China. Daar zit het geld

Alleen al dit jaar worden in China 24 miljoen appartementen opgeleverd.

Die moeten allemaal worden gemeubileerd en ‘Europees’ is in.

Expensive lakeside villas (C) that are nearing completion stand in front of public housing (in background) in the Chaoyang District of Beijing on August 18, 2011. Anxious about the country's growing wealth gap, China's communist government is investing more than 700 billion USD in low-cost housing to help those priced out of the property market or struggling to meet fast-rising rents. Over the next five years, it plans to build or renovate 36 million homes country-wide amid concern that growing public discontent over high prices could spill over into social unrest -- and threaten the Communist Party's hold on power. AFP PHOTO / Mark RALSTON AFP

Nieuwe kantoren, huizen en villa’s in China moeten „huanbao” zijn, groen en milieuvriendelijk. ‘Huanbao’ is het nieuwe modewoord, ook voor nieuwe meubels, lampen, keukens, mode, vliegtuigen en auto’s.

‘Huanbao’ is dan ook de rode draad van de Beijing Design Week en de International Design Trienial, waar duizenden vormgevers uit 30 landen voor naar Peking zijn gekomen.

Industriële en artistieke vormgevers kunnen „steden leefbaarder maken en de inwoners gelukkiger”, staat in het welkomstwoord van de ministeriële organisatoren. Als dat waar is, dan is er in Peking en China, deze reusachtige bouwput, een wereld te winnen. Vorige week riep de Wereldgezondheidsorganisatie de hoofdstad opnieuw uit tot een van de tien meest vervuilde steden ter wereld. Geen enkele Chinese stad staat in de top-10 van metropolen waar de luchtkwaliteit aan de normen voldoet.

Dat is ook tot het leger aan ontwerpers, onder wie honderd vertegenwoordigers van Nederlandse bedrijven en organisaties, doorgedrongen: er wordt stevig geklaagd over slijmvorming in de longen en zwarte klonters stof in neus- en oorgaten.

„We hebben een totaal nieuwe en schonere visie nodig op deze stad”, zegt de Pekingse architect, stadsplanner en Designweekorganisator Jingyu Liang. „Peking is namelijk ongeschikt geworden voor bewoning als gevolg van het gebrek aan design”, zegt hij over zijn geboortestad. Iedere dag veroorzaken meer dan een miljoen auto’s, bussen en vrachtwagens een verkeersinfarct en de geelgrijze lucht, vol stof en woestijnzand, veroorzaakt onmiddellijk hoestbuien.

Niet alle vormgevers zijn zo idealistisch als Jingyu. „Voor iedere ontwerper in de wereld, of het nu van huizen, meubels, auto’s, vliegtuigen of kleren is, geldt dat het nieuwe geld in China zit. Wij in Europa maken een nieuwe recessie door en hier boomt de economie. Daarom zijn we hier”, zegt de Britse modeontwerper Julien Macdonald die de grote shows in Peking, Shanghai en Hongkong langsgaat.

Nederlandse ontwerpers, bedrijven en overheidsinstellingen die aanwezig zijn in Peking hebben in ieder geval begrepen wat de gastheren graag willen horen. „Smart Cities, Healthy Cities”, is de vlag waaronder Nederlands design gepresenteerd wordt – van architectuur tot mode. Een combinatie van slim koopmanschap en een vleugje idealisme.

„Nederland is gewoon goed in allerlei soorten vernieuwende ontwerpen, waarbij gewerkt wordt met duurzame materialen en rekening gehouden wordt met schaarse energiebronnen. Dat sluit perfect aan bij de nieuwe vraag in China”, aldus directeur Christine de Baan van DutchDFA, een samenwerkingsverband van steden en ministeries.

De Nederlandse creatieve industrie is in totaal bijna 17 miljard euro waard en biedt aan 62.000 mensen werk. Sinds 2002 groeide deze sector volgens het CBS met 4,3 procent. Maar of de groei de komende jaren doorzet wordt betwijfeld. Mede daarom wordt druk naar manieren gezocht om China toegankelijk te maken voor kleine bedrijven en individuele vormgevers die daar zelfstandig niet toe in staat zijn.

Nog steeds wonen honderden miljoenen Chinezen in kleine appartementen of huisjes met niet meer dan een tafel, een paar stoelen, een bed en paar peertjes voor de verlichting. Maar de middenklasse (ongeveer 250 miljoen mensen) geeft steeds meer geld uit aan designmeubilair, onder architectuur gebouwde huizen en luxegoederen.

En de tijd dat Chinezen hun nieuwe appartementen inrichtten als karaokebars met over the top meubels en veel bling bling, of dat ze regelrecht de weelderige inrichtingen uit Hongkongse of Taiwanese tv-series kopieerden, nadert zijn einde. Nieuw en trendy is het strakke meubilair van Duitse, Italiaanse en Spaanse ontwerpers. Daarbij valt op dat het label ‘Made in China’ niet erg populair is onder de Chinese nouveaux riches.

