Amazonesnelweg bedreigt Morales

Morales zwicht onder druk van zijn ‘eigen volk’, maar Brazilië wil resultaat zien.

Alle landen in de regio zien de mondigheid van de indianen toenemen.

Indians scuffle with police during their march in Yucumo September 24, 2011. The Amazonian ethnic groups which live in the Isiboro Secure territory, known by its Spanish acronym TIPNIS, are completing a 370 miles (595 km) march from Trinidad, in the northern Beni province, to La Paz to protest against a projected 185 mile (298 km) long highway that bisects the protected park in the Amazon forest, activists leading the march said. The protesters, who have a list of demands apart from their rejection of the highway project being financed by Brazil, are entering a rural region with strong sentiments for President Evo Morales, raising the possibility of confrontations on their way to La Paz. The march is on its 38th day. REUTERS/David Mercado (BOLIVIA - Tags: CIVIL UNREST POLITICS ENVIRONMENT) REUTERS

Met het besluit, vorige week, om de aanleg stil te leggen van een snelweg door het Amazonewoud leed de Boliviaanse president Evo Morales een nederlaag met economische, morele en politieke dimensies. Morales is in de regio bovendien niet de eerste politieke leider die onder druk van de bevolking moet afzien van een groot infrastructureel project. Eerder gebeurde het al in landen als Peru, Ecuador en Brazilië.

In Bolivia draait het om een 300 kilometer tellende snelweg dwars door een natuurreservaat bewoond door drie Indiaanse volken, de Yuracaré, Moxeño en Chimán. De grote motor en geldschieter achter het project van ruim 300 miljoen euro is Brazilië. Het grote buurland wil via Bolivia toegang krijgen tot de havens van Chili en Peru aan de Stille Oceaan.

Naar schatting 1.500 indianen marcheren al ruim vijf weken vanuit de oostelijke laaglanden van Bolivia richting de hoofdstad La Paz. Op 330 kilometer voor de eindbestemming blokkeerden boeren de weg. En vorig weekend trad de politie hard op tegen de demonstranten, onder wie ook vrouwen en kinderen. Het veroorzaakte in eigen land en binnen Morales’ regering zoveel tegenstand, dat de president zich genoodzaakt zag het project op te schorten.

Na de harde aanpak brak een storm van kritiek los in het Andes-land. De minister van Defensie keurde het politie-optreden af en stapte verontwaardigd op. Eind vorige week rolde ook het hoofd van de minister van Binnenlandse Zaken die de schuld voor het politiegeweld gaf aan diens onderminister. Deze trad vervolgens ook af, maar ontkende opdracht te hebben gegeven tot het hardhandig optreden.

De mars gaat ondertussen door. Met inmiddels nog 250 kilometer te gaan wordt de hoofdstad waarschijnlijk half oktober bereikt. Ook elders in het land houden de protesten aan.

De affaire is extra pijnlijk voor Morales omdat hij de eerste indiaanse president is van het land. Morales behoort tot het Aymara-volk. In Bolivia bestaat de bevolking voor 55 procent uit indianen en voor 30 procent uit nakomelingen van huwelijken tussen indianen en Spaanse kolonisatoren. De resterende groep beschouwt zichzelf als van oorsprong Spaans. Tot de verkiezing van Morales was het vooral deze elite die de lakens uitdeelde in de politiek.

Sinds Morales aan de macht kwam, in 2006, hebben de oorspronkelijke volkeren van Bolivia meer zeggenschap en macht gekregen. Het was ook Morales die in 2009 de collectieve eigendomsbewijzen overhandigde aan de indiaanse bewoners van het natuurreservaat, waar de weg doorheen moet lopen. De eenzijdig afgekondigde plannen voor het asfalteren van het bos moesten wel leiden tot felle protesten. Het asfalt zal, zo voorspellen de boze indianen, vooral illegale houtkappers en cocaboeren aantrekken.

Morales, die zich internationaal altijd profileerde als de grote verdediger van ‘Moeder Aarde’, is een groot voorstander van de weg. Goed voor de handel en dus goed voor het land.

Morales is nu als president geconfronteerd met de onderling tegenstrijdige belangen van economische groei en een duurzaam milieubeleid. En hij is niet de enige linkse leider in Zuid-Amerika die met dat probleem worstelt en daarbij te maken heeft met de toenemende mondigheid van de oorspronkelijke bewoners.

Tijdens de zomer moest Peru nog de bouw van een waterkrachtcentrale in de Amazone afblazen, na aanhoudende protesten van milieu-activisten en indianen. Twee jaar eerder al waren er nog hevige onlusten, nadat een mijnbouwbedrijf toestemming had gekregen aan de slag te gaan in natuurgebied.

De onlangs aangetreden president Ollanta Humala heeft daarom een beleidswijziging aangekondigd. Om toekomstige confrontaties te vermijden, ondertekende hij deze maand een wet die indianen meer inspraak geeft bij toekomstige economische projecten in hun gebieden. Of zij ook het laatste woord zullen krijgen, is echter onduidelijk.

In Peru’s buurland Ecuador is de situatie vergelijkbaar. Ook de regering van de linkse president Rafael Correia wil de economie stimuleren door onder meer mijnbouwprojecten in natuurgebieden toe te laten staan. Het levert Correia echter steeds weer botsingen op met de mensen die in die gebieden wonen. Ooit waren de indianen, een minderheid van 25 procent in Ecuador, grote supporters van Correia. Die liefde is de laatste jaren bekoeld.

Anders dan bijvoorbeeld Correia kan Morales in Bolivia het zich niet veroorloven de stem van de indianen te verliezen. Nu al staat zijn populariteit onder druk. In een reactie zei Morales vorige week dat er wellicht een nationaal debat moet komen over de weg. Ook suggereerde hij dat de lokale bevolking zich eerst in een regionaal referendum uitspreekt over het project.

Maar of dat een reële optie is, blijft de vraag. Zo’n volksraadpleging kan volgens regeringsbronnen een half jaar in beslag nemen. Delen van de weg zijn bovendien al aangelegd. Financier Brazilië heeft daarbij haast. Eerder wees het Braziliaanse ministerie van Buitenlandse Zaken er alvast fijntjes op dat de bouw van de weg voldoet aan de sociale en milieu eisen zoals die zijn vastgelegd in de Boliviaanse wetgeving. Morales staat nog steeds voor een lastige keuze.