Chinees wil geen huis als een karaokebar meer

Voor de Design Week en Design Triënnale zijn duizenden internationale vormgevers, ook uit Nederland, in Peking.

Nieuwe kantoren, huizen en villa’s in China moeten huanbao zijn, groen en milieuvriendelijk. ‘Huanbao’ is het nieuwe modewoord, ook voor nieuwe meubels, lampen, keukens, mode, vliegtuigen en auto’s.

‘Huanbao’ is ook de rode draad van de Beijing Design Week en de Beijing International Design Triënnale, waarvoor duizenden vormgevers uit dertig landen naar Peking zijn gekomen. Industriële vormgevers kunnen „steden leefbaarder maken en de inwoners gelukkiger”, staat in het welkomstwoord van de ministeriële organisatoren.

Als dat waar is, dan is er in bouwput Peking een wereld te winnen. De Chinese hoofdstad werd vorige week door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) opnieuw tot een van de tien meest vervuilde steden ter wereld uitgeroepen. Dat is ook doorgedrongen tot het leger ontwerpers, onder wie honderd vertegenwoordigers van Nederlandse bedrijven en organisaties: er wordt stevig geklaagd over slijmvorming in de longen en zwarte klonters stof in neus- en oorgaten.

„We hebben een totaal nieuwe en schonere visie nodig op deze stad”, zegt de Pekingse architect, stadsplanner en Design Week-organisator Jingyu Liang. „Peking is ongeschikt geworden voor bewoning als gevolg van het gebrek aan design.”

Niet alle vormgevers zijn zo idealistisch als Jingyu. „Voor iedere ontwerper in de wereld, of het nu van huizen, meubels, auto’s, vliegtuigen of kleren is, geldt dat het nieuwe geld in China zit. Wij in Europa maken een nieuwe recessie door en hier maakt de economie een explosieve groei door. Daarom zijn we hier”, denkt de Britse modeontwerper Julien Macdonald, die de grote shows in Peking, Shanghai en Hongkong langs gaat.

De Nederlandse ontwerpers, bedrijven en overheidsinstellingen die aanwezig zijn in Peking, hebben goed begrepen wat de gastheren willen horen. ‘Smart Cities, Healthy Cities’ is de vlag waaronder Nederlands design gepresenteerd wordt – van architectuur tot mode. Een combinatie van slim koopmanschap en een vleugje idealisme.

„Nederland is goed in vernieuwende ontwerpen, waarbij gewerkt wordt met duurzame materialen en rekening gehouden wordt met schaarse energiebronnen. Dat sluit perfect aan bij de vraag in China”, aldus directeur Christine de Baan van DutchDFA, een samenwerkingsverband van Nederlandse steden en ministeries.

De Nederlandse creatieve industrie is in totaal bijna 17 miljard euro waard en biedt 62.000 mensen werk. Sinds 2002 groeide deze sector volgens het CBS met 4,3 procent. Maar of de groei de komende jaren doorzet wordt betwijfeld. Mede daarom wordt druk naar manieren gezocht om China toegankelijk te maken voor kleine bedrijven en individuele vormgevers die daar zelfstandig niet toe in staat zijn.

Nog steeds wonen honderden miljoenen Chinezen in kleine appartementen of huisjes met niet meer dan een tafel, een paar stoelen, een bed en een paar peertjes voor de verlichting. Maar de middenklasse (ongeveer 250 miljoen mensen) geeft steeds meer geld uit aan designmeubilair, onder architectuur gebouwde huizen en luxegoederen. En de tijd dat Chinezen hun appartementen inrichtten als karaokebars nadert zijn einde. Nieuw en trendy is het strakke meubilair van Duitse, Italiaanse en Spaanse ontwerpers. „Made in China” is niet populair onder de Chinese nouveaux riches.

In Shanghai heeft DutchDFA al een paar jaar geleden een permanente ‘ambassade voor vormgeving’ geopend in de vorm van DutchWorkspace, waar Nederlandse en Chinese ontwerpers met elkaar samenwerken. „In China voel je de energie. In Nederland lopen we alleen maar op elkaar te kankeren en lopen we te klagen over gebrek aan visie”, aldus De Baan.

Wat geldt voor Prada, Tiffany, Gucci en talloze andere topmerken geldt ook voor Brainport Eindhoven of de ledverlichtingsontwerpers van het bedrijfje Yksi Design: de snel groeiende Chinese middenklasse vormt een nieuwe markt met nieuwe wensen. Dit jaar alleen worden er in China 24 miljoen nieuwe appartementen en villa’s opgeleverd, en die moeten worden ingericht. Een zojuist aanbesteed project voorziet in de bouw van 35 miljoen huizen in de sociale woningbouw.

De populariteit van buitenlands design gold al langer voor industriële vormgevers. In de afgelopen tien jaar hebben bedrijven als Sony, Boeing, BMW, Samsung, Philips en vele andere ontwerpstudio’s in China gevestigd en uitgebreid. Boeing en BMW ontwerpen nieuwe vliegtuig- en automodellen met de wensenlijst van de Chinese klanten onder handbereik. Dat geldt ook voor Landrover, dat tijdens de laatste autoshow in Shanghai een terreinwagen met ingebouwde mahjongtafel presenteerde. Status en aanzien spelen een grote rol in China en dat komt tot uiting in de vormgeving. Auto’s bijvoorbeeld moeten, hoe klein ook, luxe uitstralen.

De organisator van de Beijing Design Week, Aric Chen, liet over het andere motief om internationale ontwerpers massaal naar Peking te halen geen misverstand bestaan. „Made in China moet in de toekomst ook Designed in China worden”, zei hij bij de opening.

Die droom zal eerder vroeger dan later uitkomen, want designscholen, academies en universitaire opleidingen groeien hier sneller dan bamboescheuten na een tropische bui. Dit jaar studeren 10.000 ontwerpers af. Dat waren er enkele jaren geleden nog geen 1.500. Daar komt volgend jaar een vierjarige opleiding aan het Dutch Design College in Peking bij. Het contract voor de Nederlands-Chinese school werd vorige week getekend.

Diefstal van ontwerpen blijft een probleem. De ontwerpers die nu in Peking zijn, weten dat kopiëren voor hen een vorm van citeren zonder bronvermelding is, terwijl het in China een vorm van eerbetoon is. Dat is aan het veranderen.

Maar dan nog. „Er is maar één oplossing: je moet iedereen voor blijven en steeds iets nieuws verzinnen”, zegt Eduard Sweep van het Eindhovense Yksi Design. Zijn bedrijf, waarvan de naam moet worden opgevat als ‘Ik zie design’, zegt „met ledlicht de wereld te kunnen veranderen”. Hopelijk óók grauw Peking.