Eén grote wirwar van cijfers

Gisteren presenteerde de Rekenkamer een rapport over spoorbeheerder ProRail.

Het huishoudboekje klopt niet. De minister ligt onder vuur.

Onderhoud aan het spoor. Medewerkers van BAM rail zijn om 1uur s'nachts bezig met het leggen van nieuwe wissels op een rangeerterrein in Amsterdam. FOTO: BRAM BUDEL Bram Budel

Tsja, wie snapt er nog iets van het huisboekje van spoorbeheerder ProRail? Intensief contact hadden de onderzoekers van de Algemene Rekenkamer afgelopen zomer met financieel deskundigen van spoorbeheerder ProRail en het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Cijfers veranderden keer op keer. Toen de onderzoekers dachten dat ze eindelijk snapten hoe het zat, stuurden ze eind augustus hun definitieve bevindingen naar beide partijen.

Onderzoek afgerond, zou je denken. Maar zo werkt het niet bij ProRail, dat verantwoordelijk is voor de aanleg, het onderhoud, beheer en veiligheid van het Nederlandse spoornet. Het spoorbedrijf en het ministerie kwamen met aanvullende cijfers. Het leidde tot aanpassingen. Uiteindelijk trok de Rekenkamer de conclusie dat 9 procent van het door het ministerie verstrekte onderhoudsbudget tussen 2005 en 2010, zo’n 1,1 miljard euro, nog op de plank ligt.

Einde discussie? Toch niet. Nadat het eindrapport naar ProRail en minister Melanie Schultz van Haegen (Infrastructuur, VVD) werd gestuurd voor reacties, die aan het onderzoek zouden worden toegevoegd, kwam de minister met geheel nieuwe cijfers en een geheel nieuwe redenering „die vragen oproept”, aldus de Rekenkamer. De onderzoekers: „De minister voegt een nieuwe variant toe aan de steeds veranderende cijfers. Met grote zorg constateren wij dat de minister niet in staat is kennelijk een ordelijk controleerbaar en daarmee overtuigend financieel overzicht te bieden van de relatie met ProRail.”

En daarmee zijn we weer terug bij af. De Rekenkamer moest, op verzoek van de Tweede Kamer, juist duidelijkheid geven over het onderhoudsbudget. De Kamer ergert zich al jaren aan vastvriezende wissels, verstoorde dienstregelingen en achterstallig onderhoud. Dit voorjaar werd daarom een tijdelijke onderzoekscommissie van Kamerleden ingesteld om het functioneren van het spoor te onderzoeken, uitmondend in een rapport. Belangrijk onderdeel daarvan: het onderzoek van de Rekenkamer.

Maar na maanden onderzoek moet de Rekenkamer concluderen dat het antwoord op die vraag te lastig is. Minister Schultz heeft geen grip op ProRail. Ze laat strategische beslissingen over aan het bedrijf zelf, weet niet hoeveel geld op de plank blijft liggen, en heeft nauwelijks ambtenaren in dienst om het bedrijf aan te sturen en te controleren. Zoals de Rekenkamer het formuleert: „De minister heeft haar eigen verantwoordelijkheden te zeer bij ProRail neergelegd.” En: „De minister maakt zich afhankelijk van de spoorbeheerder.”

Het ministerie heeft voor ProRail, dat honderden projecten uitvoert, ruim 4.000 medewerkers heeft en jaarlijks twee miljard subsidie krijgt, slechts 2,5 fte beschikbaar. De Rekenkamer: „Wij vinden dat weinig.”

De Tweede Kamer is er de dupe van. Ze kan haar controlerende taak niet goed uitoefenen. Kamerleden weten niet wat er met het budget gebeurt, wanneer doelen worden bijgesteld, en hoe de planning van projecten verloopt. De gegevens die de Kamer wel krijgt, zijn onduidelijk en onvolledig. Sterker nog, de Kamer wordt soms onwetend gehouden van belangrijke beslissingen. Al in 2002 werd besloten om het plan treinen dichter achter elkaar te laten rijden grotendeels niet uit te voeren. De Kamer werd daarover pas in 2008 geïnformeerd. Maar dat zat verstopt in lastig te lezen rapporten van ProRail, vol met technische details.

Schultz uitte tijdens Kamerdebatten vaak kritiek op ProRail, die zich te weinig op de reizigers zou richten. Haar mantra: de reiziger moet weer centraal komen te staan. Daarom eist Schultz, samen met de Kamer, een „cultuuromslag” bij het bedrijf. Na het rapport van de Rekenkamer lijkt het de vraag of er ook niet bij het ministerie een cultuuromslag nodig is.