Royston

Ja, man. Het gaat weer helemaal yo met Royston Drenthe. De voetballer met Surinaamse en Rotterdamse wortels is via Madrid en Alicante in een Engelse stad aanbeland, bij voetbalclub Everton.

Na de verloren stadsderby tegen Liverpool zocht NOS-sterverslaggever Bert Maalderink hem dit weekend op. Hoe zou het toch zijn met de praatgrage blufgozer?

We kregen beelden van de parkeerplaats van zijn nieuwe club. Maalderink vertelde dat hij het daar geschoten materiaal van 15 minuten snel zou doorspoelen. Jammer. Het was slapstick van het betere soort.

Alle wagens stonden bumper aan bumper. In het midden zag ik een adembenemend mooie, zwarte Ferrari. Ja hoor, dat was het karretje van Royston. De voetballer liep er op af en zag meteen dat hij niet weg kon.

Voor zijn Ferrari stond een rode Mini. Onuitstaanbaar. Wie durfde zo’n knullige auto voor het fallussymbool van Royston te zetten? De voetballer had het er maar druk mee. Vooruit rijden, achteruit steken, vooruit, achteruit.

Niemand leeft zo vanzelfsprekend op grote voet als Royston Drenthe. Ik was een paar jaar terug op bezoek in zijn villa, even buiten Madrid. Prachtige woning, goed bijgehouden tuin. Royston lag buiten als een grootvorst op een harembed en overzag de wereld terwijl zijn vriendin de drankjes verzorgde.

Voetballen bij Real deed hij nauwelijks. Als hij speelde werd hij uitgefloten.

„Privé was Spanje perfect, het leventje dat iedereen zou willen: altijd zon en gezelligheid”, vertelde Royston. „Maar als het om het voetballeven gaat ontbreken het vertrouwen en het woord.”

Royston doelde op zijn tweede Spaanse club, Hércules, waar men weigerde zijn salaris te betalen. Royston deed zijn mond open – zijn grootste wapen – en kreeg uiteindelijk zijn geld.

Zaterdag verloor Everton van Liverpool met 2-0. Royston mocht invallen. Hij toonde zijn dreadlockloze kapsel en een dubbele schaar.

Royston: „Ik kan zeggen dat ik een echte winnaar ben.”

Maalderink: „Maar jullie hebben verloren.”

Royston: „Inderdaad.”

Het zijn altijd ontwapenende interviews met Drenthe. Kritiek glijdt van hem af. Hij toont de lach van een quasi-onbezorgde jongen die als vanzelf de stap maakt van de armoede van Rotterdam-Zuid naar de rijkdom bij Europese clubs.

Feyenoord zit nog altijd in zijn hart. „Ik wou graag terug, maar de club heeft te maken met een moeilijke situatie.” Hij doelde op de lege kas van zijn eerste club. Hij is ooit voor 13 miljoen euro verkocht aan Real, dan kom je niet voor een grijpstuiver terug in de Kuip. Overigens had Feyenoord met Royston gisteren nooit van ADO verloren.

Het Nederlands elftal heeft Royston ook nog niet uit zijn hoofd gezet. „Ik weet dat ik de kwaliteiten heb. Op welke plek ik moet spelen? In principe zou ik overal wel willen spelen.”

Natuurlijk.

Royston weet dat hij beter passeert dan Robin van Persie, hij is sneller dan Arjen Robben, hij kopt beter dan Joris Mathijsen. Hij gaat het ons ooit allemaal laten zien.

Zijn Ferrari had inmiddels de ruimte op het parkeerterrein. Royston gaf een dotje gas. De pk’s brulden onder de motorkap. De fans keken bewonderend toe. Met zo’n auto, een dubbele schaar op het veld, een geschoren zigzaglijn in het haar; dat moest haast wel een wereldster zijn die hun club succes ging brengen.

Ja, man. Royston dacht er achter het stuur precies zo over.

Wilfried de Jong