Scheetwedstrijd tussen enkele nonnen

Er is weinig bekend over de 16de- eeuwse dichter Anna Bijns. Dat komt biograaf Herman Pleij goed uit, want als man van het grote gebaar houdt hij van brede cultuur- historische perspectieven.

Heeft u de laatste tijd nog wel eens wat van Anna Bijns gelezen? Ik ook niet. Anna Bijns: wie was dat ook al weer? Ik herinner me iets van ‘rederijkersrefreinen’. Dat waren lange vertogen met ingewikkelde rijmschema’s, waarvan de laatste strofe gericht was tot de ‘Prince’. Die Prince was het hoofd van de rederijkerskamer. Dat moet in de late Middeleeuwen zijn geweest. Er stond me nog iets bij van Antwerpen. Daar is ze geboren en getogen en gestorven: 1493- 1575. Ik herinner me haar motto (in die tijd had iedere dichter dat): ‘Meer suers dan soets’. Ik herinner me een karikatuurtje: een hoofdletter O waar iemand twee ogen, een neus en een uitgestoken tong in getekend had, en dat zou dan een portret van Anna Bijns zijn. Andere afbeeldingen van haar zijn er niet. En ik herinner mij uit de strontencyclopedie van Gerrit Komrij een scheetgedicht van haar, waarin enkele nonnen ‘in een klein conventken’ een schetenwedstrijd met elkaar beginnen. De een blaast er een ooievaar mee van zijn nest, de ander kan er glaswerk mee laten springen. En ook was er een die met een scheet het hele klooster op zijn grondvesten liet schudden, van onder tot boven, ‘dat al de zusters ter dure uutstoven. / Zij riepen: ailacen! ’t huis is gekloven!’ Maar toch moeten we het veesten niet laten, zo leerde Anna Bijns ons: ‘’t Is beter geveesten dan kwalijk gevaren.’

Over deze dichteres schreef Herman Pleij een dik boek. Ik had op grond van de titel Anna Bijns, van Antwerpen een biografie verwacht, maar dat is het eigenlijk niet. Het boek is niet echt chronologisch opgezet, eerder thematisch. En in acht hoofdstukken wordt niet zozeer een portret van Anna Bijns gegeven, als wel van haar stad en van haar tijd. Het gaat in die hoofdstukken bijvoorbeeld over de net uitgevonden boekdrukkunst. Over de rederijkerskamers. Over het onderwijs en de opvoeding en de bizarre opvattingen daarover (Anna runde tot vlak voor haar dood een kleine privéschool). Over de positie van de vrouw. Over het dagelijkse leven op straat in de drukke, snel groeiende stad Antwerpen. Over zinnespelen, de Heilige Bloedommegang, blijde inkomsten, carnaval en loterij. Over de nieuwe ontwikkelingen in de kerk: de opkomst van Maarten Luther, en andere hervormers – allemaal ketters, in de ogen van van Anna Bijns. De grootste ketter was Luther, over wie zij zich haar hele leven bleef opwinden. ‘Nooit erger dan Luther is ooit waargenomen.’

Het hele artikel is hier te lezen.