Opgescheept met broer(s) en/of zus(sen)

Woensdag verschijnt Het Beroemde Broer en Zus Boek. 47 verhalen over onbekende broers en zussen van wereldberoemde mensen. Auteur Ingmar Vriesema is op zoek naar een Nederlands woord voor ‘broers en zussen’.

De Engelsen zeggen siblings, de Duitsers Geschwister, de Zweden hebben syskon, de Noren søsken en de Denen zeggen søskende. En de Nederlanders? Die zwijgen.

Triviaal maar waar: in het Nederlands bestaat er geen officiële term voor ‘broers en zussen’. Alleen in de jeugdhulpverlening is een noodoplossing gevonden: daar is al jaren het woord ‘brusje’ gangbaar, als aanduiding van de broertjes of zusjes van een hulpbehoevend kind. ‘Brusje’ komt ook voor in gezinsbladen als Ouders van Nu, als term voor het kind dat nog geboren moet worden.

Maar het grote publiek zwijgt, en daarmee de Van Dale ook. En dus klinkt de officiële Nederlandse vertaling van ‘siblings’ of ‘Geschwister’ pover: ‘broer(s) en/of zus(sen).’

Veel lelijker wordt het niet.

Waarom is dit? Hoe kan het dat onze buurlanden met hun zustertalen wél een containerbegrip hebben voor broers en zussen, en de Nederlanders niet? Taalkundige Nicoline van der Sijs heeft een verrassend antwoord. „Mogelijk heeft het woord wél bestaan, in het Middelnederlands. Tussen 1200 en 1500.” Van der Sijs pakt het Middelnederlands woordenboek erbij. „Hier staat het. Gesuster. Vooral in het meervoud gebruikt. Gesustere.” Ze leest een paar citaten voor van omstreeks 1350 die misschien duiden op het bestaan van het woord. Maar Van der Sijs houdt een slag om de arm: „Als het al bestaan heeft, verdween het ruim voor de zeventiende eeuw. Het woord zal te verwarrend geweest zijn. Het leek natuurlijk te veel op het puur vrouwelijke ‘gesuster.’”

De theorie is verre van bewezen, maar feit is dat ook de Duitse en Scandinavische equivalenten zijn afgeleid van ‘zus’. Harry Perridon, scandinavist aan de Universiteit van Amsterdam: „‘Geschwister’ komt van ‘Schwester’. Ook het Zweedse ‘syskon’ stamt overduidelijk van ‘syster’. En vergeet de IJslanders niet, die zeggen ‘systkini ’ als ze praten over hun broers en zussen.”

In het Nederlands heeft het woord niet mogen opbloeien. Ook een ander etymologische buitenkans hebben we onbenut gelaten: Sippe. Germaans voor ‘verwant.’ Ook in het Nederlands kwam het woord voor. Sterker: het staat ook nu nog opgetekend in de Van Dale. Sibbe = ‘de gezamenlijke verwanten.’ De Engelsen hebben de kans wél gegrepen. Zij kunnen ‘siblings’ zeggen als ze ‘broers en/of zussen’ bedoelen. En als zij praten over strijd tussen broers en zussen, dan rolt het rake sibling rivalry van hun tong. Engelstalige tekstboeken voor kinderpsychologie staan bol van die term.

Nederlanders wachtten te lang. Nadat het Germaanse ‘Sippe’ aan de overkant van het kanaal veilig tot ‘sibling’ evolueerde, raakte het woord op het Europese vasteland besmet. ‘Sippe’ paste naadloos in de rassentheorieën van de nazi’s. Het Germaanse volk, verbonden door bloedverwantschap. Sippenforschung werd een beproefd concept: een genealogische test naar raszuiverheid, uitgevoerd door het Reichssippenamt.

Al met al bleef Nederland verstoken van een goed broerzuswoord. Dat kan onhandig zijn. Een collega vertelde dat hij trefzekerder met zijn twee zussen kan communiceren dan vice versa. „Hey, zussen!” mailt hij. Hun replyaanhef: „Hey siblings!” Maar de vraag is vooral of het Nederlands zo’n term niet verdient – ook búíten de wereld van de jeugdhulpverlening. Van alle familierelaties zijn onze Geschwister immers de meest nabije. De identiteit van een individu staat niet los van die van zijn siblings. De mens zit nu eenmaal van jongs af aan met zijn syskon opgescheept.

Voor nieuwe taal is het gelukkig nooit te laat. Stuur een suggestie voor een Nederlands broerzuswoord naar info@hetberoemdebroerenzusboek.nl of ga naar hetberoemdebroerenzusboek.nl. Licht kort toe waarom het woord geschikt is. Of reageer niet, en zwijg. In alle talen.