Zoals België, maar dan echt erg

Bestaat Bosnië eigenlijk wel?

Hoeveel inwoners er zijn weet niemand, en de economie stagneert omdat de verschillende etnische groepen niet kunnen samenwerken.

Once, with 40 000 inhabitants, Dobrinja was the biggest neighborhood in Bosnia and Herzegovina.The neighborhood is settled between Mojmilo hill, former Yugoslav Army barracks in Lukavica, Sarajevo airport and area Nedjarici, the surrounding which was lethal to war life of Dobrinja and its inhabitants and it is divided by river Dobrinja that settlement was named after. Now Dobrinja is divided by Republika Srpska and the Moslim Kroation Federation.During the war 92-95 the area was exposed to heavy artillery fire for over three years.

België is niet het enige Europese land zonder leiding dat steeds uit elkaar dreigt te vallen. Ook Bosnië-Herzegovina heeft een jaar na de verkiezingen (3 oktober 2010) nog geen centrale regering.

Het belangrijkste verschil tussen de twee?

„In België komt het wel goed”, zegt Vedad Islambegovic. Want volgens de Bosnische architect zijn de Belgische perikelen verwaarloosbaar vergeleken met die van zijn eigen land.

Eigen land.

Daar gaat het al mis. Bestaat Bosnië eigenlijk wel? Veel inwoners denken van niet. Ze identificeren zich uitsluitend met het landsdeel waarin ze wonen. De Servische Republiek of de federatie van Bosnische moslims en Kroaten. Consensus tussen de drie etnische groepen is er hooguit over de Bosnische middeleeuwen, dat hele verre verleden. Vóór de invasie door de Ottomanen in de vijftiende eeuw. Vóór de bekering van vele Bosniërs tot de islam.

Over heel weinig dus.

Islambegovic, lid van architectencollectief Filter, merkt dat maar al te goed. Lokale bestuurders willen altijd hetzelfde zien: beelden van koningen te paard, ridders met geheven zwaarden, replica’s van antieke grafstenen. Want daar stoot je niemand mee voor het hoofd. Behalve dan jonge, ambitieuze stadsarchitecten.

Hij was dan ook verbijsterd toen zijn collectief onlangs een ontwerpwedstrijd won voor een beeldenpark in Zenica, een industriestad. Filter kwam niet met ridders en koningen op de proppen, maar met een spiegelpaviljoen, waar je doorheen kunt wandelen en jezelf kunt zien. Islambegovic snapt nog steeds niet waarom het stadsbestuur toehapte. ,,Misschien begrepen ze onze arrogante universele boodschap over zelfreflectie niet helemaal”, zegt hij met een grijns.

Want wat de Bosniërs in die spiegels zullen zien, is niet fraai.

Bosnië staat stil. Met Dayton, het onder buitenlandse militaire druk afgedwongen vredesakkoord, werd in 1995 weliswaar een bloedige burgeroorlog beëindigd, maar werd ook de basis gelegd voor een tot op het bot verdeelde staat. „We zijn het de afgelopen zestien jaar normaal gaan vinden dat mensen naar gescheiden scholen gaan en dat ze politiek vertegenwoordigd zijn op basis van etniciteit”, zegt Tarik Haveric, politicoloog en filosoof aan de universiteit van Zenica.

Het tegenovergestelde van een multiculturele samenleving. En dat terwijl de Bosnische moslims, Bosnische Serviërs en Bosnische Kroaten zo op elkaar lijken. Dat wil zeggen: in de ogen van een buitenstaander.

Kort na de oorlog telde alleen dat mensen elkaar niet meer afslachtten. Het land werd bestuurd door de internationale gemeenschap, met een ‘hoge vertegenwoordiger’ die als een soort koning besluiten kon opleggen. Daarna groeide de behoefte om van Bosnië-Herzegovina een echt land te maken, met uitzicht op EU-lidmaatschap.

Langzaam werd de inmenging afgebouwd en een centrale overheid opgetuigd. Dat proces staat nu vrijwel stil. Hervormingen blijven uit. Plannen om het kantoor van de hoge vertegenwoordiger te sluiten, worden keer op keer uitgesteld.

