Drie allochtone helden en het grote onbehagen

Nasr, Tan en Dchar zijn grote hits geworden in de sociale media. Ze wijzen – elk op zijn eigen manier – op de angst voor vreemdelingen, betoogt

Anil Ramdas.

Laat op de avond kreeg ik een sms toegestuurd. Er gebeurde iets bijzonders op de Nederlandse televisie tijdens de uitreiking van de Gouden Kalveren.

Ik negeerde het bericht en bleef verdiept in mijn boek. Nog een sms. En nog één.

Het ging over de speech van de winnaar, Nasrdin Dchar, die zei: „Ik ben een Nederlander, ik ben heel trots op mijn Marokkaanse bloed. Ik ben een moslim, en ik sta hier met een f*ck*ng Gouden Kalf in mijn hand.”

De camera richtte zich vervolgens op de betraande ogen van zijn vader en zijn moeder, die een prachtige hoofddoek droeg. Op Facebook werd het fragment duizenden keren doorgelinkt.

Iets dergelijks gebeurde met Humberto Tan en met Ramsey Nasr. Humberto Tan zei nog vóór de totstandkoming van het huidige gedoogkabinet bij Knevel & Van den Brink dat Wilders helemaal niet alleen afgaf op moslims, zoals velen graag wilden geloven, maar op alle mensen van wie een ouder in het buitenland is geboren; de aanval van de PVV is gericht tegen allochtonen in het algemeen. Humberto Tan werd een held in de sociale media.

Dichter des Vaderlands Ramsey Nasr las, na de totstandkoming van het huidige kabinet, bij Pauw & Witteman een gedicht voor waarin stond:

Ik eer de leiders van mijn landHun vlekkeloos parcoursleert mij wat macht vooral verlangt:’t geweten van een hoer.Ik eer mijn leiders hemelhoogen ’t hoogst zit een fascistdie u en mij zolang gedoogt.

Daags na dit optreden bij Pauw & Witteman was ik met Ramsey Nasr in Istanbul voor een schrijversfestival en ik zag hoe zijn iPhone steeds bleef vollopen met berichten en loftuitingen.

En nu Nasrdin Dchar, die geëmotioneerd wijst op de angst die in Nederland heerst: de angst voor mensen als hij.

Het knappe is dat hij de verantwoordelijkheid niet zonder meer legt bij Geert Wilders. Dat is Dchar kennelijk te gemakkelijk. Hij wijst op het begrip dat CDA-leider Maxime Verhagen heeft voor de angst van blanke Nederlanders voor allochtonen in het algemeen en moslims in het bijzonder.

Zowel Humberto Tan, als Ramsey Nasr en Nasrdin Dchar gaan in op de diepere consequenties van het huidige kabinet. Tan wijst naar de algemene vreemdelingenhaat die de PVV uitstraalt, Nasr op de betekenis van het gedogen (en wie daarbij de feitelijke macht heeft) en Dchar op de acceptatie van vreemdelingenangst als normaal verschijnsel in een land als Nederland.

Ze wijzen niet op de cijfers en de letters, ze muggenziften niet over wat werkelijk aan beleid wordt gevoerd en welke wetten echt worden geformuleerd, ze wijzen niet op de kunst van de Haagse politici om tegelijkertijd de steun van de PVV-fractie te gebruiken en Wilders toch niet zijn volledige zin te geven. Ze hebben het niet over de 150 boerkadraagsters die zullen worden vervolgd en de illegalen die zullen worden beboet en al die tientallen details waar noch de autochtonen noch de allochtonen echt wakker van liggen.

Deze drie heren Tan, Nasr en Dchar zijn grote hits geworden via de sociale media, omdat ze ergens op wijzen waar veel Nederlanders blind voor lijken te zijn: het onbehagen.

Ook bij de autochtonen lijkt een onbehagen te bestaan, daar maakt Wilders juist zo knap gebruik van en daar heeft Verhagen alle begrip voor. Maar het onbehagen bij allochtonen ligt dieper. Het is het ontbreken van optimisme, waar de ‘tweede generatie allochtonen’ zoals in Nederland geboren jongeren worden genoemd, juist zo’n behoefte aan heeft. Een besef van gelatenheid en van onverschilligheid onder de meerderheid van de autochtonen. Waar de allochtonen onder gebukt gaan, is niet de harteloosheid van de anderhalf miljoen mensen die Wilders openlijk steunen, maar het schouderophalen van de rest.