...dat kán gebeuren als Donner vicepresident wordt

Oud-minister Ernst Hirsch Ballin wordt ook genoemd als opvolger van Tjeenk Willink. Partijpolitieke belangen en persoonlijke opvattingen spelen een rol in de procedure.

1Waarom is de benoeming van vicepresident van de Raad van State belangrijk?

Het gaat om een invloedrijke positie. De vicepresident van de Raad van State adviseert zowel de koningin als het kabinet in belangrijke kwesties, zoals tijdens kabinetsformaties, of in ingewikkelde bestuurlijke kwesties. Ook fungeert hij (er was tot nu toe geen zij) als staatsrechtelijk geweten, bijvoorbeeld door in interviews en artikelen aandacht te geven aan bepaalde ontwikkelingen in democratie. Zo kritiseerde de zittende vicepresident, Herman Tjeenk Willink, regelmatig de sterke binding van regeringsfracties aan regeerakkoorden, waarmee het parlement zich teveel buiten spel zette.

De kwestie is ook van belang, omdat zo’n benoeming iets zegt over de stijl van leiding geven. Van premier Rutte is bijvoorbeeld bekend dat hij graag afwijkende benoemingen doet, ook om het verwijt te ontlopen dat de grote partijen onderling de baantjes verdelen. Zo benoemde hij een D66’er (Kajsa Ollongren) tot hoogste ambtenaar op zijn ministerie.

Rutte zou geporteerd zijn van oud-minister Ernst Hirsch Ballin als kandidaat voor de Raad van State, hoewel deze een uitgesproken criticus van de totstandkoming van het kabinet-Rutte/Verhagen was.

2Minister Donner is toch de meest genoemde kandidaat?

Klopt. Hij geldt als goed jurist, komend uit een bekende familie van staatsrechtgeleerden. Donner was eerder lid van de Raad van State, en heeft als minister sinds 2002 erg veel politieke ervaring. Bovendien kan hij naar verluidt goed opschieten met de koningin, die voorzitter is van de Raad van State. Ook zet Donner graag bepaalde politieke ontwikkelingen in een breder kader, zoals ook een vicepresident behoort te doen. Verder is Donner lid van de ‘goede’ partij. Volgens informele afspraken tussen liberalen en christen-democraten zou het CDA ‘aan de beurt zijn’ bij deze benoeming.

3Wat is dan het probleem?

Er zijn vier of vijf problemen. Ten eerste besloot de Tweede Kamer in 2010 dat de benoeming van dergelijke functies transparanter moest verlopen, en niet het product diende te zijn van partijpolitiek gekonkel. Daarom moet de functie, zo is ook vastgelegd in de Wet op de Raad van State, worden opengesteld via een advertentie in de Staatscourant, het officiële mededelingenblad van het Rijk. Deze procedure zet de deur open voor onverwachte kandidaten en dito ontwikkelingen, die eventuele afspraken tussen partijen over de verdeling van posten kunnen doorkruisen.

Ten tweede is Donner sinds vorig jaar minister van Binnenlandse Zaken. Daarmee is hij tevens degene die, samen met collega Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD), de benoeming moet voorbereiden. Dat levert Donner het verwijt op van het dragen van een dubbele pet. Dat is geen aanbeveling voor iemand die als vicepresident de staatsrechtelijke zuiverheid moet bevorderen. Om daarvan af te komen is hij afhankelijk van een goed samenspel met collega Opstelten, die inmiddels het voortouw schijnt te hebben genomen in de benoemingsprocedure. Sommige CDA’ers verdenken Opstelten er echter van de procedure te vertragen – bijvoorbeeld door de advertentie nog niet te plaatsen. Bovendien zal Donner, als hij het wordt, moeten adviseren over wetsvoorstellen die hij nu als minister maakt.

Ook was en is Donner een uitgesproken voorstander van dit kabinet. Dat ging zo ver dat hij vorig jaar druk uitoefende op tegenstribbelende CDA-Kamerleden, constitutioneel gezien op het randje omdat parlementariërs ‘zonder last’ moeten opereren. Een en ander maakt het ook moeilijk voor Donner om als ‘onderkoning van Nederland’ boven de partijen te staan.

Verder bestaat er binnen een groot deel van de VVD weerstand tegen Donner: te ouderwets, te veel een telg van een regentenfamilie, zoals bijvoorbeeld bleek uit zijn uitgesproken kritische opvattingen over de Wet openbaarheid van bestuur, zo wordt over hem gezegd. Behalve politieke weerzin, kunnen er bij de VVD ook tactische motieven in het spel zijn. Door nu moeilijk te doen over Donner, en straks uiteindelijk toch met hem akkoord te gaan, hopen de liberalen ter compensatie bij andere benoemingen steun van de christen-democraten te krijgen.

Ten slotte wordt er een schimmig spel aan het hof gespeeld. Oud-premier Ruud Lubbers zou als minister van Staat bij koningin Beatrix hebben gepleit voor zijn politieke vriend Ernst Hirsch Ballin. Hoewel politici liever niet openlijk over de koninklijke factor spreken, is die er wel degelijk. Premier Rutte heeft met Beatrix over de komende benoeming gesproken.

4Wie beslist?

Uiteindelijk premier Rutte en vicepremier Verhagen. PVV-leider Geert Wilders speelt – tot nu toe althans – geen rol van betekenis. De benoeming is een zaak van het kabinet, niet van de gedoogpartner en ook niet van de Tweede Kamer.

5Wanneer beslissen ze?

Uiterlijk in november. De huidige vicepresident, Tjeenk Willink, vertrekt op 1 februari 2012. Zijn opvolger zal zich enigszins willen inwerken. Tjeenk Willink kreeg in 1997 vier maanden om zich in te werken. Zo’n ruime voorbereidingstijd zal zijn opvolger niet gegund zijn.

6Maar wie wordt het nu?

Donner heeft nog steeds de grootste kansen. CDA-partijvoorzitter Ruth Peetoom noemde hem afgelopen zaterdag „een heel goede kandidaat”. Bovendien is Verhagen tegen een benoeming van Hirsch Ballin, mede omdat deze hem heeft tegengewerkt tijdens de formatie. Rutte zou de samenwerking tussen de VVD en het CDA op het spel zetten door toch een voordracht van Hirsch Ballin proberen te forceren.

En misschien wordt het wel een ander, een onverwachte kandidaat die nog opduikt.