Wat gevraagd wordt, is niet eens zo veel. „Het gaat niet om het delen van elkaars huis en bankrekening”, zegt Haveric. ,,Alleen om het leven binnen dezelfde democratie, waarbinnen voor iedereen dezelfde wetten gelden.” Maar dat is al kennelijk moeilijk genoeg.

Vooral de Bosnische Serviërs en Kroaten willen niet tornen aan de in het vredesakkoord vastgelegde binnenlandse machtsverhoudingen. De politici die het felst de letter van Dayton verdedigen – en wie kan er tegen een vredesakkoord zijn? – zijn in wezen de grootste tegenstanders van staatsvorming. Het is trekken aan een dood paard, verzuchten diplomaten in achterkamertjes. Of zoals een cartoonist het onlangs uitdrukte: het motto van Bosnië is één tegen allen, allen tegen één.

Dat de huidige staatsindeling niet werkt, staat vast. Parlementsbesluiten kunnen niet met een simpele meerderheid worden genomen. Als een van de bevolkingsgroepen het ook maar ergens niet mee eens is, gaat het niet door.

Mede daarom heeft het land nog geen regering en zijn voor eventueel EU-lidmaatschap cruciale grondwetswijzingen nog niet doorgevoerd. De grondwet discrimineert nog steeds en rept alleen over Bosnische moslims, Kroaten of Serviërs.

Hoeveel inwoners Bosnië precies heeft, weet niemand. De laatste volkstelling is van 1991, van vóór etnische zuiveringen, honderdduizend doden en honderdduizenden vluchtelingen. Toen waren het er bijna 4,4 miljoen. Dit jaar had een nieuwe census moeten worden gehouden, maar die ging niet door. Niet zo vreemd: politici weten liever niet hoe de bevolking is samengesteld. Mensen tellen betekent mogelijk macht en geld herverdelen. Betekent inleveren.

Bosnië loopt economisch en bestuurlijk steeds verder achter op buurlanden in de regio, zoals Kroatië. Door onderling geharrewar dreigt het land dit jaar 96 miljoen euro aan pre-toetredingssubsidies van de EU mis te lopen, waarschuwde Brussel onlangs. Alleen naar voetbalbonden FIFA en UEFA lijkt nog echt goed geluisterd te worden. Toen Bosnië in het voorjaar geschorst werd voor internationale competities, omdat zijn nationale voetbalbond in strijd met FIFA-regels niet één maar (uiteraard) drie voorzitters had, werden meteen stappen genomen om weer aan die regels te gaan voldoen.

De Europese Commissie poogt Bosnië-Herzegovina bij de les te houden, door de Bosniërs te blijven verzekeren dat ze ooit kunnen toetreden, mits ze maar hervormen. Dat buurland Kroatië onlangs groen licht kreeg voor toetreding, is ook bedoeld als signaal naar landen in de regio: zie je wel, inspanning loont. Maar de Bosniërs zullen het zelf moeten doen, is de boodschap. Vooralsnog maakt die weinig indruk.

Volgens politicoloog Haveric zullen de verschillende etnische groepen in Bosnië nooit overeenstemming bereiken en moet de internationale gemeenschap daar ook helemaal niet op wachten. ,,Soms moet je verandering afdwingen”, zegt hij. Als Bosnische politici er niet uitkomen, moeten besluiten van buitenaf worden opgelegd, vindt Haveric. Dat kan ook. De hoge vertegenwoordiger in Bosnië-Herzegovina, sinds kort de Deen Peter Sorensen, heeft de macht om dit doen.

Zonder internationaal ingrijpen krijgen volgens Haveric de politici hun zin die aansturen op opdeling, en die de onderlinge verschillen benadrukken. Na een paar jaar stilstand kunnen die zeggen, ‘zie je wel, we hebben het geprobeerd, maar het kan echt niet. Laat ons maar uit elkaar gaan.’ Dan zou zestien jaar na de oorlog alsnog de treurige conclusie zijn dat samenleven in Bosnië niet gaat.

Is die conclusie niet al lang getrokken? Ook de jonge architect Islambegovic refereert, als hij het over zijn land heeft, alleen aan het moslim-kroatische deel waarin hij woont. Zonder nadenken. Hij vindt het verwarrend, geeft hij toe. „Alsof iemand het idee in mijn hoofd heeft gepland dat het project Bosnië-Herzegovina wel moet falen.”