Wie gelooft dat Bosnië-Herzegovina een echt land kan worden?

Een jaar geleden waren er verkiezingen in Bosnië. Maar een regering is er nog altijd niet – en niemand maakt nog vaart. Het etnisch verdeelde land is tot stilstand gekomen.

Hoeveel mensen er precies in Bosnië-Herzegovina wonen, niemand die het weet. De laatste volkstelling is van 1991, van vóór etnische zuiveringen, honderdduizend doden en honderdduizenden vluchtelingen. Toen waren het er bijna 4,4 miljoen. Dit jaar had er een nieuwe census moeten worden gehouden, maar een akkoord daarover bereiken lukt al tijden niet. Niet zo vreemd: politici weten liever niet hoe de bevolking is verdeeld over de Servische Republiek en de federatie van Bosnische moslims en Kroaten. Want mensen tellen betekent mogelijk macht en geld herverdelen.

Het illustreert de verdeeldheid tussen de drie etnische groepen. Met Dayton, het onder buitenlandse militaire druk afgedwongen vredesakkoord, werd in 1995 weliswaar een bloedige burgeroorlog beëindigd, maar werd ook de basis gelegd voor een tot op het bot verdeelde staat.

„We zijn het de afgelopen zestien jaar normaal gaan vinden dat mensen naar gescheiden scholen gaan en dat ze politiek vertegenwoordigd zijn op basis van etniciteit”, zegt Tarik Haveric, politicoloog en filosoof aan de universiteit van Zenica.

Kort na de oorlog telde alleen dat mensen elkaar niet meer afslachtten. Het land werd bestuurd door de internationale gemeenschap, met een ‘hoge vertegenwoordiger’ die als een soort koning besluiten kon opleggen. Daarna groeide de behoefte om van Bosnië-Herzegovina een echt land te maken, met uitzicht op EU-lidmaatschap.

Langzaam werd de inmenging afgebouwd en een centrale overheid opgetuigd. Dat proces staat nu vrijwel stil. Hervormingen blijven uit. Plannen om het kantoor van de hoge vertegenwoordiger te sluiten, worden keer op keer uitgesteld.

Wat gevraagd wordt, is niet eens zo veel. „Het gaat niet om het delen van elkaars huis en bankrekening”, zegt Haveric. „Alleen om het leven binnen dezelfde democratie, waarbinnen voor iedereen dezelfde wetten gelden.” Maar dat is al kennelijk al te moeilijk.

Vooral de Bosnische Serviërs en Kroaten willen niet tornen aan de in het vredesakkoord vastgelegde binnenlandse machtsverhoudingen. De politici die het felst de letter van Dayton verdedigen zijn de grootste tegenstanders van staatsvorming. Het is trekken aan een dood paard, verzuchten diplomaten.

Dat de huidige staatsindeling niet werkt, staat vast. Parlementsbesluiten kunnen niet met een simpele meerderheid worden genomen. Als een van de bevolkingsgroepen het ergens niet mee eens is, gaat het niet door. Mede daardoor heeft het land nog geen regering.

Ook zijn de voor een eventueel EU-lidmaatschap cruciale grondwetswijzigingen nog niet doorgevoerd. De huidige grondwet maakt bijvoorbeeld nog altijd onderscheid tussen Bosnische moslims, Kroaten of Serviërs.

Bosnië loopt economisch en bestuurlijk steeds verder achter op buurlanden in de regio, zoals Kroatië. Door onderling geharrewar dreigt het land dit jaar 96 miljoen euro aan pre-toetredingssubsidies van de EU mis te lopen, waarschuwde Brussel onlangs.

Alleen naar voetbalbonden FIFA en UEFA lijkt echt geluisterd te worden. Toen Bosnië in het voorjaar geschorst werd voor internationale competities omdat zijn nationale voetbalbond niet één maar (uiteraard) drie voorzitters had, werden meteen stappen genomen om aan die regels te voldoen.

De Europese Commissie poogt Bosnië-Herzegovina bij de les te houden door de Bosniërs te blijven verzekeren dat ze ooit kunnen toetreden, als ze maar hervormen.

Dat buurland Kroatië onlangs groen licht kreeg voor toetreding, is ook bedoeld als signaal voor landen in de regio: inspanning loont. Maar de Bosniërs zullen het wel zelf moeten doen, is de boodschap.

Volgens politicoloog Haveric zullen de verschillende etnische groepen in Bosnië nooit overeenstemming bereiken en moet de internationale gemeenschap daar ook niet op wachten: „Soms moet je verandering afdwingen.” Als Bosnische politici er niet uitkomen, moeten besluiten van buitenaf worden opgelegd, vindt Haveric. Dat kan ook. De hoge vertegenwoordiger in Bosnië-Herzegovina, sinds kort de Deen Peter Sorensen, heeft de macht om dit doen.

Zonder internationaal ingrijpen krijgen volgens Haveric die politici hun zin die opdeling willen, en die de onderlinge verschillen benadrukken. Na een paar jaar stilstand kunnen ze zeggen, ‘zie je wel, we hebben het geprobeerd, maar het kan echt niet. Laat ons maar uit elkaar gaan’.

Dan zou zestien jaar na de oorlog alsnog de conclusie zijn dat samenleven in Bosnië niet gaat.