De recente rel bij meubelketen Da Vinci is illustratief. Dit bedrijf verkoopt dure Italiaanse banken, tafels, stoelen en bedden, een soort Ikea voor vermogenden. Toen een klant uit Shanghai ontdekte dat haar made in Italy-bank van kalfsleer niet in Milaan was gemaakt maar in een Zuid-Chinese fabriek en zowel het leer als het hout namaak bleken, moest in Shanghai de politie eraan te pas komen om de eigenaresse van Da Vinci te beschermen tegen woedende klanten.

In Shanghai heeft DutchDFA al een paar jaar geleden een permanente ‘vormgeverambassade’ geopend in de vorm van DutchWorkspace, waar Nederlandse en Chinese ontwerpers met elkaar samenwerken. In Peking is in een voormalige gasfabriek in het kunstenaarscomplex 751-D een zogeheten ontwerpercouveuse ingericht, waarin hetzelfde moet gebeuren. „In China voel je de energie. In Nederland lopen we alleen maar op elkaar te kankeren en lopen we te klagen over gebrek aan visie”, aldus De Baan.

Wat geldt voor Prada, Tiffany, Gucci en talloze andere topmerken geldt ook voor Brainport Eindhoven of de LED-verlichtingsontwerpers van het bedrijfje yksidesign (‘ik zie ontwerp’): de snel groeiende Chinese middenklasse vormt een nieuwe markt met nieuwe wensen. Dit jaar alleen worden er in China 24 miljoen nieuwe appartementen en villa’s opgeleverd en die moeten worden ingericht. Een zojuist aanbesteed project voorziet in de bouw van 35 miljoen huizen in de sociale woningbouw.

Alleen al in Shanghai vertegenwoordigen de industriële en retailmarkten een waarde van 65 miljard euro, de stad Shenzhen (bij Hongkong) staat voor ruim 75 miljard euro en in de snel groeiende steden in het westen lonken vergelijkbaar grote markten.

De populariteit van buitenlands design gold al langer voor industriële vormgevers. In de afgelopen tien jaar hebben bedrijven als Sony, Boeing, BMW, Samsung, Philips en vele anderen hun ontwerpstudio’s in China gevestigd en uitgebreid.

Boeing en BMW ontwerpen nieuwe vliegtuig- en automodellen met de wensenlijst van de Chinese klanten onder handbereik. Dat geldt ook voor Landrover, dat tijdens de laatste autoshow in Shanghai een terreinwagen met ingebouwde mahjongtafel presenteerde. Status en aanzien spelen een grote rol in China en dat komt tot uiting in de vormgeving. Auto’s bijvoorbeeld moeten, hoe klein ook, luxe uitstralen.

Op hun beurt breiden ook Chinese bedrijven hun vormgevingsafdelingen uit. Zij hebben ontdekt dat vormgeving essentieel is in de concurrentiestrijd, niet alleen in het Westen, maar sinds enkele jaren ook in China zelf. Chinese consumenten worden steeds kritischer. Van Chinese (staats)bedrijven wordt bovendien verwacht dat zij grote budgetten spenderen aan innovatie, zowel in technisch opzicht als qua vormgeving.

De organisator van de Beijing Design Week, Aric Chen, liet over het andere motief om internationale ontwerpers massaal naar Peking te halen geen misverstand bestaan. „Made in China moet in de toekomst ook Designed in China worden”, zei hij bij de opening. Peking (en China) moet niet alleen een plaats worden waar ideeën worden aangekocht of uitbesteed, maar ook worden ontwikkeld in samenwerkingsverbanden met Chinese ontwerpers. Zoals internationale bedrijven dromen over de Chinese markt, koestert China een eigen droom, die van ‘Designed in China’.

Die droom zal eerder vroeger dan later uitkomen, want ontwerperscholen, academies en universitaire opleidingen groeien sneller dan bamboescheuten na een tropische bui.

Dit jaar studeren 10.000 ontwerpers af. Dat waren er enkele jaren geleden nog geen 1.500. En volgend jaar komt er nog een vierjarige opleiding aan het Dutch Design College in Peking bij. Het contract voor de Nederlands-Chinese school werd vorige week getekend.

Diefstal van ontwerpen en ideeën blijft een probleem. De ontwerpers die nu in Peking zijn, weten dat voor hen kopiëren een vorm van citeren zonder bronvermelding is, terwijl het in China een vorm van eerbetoon is. Maar het is aan het veranderen. Steeds meer Chinese bedrijven slepen hun Chinese concurrentie voor de rechter wegens diefstal van intellectuele eigendommen.

„Het is in China niet anders dan elders in de wereld, het gaat alleen wat sneller. Je weet dat je werk en je idee gejat zal worden. Er is maar een oplossing: je moet iedereen voor blijven en steeds iets nieuws verzinnen”, is de nuchtere Nederlandse oplossing van Eduard Sweep van het Eindhovense yksidesign, dat zegt „met led-licht de wereld te kunnen veranderen”.

Hopelijk óók grauwgrijs Peking.