zo goed als zeker geen wezenlijke bijdrage zou kunnen leveren aan de opbouw van een op Hollandse leest geschoeid Afghaans politiekorps. Het fenomeen ‘diender’ zoals in Nederland geïntroduceerd door voormalig hoofdcommissaris Eric Nordholt, is in Afghanistan onbekend. Niet een nationale politie maar lokale krijgsheren en stamhoofden dwingen de openbare orde af.

Bovendien is het land in de greep van een (burger)oorlog, waarbij elk wapen wordt ingezet. Dus ook de wapens van politieagenten die door Nederlandse marechaussees zijn opgeleid.

Toch heeft een meerderheid van de Tweede Kamer in januari dit jaar besloten tot een civiele trainingsmissie. Om de oppositiepartijen GroenLinks, D66 en ChristenUnie over de streep te trekken, omkleedde het kabinet-Rutte het project met allerlei waarborgen. Om de schijn te wekken dat de Afghaanse agenten na hun training niet meteen zouden gaan vechten tegen de Talibaan. Dankzij deze concessies ging ook GroenLinks akkoord. De partij kreeg lof voor dit staaltje machtspolitiek van fractieleider Jolande Sap.

Maar het was wel binnenlandse politiek. Met buitenlands beleid had het compromis weinig te maken. En dat blijkt ook in de praktijk. Er zijn in Kunduz nu Nederlandse opleiders maar er zijn voor de eerste basistraining nauwelijks cursisten die voldoen aan de criteria die de regering heeft gesteld. „Alles moet conform het mandaat en daar hebben wij last van”, zei een marechausseeofficier gisteren in deze krant.

Het ministerie van Defensie overweegt om het aantal uit te zenden politietrainers daarop af te stemmen. Als er geen cursisten zijn, hoeven er ook geen marechaussees naar Kunduz. Deze aanpak volgt de logica van vraag en aanbod. Maar zo wordt de kern van het probleem niet opgelost: de Nederlandse eisen zijn irreëel. Het mandaat moet ruimer.

Regering en parlement moeten zich daarover buigen. Het kabinet moet kiezen voor de buitenlands-politieke motieven van de missie, die zijn samen te vatten als bondgenootschappelijke loyaliteit. Met name GroenLinks en ChristenUnie staan voor de keus of ze de missie met een breder mandaat nog een kans willen geven. Lukt het niet daarvoor een meerderheid te verwerven, dan is de aanwezigheid van marechaussees in Kunduz niet serieus te nemen. Dan moet er een einde aan de missie worden gemaakt. Om binnenlands-politieke redenen.