Dit gaan we doen. Structuur werkt

Meer orde, meer discipline, daarvoor pleit Susanne Winnubst. Ze is verkozen tot een van de drie leraren van het jaar. „Mijn eerste lessen hier, dat was me wat.”

Zaterdagmiddag stond ze, frêle in een kort strak jurkje, tussen twintig stoere soldaten op het podium in Studio 21 in Hilversum. Maandagochtend vroeg zit ze in de lerarenkamer van haar school: Susanne Winnubst, 44 jaar en verkozen tot een van drie beste leraren van het jaar 2011. De andere twee winnaars van de jaarlijkse verkiezing (door een vakjury) geven les op een basisschool en op een havo/vwo. Zij is docent orde & veiligheid op een ROC – het ROC A12 in Ede. Dat is een opleiding die jongens en meisjes vanaf 16 jaar voorbereidt op het leger. Defensie doet er ook aan mee.

Er is taart. Er zijn bloemen. De andere leraren uit haar sectie zitten verderop te vergaderen en Susanne Winnubst vraagt zich af hoe het nou allemaal moet deze week. Nu een interview met de krant. Vanavond op de televisie. Morgen weer op de televisie. Woensdag bij Mark Rutte in het Torentje. Maar om kwart voor elf begint wel haar eerste les. „Ik zou een invaller moeten kunnen huren”, zegt ze. Ze heeft het nog niet gezegd of ze bedenkt een plan: een bureau dat invallers regelt, op afroep. „Als ik het in één minuut kan bedenken, waarom is het er dan nog niet?”

Wat zegt dat over het onderwijs?

„Gebrek aan creativiteit? Maar dan moet ik ook naar mezelf kijken. Waarom zet ik het zelf niet op?”

U hebt al een bedrijfje, naast uw werk als lerares.

„Het gebeurt dat mensen me bellen om lesmateriaal te schrijven voor een opleiding medewerker orde en veiligheid bij een woningstichting, of om een instructiefilmpje te maken. Dan denk ik: zeven weken zomervakantie, daar kan ik best wat tijd voor vrijmaken.”

Havo, mbo informatica, docent bij het centrum vakopleidingen voor volwassenen, en toen het ROC. Dat is haar carrière. Ze is tweeënhalve dag per week in dienst, maar in die tijd krijgt ze haar werk nooit af. Ze verdient 1.300 euro netto in de maand. „Mijn eerste lessen hier”, zegt ze, „dat was me wat. In het volwassenenonderwijs was ik gewend dat iedereen naar me luisterde. Hier luisterde niemand.”

Ze leerde om níét te zeggen ‘boeken pakken’, maar om eerst rust te brengen in de klas. Ze hoorde van leerlingen die thuis mishandeld werden, verwaarloosd, of erger. Ze leerde om de jongens (en soms meisjes) die aan het begin van de les al zaten te zieken – spullen niet bij zich, grote mond – te vragen om voor dit uur maar te vertrekken. „Niet boos, gewoon vriendelijk. En de volgende keer vragen: waarom deed je zo raar? Heb je iets vervelends meegemaakt of zo?” Was hun verkering uit. Hadden ze verloren met voetbal.

Om meer van ze te begrijpen, ging ze psychologie studeren aan de Open Universiteit. Ze heeft inmiddels haar bachelor. Maar net als ze daarover wil gaan vertellen, komt de voltallige directie van het ROC de lerarenkamer binnen, drie mannen in pak en een vrouw in deux-pièces. Ze rollen een affiche uit waarop, levensgroot, Susanne Winnubst staat. You want her, we’ve got her.

„Je gaat naar Mark Rutte hè”, zegt een van hen.

„Ja”, zegt Susanne Winnubst. „En ik neem een van de collega’s en mijn oudste dochter mee.” Die is 17 en zit in 6 vwo. Haar andere dochter is 15 en zit in 4 vwo.

„En je gaat naar Pauw & Witteman?”

„Misschien”, zegt Susanne Winnubst. „Moet ik nog een boodschap overbrengen? ROC A12 noemen.”

„Benadruk dat er veel goeds gebeurt in de sector. Wijs de mensen er op dat wij de mensen opleiden die het land draaiende houden.”

„Wees gewoon jezelf”, zegt de vrouw uit de directie.

Als ze weer weg zijn, zegt Susanne Winnubst dat ze door haar studie psychologie veel wijzer is geworden. „Ik volgde een module adolescentenpsychologie. Dat zou iedereen moeten doen. Hoe de hersenen van adolescenten zich ontwikkelen, waarom ze graag het gevaar opzoeken, dat ze niet kunnen plannen. En dan zitten wij er maar op te hameren dat ze dat wel moeten doen.”

