De Kamer moet gewoon op puppytraining

Politici moeten luisteren naar hondenfluisteraar Cesar Millan.

Hij leert geprovoceerde baasjes hun hyperactieve Jack Russel te negeren.

Uit goede bron vernam ik dat de leiders van de oppositiefracties dit jaar speciaal bijeen zijn gekomen om voor tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen een gezamenlijke Wilders-tactiek af te spreken. Maar, zo sprak mijn bron cynisch, dat soort afspraken dienen in Den Haag altijd om de anderen te binden, zodat jij zelf de handen vrij hebt. De enige partij die volgens mijn bron voor die bijeenkomst bedankte was de SP, maar Emile Roemer was wel de enige die deed wat daar werd ‘afgesproken’ én de enige die naast Wilders overeind bleef. Waarom? Omdat hij hem negeerde. Omdat hij vertelde wat hij te vertellen had. Niet over Wilders en diens dime-a-dozen provocaties, maar over het beleid van dit kabinet en de gevolgen ervan voor echte mensen. Roemer behield zijn waardigheid – enfin, detail – én hij bracht een boodschap over.

Het kan zo simpel zijn.

De overigen, Cohen, Pechtold, Sap, lieten zich verleiden tot een wedstrijdje verpissen dat niemand kon winnen, al was het maar omdat het een gegeven moment zo’n kliederboel werd dat niemand het nog kon aanzien, laat staan zin had een winnaar aan te wijzen.

Wie Wilders eens goed te grazen wil nemen, moet een sterke anti-Wilders speech schrijven en afsteken, niet afwachten tot hij zelf onder vuur komt te liggen om dan vanuit de dekking een beetje te gaan terugvuren.

In het Stanford Marshmallow Experiment (1972) krijgen kinderen van vier tot zes jaar een marshmallow voorgezet: ze mogen hem opeten, maar als ze een kwartier wachten krijgen ze er nog één. Kinderen die erin slaagden de gratificatie uit te stellen, waren in hun latere leven succesvoller dan kinderen die zwichtten voor de verleiding. Slechts weinig Nederlandse politici zijn in staat om bij een provocatie van Wilders die zelfbeheersing op te brengen en stoïcijns met de armen over elkaar te wachten tot er twee marshmallows te halen zijn. Zij zien Wilders’ teksten als een soort gif, dat direct na de beet dient te worden geneutraliseerd met het serum van hun weldenkendheid. Was het maar zo simpel.

Waar de ‘oude’ politiek zich wat meer in zou moeten bekwamen, als het om Wilders gaat, is de kunst van het negeren. Misschien moeten ze eens naar Cesar Millan, The Dog Whisperer, kijken op Discovery. Honden zijn roedeldieren, net als politici, een roedeldier wil aandacht van de baas. Ongewenst gedrag is daarbij effectiever dan gewenst gedrag, want ongewenst gedrag trekt de aandacht. Wat de baas ziet als een correctie, is in werkelijkheid een beloning. Een goede leider gedraagt zich ‘kalm en assertief’, zoals Millan het noemt.

Millan over een jengelende herdershond: „Jengelen wordt meestal versterkt door het baasje. Want als een hond jengelt, krijgt hij aandacht. Daardoor heeft hij geleerd die reactie te manipuleren.”

Stel je voor: Wilders beklimt het spreekgestoelte. Cohen, Pechtold, Sap, in no time hebben ze een sneer te pakken, maar er gebeurt helemaal niets. De een zit wat te sms’en of bladert door een rapport, de ander trekt zijn manchetten nog eens recht, verwijdert nauwgezet een vlekje op zijn bril of telt voor de zoveelste keer de lampen in het plafond, en weer een ander heeft zijn glazige, beleefd-welwillende blik opgezet, zoals vroeger wanneer de oude Van der Vlies van de SGP aan het woord was, een politicus die enorm gewaardeerd werd om zijn irrelevantie.

„Het is moeilijk, ik weet het”, zegt Cesar Millan tegen de eigenaar van een hyperactieve Jack Russel, „maar ook al springt hij tegen je op, laat je niet kennen. Als je die energie niet voedt, zal dat gedrag uiteindelijk stoppen.”

Het is simpel: de Kamer moet gewoon op puppytraining.

Jan Kuitenbrouwer is schrijver, journalist en directeur van taaladviesbureau de Taalkliniek. Zijn laatste boek is ‘De woorden van Wilders & hoe ze werken’ (2010).