Ssst. Laat mijnheer Gao vooral in de waan

Uitgerekend de Grieken werken meer uren per jaar dan elk ander Europees volk.

Waar het om draait, is wát zij in die uren uitvoeren.

Wat veel Chinezen vermoedelijk alleen maar denken, zei Gao Xiqing eind vorige maand hardop. Tijdens een debat in Washington noemde Gao de eurocrisis een ‘cultureel probleem’. „Waarom zien we geen politieke unie in Europa?”, zei hij. ,,Omdat ze in het zuiden het liefst vijf uur per dag en drie dagen in de week werken, en in het noorden liever tachtig uur.”

Applaus in de zaal van de aanwezige Chinezen. Een geschokte stilte bij de rest van het publiek. Het is even wennen. Een kwart eeuw geleden had Japan de rol van China als onstuitbaar opmarcherende wereldmacht, maar waakte het om te brallen. Japanners zijn uitermate diplomatiek. Chinezen hebben daar minder last van.

De uitspraak van Gao getuigt daarvan. En omdat hij de baas is van de machtige China Investment Corporation, met 410 miljard dollar in portefeuille, doet zijn mening ertoe. Maar heeft hij gelijk? Zeker niet.

De OESO, de club van industrielanden die als een van haar grote voordelen heeft dat zij gestandaardiseerde statistieken opstelt, heeft er materiaal over: het ‘aantal daadwerkelijk gewerkte uren per werknemer’ per jaar. Wat blijkt? Na Zuid-Koreanen werken uitgerekend de vermaledijde Grieken het meest: 2.109 uur per jaar. In Italië werken ze 1.778 uur per jaar (even veel als de Amerikanen), en dat is meer dan het OESO-gemiddelde van 1.749 uur.

Uitgerekend de Noord-Europeanen halen dat gemiddelde zo naar beneden. De Duitsers werken slechts 1.419 uur per jaar. Dat is op twee na het minste van de hele industriewereld. Nog minder dan de Duitsers werken de Noren, met 1.414 uur per jaar. En het meest relaxed zijn wij, de Nederlanders, met slechts 1.377 uur. De verhoudingen liggen dus precies andersom, mijnheer Gao.

Voor een investeerder namens de Chinese staat, met honderden miljarden onder zich, zou hij zich wat beter mogen verdiepen in het cijfermateriaal. Maar er zijn wel kanttekeningen: deeltijdwerk, populair in het Noorden, verklaart een deel van het verschil. Arbeidsparticipatie, die daar mee samenhangt, ook.

Bovenal gaat het er niet zozeer om hoe lang een werknemer aan de slag is, maar veel meer over wat hij of zij dan uitvoert. Er is, op het gevaar van overdrijving, nogal een verschil tussen een fabrieksarbeider bij Audi en een duimendraaiende ambtenaar te Thessaloniki. Het schisma in de eurozone is vooral het gevolg van een groeiend verschil in arbeidsproductiviteit. En daar is, op basis van de gewerkte uren, wel een slag naar te slaan.

Wie de totale productie, het bruto binnenlands product (bbp), van Griekenland deelt door het totale aantal gewerkte uren, komt op een bbp van bijna 25 euro per uur. Voor Duitsland is dat cijfer richting het dubbele: 45 euro per uur. En voor Nederland is het zelfs extreem hoog, met 51 euro per gewerkt uur.

Gao was dus, zoals de Amerikanen het zouden zeggen, right for the wrong reasons. Reken maar dat elke Chinees, die tachtig uur maakt bij FoxConn, uiteindelijk wil eindigen als een Duitser: korte dagen en veel vrij, terwijl ze er aan de andere kant van de wereld van overtuigd zijn dat je tachtig uur in de week klokt. Kan je het beter hebben?

Maarten Schinkel is economieredacteur van NRC Handelsblad en nrc.next.