Nieuw wereldrecord voor 80-plussers

Het NK snelwandelen over 50 kilometer was een parodie op een kampioenschap – met vijf deelnemers en twee atleten die de finish haalden. De sport wacht op „mooie vrouwen in strakke broekjes”.

tilburg nk snelwandelen 50 km fot nrc rien zilvold

Zijn nekvel was gestippeld met vliegjes, zijn hoofd getekend van zweetlijnen en zijn aderen gezwollen van woede. Lag Frank van der Gulik na negen vergeefse pogingen eindelijk op titelkoers bij het Nederlands kampioenschap snelwandelen over 50 kilometer in Tilburg, werd hij halverwege uit de wedstrijd gehaald. Het jurylid Henri Hammecher had na twee waarschuwingen vanaf zijn fiets voor een derde keer een verboden gebogen knie geconstateerd. Tja, dan is de rode kaart onvermijdelijk. Zelfs voor de leider in de wedstrijd.

Van Gulik was nooit eerder gediskwalificeerd, ook al wist hij dat zijn techniek niet conform de voorschriften is. Maar Nederlandse snelwandelaars worden doorgaans niet zo secuur gecontroleerd. Tot gisteren. En volgens de koploper alleen in zijn geval. De verontwaardigde Van der Gulik voelde zich het slachtoffer van willekeur.

„Als je zo streng jureert houd je geen deelnemer over”, foeterde hij. En rechtstreeks tot de in een verfomfaaid zwart jurypak met het opschrift ‘KNAU’ gestoken Hammecher: „Wat willen jullie dan? Een kampioen die er zes uur over doet? Heb je dan wat? Ja, een gedevalueerd kampioenschap.”

Verongelijkt beende Van der Gulik naar de kleedkamer, met in zijn armen tien ongebruikte flesjes sportdrankjes.

Van der Gulik ging gemakshalve voorbij aan de realiteit dat het NK bij aanvang al een afgewaardeerde wedstrijd was. Aan de start van de 50 km verschenen vijf deelnemers. Eén minder en het NK had reglementair niet eens gehouden mogen worden. Het startveld was een gemêleerd gezelschap mag noemen: één twintiger, één dertiger, drie vijftigers en één zestiger.

Van der Gulik zou de rechtmatige kampioen zijn geweest. Waar zijn tegenstanders of grijs of dikbuikig waren of conditioneel tekort schoten, oogde de 34-jarige inwoner van het Noord-Hollandse ’t Veld als een afgetrainde atleet. Hij had bij het verlaten van de wedstrijd niet zonder reden veertien minuten voorsprong op de nummer twee Theo Koenis (59) en ruim een half uur op de nummer drie Ton van Andel (53).

Door het uitvallen van Koenis (mijn benen waren leeg, ik merk dat ik over twee weken 60 jaar word”) en later ook de bebaarde, excentrieke Limburger Fred Röhner (61) bleven Van Andel en Dennis van Reeden (22) over. Tot hun verbazing, want conditioneel hield het niet over met die twee. Zij voelden zich verplicht door te lopen, want een nationaal kampioenschap snelwandelen zonder gefinishte atleten zou pas blamerend zijn geweest.

Maar als de jury strikt zou hebben gehandeld, hadden ook zij gediskwalificeerd moeten worden, want met snelwandelen had hun laatste 20 kilometer weinig te maken. Puffend, steunend en amechtig hijgend bereikten zij net binnen de zes uur de eindstreep. Van Andel werd tot zijn verrassing Nederlands kampioen in 5.54,58 uur, op vijf minuten gevolg door Van Reeden.

Een podium met slechts twee snelwandelaars, een eindtijd van niks – ter vergelijking het Nederlands record van Jan Cortenbach staat al 26 jaar 4.15,29 – zo armoedig was het NK gisteren in Tilburg. Het was een parodie op een kampioenschap van een sport waarvoor de hedendaagse jeugd zijn neus ophaalt.

Lopen met gestrekte benen zonder het contact met de grond te verliezen is niet sexy. „Hoewel, als mooie vrouwen in strakke broekjes zouden snelwandelen wordt het echt leuk om naar te kijken”, zegt organisator Ad Leermakers lachend. De werkelijkheid wilde dat in Tilburg meer lillend dan strak vlees heupwiegend voorbij kwam.

De vergrijzing van het snelwandelen is een volgens betrokkenen zorgwekkend. Koenis: „Dat doet zeer. Mensen willen wel wandelen, maar niet verplicht worden om aan die twee regels van het contact met de grond en het gestrekte been te voeldoen. Ik heb al eens overwogen te stoppen, maar zo lang dat aangename gevoel om te snelwandelen niet verdwijnt ga ik maar door. Maar nu ik over twee weken zestig jaar word, merk ik steeds sterker mijn fysieke beperkingen. En om nu te zeggen dat de ambiance bij het NK uitnodigend is. Niet echt. Ik heb wel eens de Dam tot Damloop als snelwandelaar gelopen. Dan word je tenminste aangemoedigd. Wel zo gezellig.”

Ad Leermakers, die zich heeft toegelegd op afstanden boven de 100 kilometer, noemt snelwandelen minder belastend dan hardlopen. „Daar klapt bij elke stap drie keer het lichaamsgewicht op je voeten. Als snelwandelen slecht voor je gewrichten zou zijn, had ik al lang klachten moeten hebben. Ik ben 60 jaar, heb meer dan 100.000 kilometer gelopen en heb geen centje pijn. Het heupwiegen slecht voor de gewrichten? Ben je gek, dat is souplesse. Als je de grond niet mag raken en één been gestrekt moet zijn, kan de kracht alleen vanuit je heupen komen. Voor mensen die niet graag hardlopen is snelwandelen een mooi alternatief”, weet Leermakers.

Snelwandelen kan tot op hoge leeftijd beoefend worden, daarin heeft Leermakers gelijk. Want in de marge van de strijd om de titels werden gisteren in Tilburg twee opmerkelijke records gevestigd. Achter Sandra Maas, de kampioene op de 10 km voor vouwen, brak Marleen Radder met 1.05,09 het Nederlands record voor zestigplussers.

Maar het kon nog gekker. De Belg Robert Schouckens (83) brak het wereldrecord voor tachtigplussers. Hij was de eerste tachtiger die na 50 kilometer snelwandelen onder de zeven uur bleef. De nieuwe wereldrecordtijd staat nu op 6.56,37.