Een paar jaar geleden, zegt ze, kwam er iemand op school spreken over multitasken. Kinderen van tegenwoordig, was de boodschap, deden alles tegelijk en daar moest het onderwijs op inspelen. „Wat een onzin. Als je alles tegelijk doet, dan doe je niets, dat is allang bewezen. Zo’n man gaat wel met zo’n verhaal de scholen langs en verdient er veel geld mee.”

Het werkt he-le-maal niet, zegt ze, om leerlingen aan hun lot over te laten en aan het eind van het uur eens te komen informeren of er nog vragen zijn.

Wat werkt wel?

„Structuur. Op het bord zetten: dit gaan we doen en het komt terug in het examen. Dan heb je meteen de aandacht.”

En zo werkt het niet alleen op het ROC, zegt ze, maar ook op het vwo. Ze merkt het aan haar dochters. „Dat zijn kritische kinderen. Ze kunnen uitleggen waarom een les niet goed was. Ze zeggen: het was onrustig in de klas en toen wilde de leraar geen les geven. Ook mooi, zijn zij de dupe. Waarom worden die onruststokers niet weggestuurd?”

Waar komt al die onrust vandaan?

„Goeie vraag. Geen idee.”

Typisch Nederlands? Typisch voor deze tijd?

„Op televisie zag ik een reportage over een school in Afrika: heel grote klassen, iedereen doodstil. Gretig. Daar is onderwijs luxe, hier is het vanzelfsprekend. En als je het ergens niet naar je zin hebt, dan gaan we met je praten. Hé, dan zoeken we toch een andere plek voor jou.”

U zegt het zonder oordeel.

„Heb ik ook niet. Kijk ik naar mijn eigen kinderen. Als ze straks een studie kiezen en die bevalt niet, zeg ik dan: doorzetten? Of: laten we eens verder kijken? Ik denk het laatste. We hebben hier kinderen die beginnen bij de opleiding tot schoonheidsspecialiste en dan via sport & beweging bij orde & veiligheid uitkomen. Is dat erg? Het is een vorm van welvaart dat het kan. Is welvaart erg?”

Haar soldatenleerlingen gaan drie weken per maand naar school en de vierde week zitten ze in de kazerne. Je ziet ze, zegt Susanne Winnubst, in de eerste week al veranderen. „Dan krijgen ze hun gevechtstenue en zodra ze dat aan hebben en je zegt: opstellen in rijen van drie, dan doen ze dat. Heerlijk. Het gaat vanzelf.”

Zouden andere leerlingen ook baat hebben bij meer discipline?

„Hoe meer rust, orde en structuur je biedt, hoe meer je lessen gewaardeerd worden. Straks ga ik een rekenles geven, dat vonden de jongens eerst onzin. Ik zeg: jij gaat breuken oefenen en jij procenten. Het is lang weggeweest hè, maar nu doen we het weer. Je bakt een taart met acht eieren, hoeveel eieren heb je nodig voor een halve taart? Ze hebben geen idee. Wisselgeld narekenen bij de kassa? Rente uitrekenen over een hypotheek? Kunnen ze niet. Ik denk: straks zijn ze soldaat, maar hebben ze ook een gezin. Toch handig als je die dingen weet.”

Waarom hebben we dat in Nederland zo laten lopen?

„Weet jij het? Algemene softheid? Bij docenten zie ik het ook. Je kunt het nog zo bont maken, elke dag om twee uur zonder tas naar huis, nooit een les voorbereiden, altijd wanorde in de klas, maar je houdt je baan. Er wordt nooit iemand ontslagen. Ik hoop dat dat nu eens verandert. Beter voor de leerlingen en een opsteker voor de mensen die wel hun best doen. Ik snap ook wel dat het lastig is, en iedereen heeft nu de mond vol van ‘professionalisering van het leraarschap’. Mooi gezegd, maar hoe? Nu ik leraar van het jaar ben, ga ik daar werk van maken. Dat wordt mijn boodschap. Laten leraren om te beginnen zelf eens gaan nadenken over hoe ze beter kunnen worden. Hoe zijn mijn examenresultaten? Zal ik mijn lessen eens evalueren? Een arts of een advocaat stuurt zichzelf toch ook aan?”

Ze loopt door de gang naar het lokaal waar zij zo les gaat geven. De jongens die op de gang staan te wachten springen in de houding en zeggen: „Gefeliciteerd, mevrouw.” Ze knikt en zegt: „Dank je wel, jongens.”