Dexia roept kwelgeesten kredietcrisis op

Geruchten over een mogelijke ontmanteling van de Frans-Belgische bank Dexia zorgen voor een déjà vu bij beleggers. Dezelfde knelpunten als tijdens de kredietcrisis van 2008 duiken weer op.

Drie jaar geleden was ze één van de eerste Europese banken die gered moest worden. Nu is het weer zover. Opnieuw dreigt de Belgisch-Franse bank Dexia om te vallen. Een déja vu dat financiële markten de stuipen op het lijf jaagt.

Een kritisch rapport van kredietbeoordelaar Moody’s zorgde gisteren voor een golf van nervositeit. Een verdere afwaardering van de drie belangrijkste Dexia-dochters is waarschijnlijk, zo waarschuwde het rapport. Niet omdat er mogelijke verliezen waren op Grieks of ander schuldpapier van zwakke eurolanden. Wel omdat Dexia steeds meer moeite ondervindt om vers geld op te halen op de interbancaire markt.

De waarschuwing van Moody’s deed erg aan 2008 denken. Opnieuw banken die elkaar wantrouwen, opnieuw de waarschuwing dat de interbancaire geldmarkt plots opdroogt, opnieuw de dreiging van een kredietcrisis.

In september 2008 kreeg Dexia een zware klap door het omvallen van de Amerikaanse zakenbank Lehman Brothers. Het financiële concern kon toen overeind gehouden worden met een kapitaalinjectie van 6,4 miljard euro door de overheden van België, Frankrijk en Luxemburg. Dexia moest forse afschrijvingen doen op zijn portefeuille met risicovolle Amerikaanse hypotheekbeleggingen. De bank schrapte daarna 900 banen om kosten te besparen.

Een acute liquiditeitsnood deed de bank toen bijna de das om: 250 miljard euro moest op korte termijn gevonden worden om de operaties te financieren, geld dat door de overheid werd gegarandeerd. Vreemd genoeg zorgt nu eenzelfde financieringsprobleem – zij het van een kleinere orde: 96 miljard euro – voor serieuze problemen bij de bank die tal van lokale overheden in Frankrijk, België en de VS financiert.

De problemen waarin Dexia nu verzeild is geraakt, staan symbool voor de slechte manier waarop de problemen van de kredietcrisis zijn verwerkt. Er ontbreekt nog steeds een efficiënt Europees kader om grensoverschrijdende banken tijdens een crisis te helpen. Tegengestelde nationale belangen bemoeilijken snelle oplossingen.

Spoedoverleg in Brussel over een strategische herverkaveling van de groep leverde niet veel op. Gisteravond kwam de raad van commissarissen van de bank bijeen. Er was ook internationaal overleg: de ministers van Financiën van België en Frankrijk, Didier Reynders en Francois Baroin, spraken elkaar op de Eurogroep in Luxemburg. Een persbericht dat vanochtend door Dexia werd verspreid, bood weinig duidelijkheid. Eerder integendeel. Er werd melding gemaakt van „de nodige maatregelen” die worden voorbereid om „de structurele problemen op te lossen die wegen op de operationele activiteiten van de groep”. Vaag taalgebruik leidde tot nog grotere onrust onder beleggers.

Onbevestigde berichten dat de groep zou worden ontmanteld, deed de koers van Dexia vanochtend met 22 procent dalen. Als gevolg zakten ook de koersen van andere financiële fondsen. De Franse banken BNP Paribas, Société Générale en Crédit Agricole stonden rond het middaguur ruim 4 procent lager. De onrust over de gezondheid van Dexia breidde ook naar de rest van Europa. De koers van ING daalde met 3,5 procent, de Spaanse bank Santander en de Italiaanse bank Unicredit verloren dik 3 procent.

Op de website van de Franse krant Le Figaro werd melding gemaakt van een plan waarbij de onderdelen van Dexia die instaan voor de financiering van de Franse lokale besturen, zouden worden afgesplitst. Het zou het eerste luik zijn van een reddingsoperatie die de gezonde stukken van de bank – de Turkse Denizbank, de divisie vermogensbeheer van Dexia, de Canadese tak RBC en de Luxemburgse bancaire activiteiten – zou verkopen. Ook Dexia Bank België, dat diverse bankfilialen telt, zou uit de groep afgezonderd worden en doorverkocht.

De slechte onderdelen van Dexia zouden als gevolg daarvan onder de overkoepelende holding blijven: vooral de resterende activiteiten van Dexia Crédit Local, het Italiaanse Crediop en het Spaanse Sabadell. Dit onderdelen zouden samen een zogeheten bad bank vormen die met overheidsgaranties uit België en Frankrijk wordt ondersteund.

De berichten zorgden voor consternatie. De Vlaamse krant De Standaard vergeleek het reddingsplan meteen met een tweede ‘Fortis-scenario’, wat de vergelijking met de financiële chaos van de kredietcrisis in 2008 alleen maar erger maakte. Toen besliste de Nederlandse overheid de „gezonde onderdelen” van de Belgisch-Nederlandse bank en verzekeraar uit de groep te halen. Fortis werd als gevolg ontmanteld en de Belgische banktak verdween in handen van het Franse BNP Paribas.

In het persbericht werd daarover niets gerept. Maar er werd ook niets ontkend. Net zoals drie jaar geleden, lijkt een gebrek aan eensgezindheid de snelle redding van een Europese bank lam te leggen. Over de financiële voorwaarden en de verdeling van de lasten bij een opsplitsing van Dexia werd gisteren nog volop onderhandeld tussen België, Frankrijk en Luxemburg. De Luxemburgse minister van Financiën, Luc Frieden, liet weten dat „alle opties” voor Dexia open liggen. „In 2008 hebben we niemand laten vallen”, zei Reynders, in een poging markten gerust te stellen. „En dat zullen we ook nu niet doen.”

En hoe langer de Europese schuldencrisis duurt, hoe meer Europese banken in het algemeen en Franse banken in het bijzonder gewantrouwd worden. Dat is goed te zien aan de premies die beleggers moeten betalen om zich te verzekeren tegen een faillissement van de grote Franse banken (zogenoemde Credit Default Swaps ofwel CDS’en). Vergeleken met september 2008, het hoogtepunt van de financiële crisis, betalen beleggers nu grofweg het dubbele. Hoe hoger de premies, des te groter beleggers de kans achten dat een bank failliet gaat.

Twee weken geleden waarschuwde het Internationaal Monetair Fonds voor de gevolgen van het overslaan van de Europese uitbreidende staatsschuldencrisis op de banksector. In april vorig jaar leken de gevolgen voor de banken beperkt. Alleen de staatsobligaties van Griekenland werden door de markt als gevaarlijk gezien. In augustus van dit jaar zien de markten de obligaties van Griekenland, Portugal, Ierland, Spanje, Italië en België als risicovol op basis van de premies voor faillissementsverzekeringen. Bijna de helft van de 6.500 miljard euro aan uitstaande staatsobligaties van eurozone-leden brengt een verhoogd risico met zich mee, aldus het IMF. Het zijn juist de Europese banken die vooral die obligaties bezitten. En het zijn juist de Europese banken die weer aan andere Europese banken lenen.

Als gevolg groeit het wantrouwen. Banken in de eurozone stalden gisteren 210 miljard euro bij de ECB. Niet sinds juli vorig jaar leunden banken zo zwaar op de ECB. In een normale situatie stallen banken overtollig geld ’s nachts bij elkaar. Dat levert een hogere rentevergoeding op dan het overtollige geld bij de ECB te stallen. Maar in crisistijd kiezen ze voor de ECB en laten ze de probleemgevallen, zoals nu Dexia, links liggen.