Nasrdin leek het Kalf te willen smelten

Vrijdag heb ik naar de uitreiking van de Gouden Kalveren gekeken, louter om de veertig seconden tussen de bekendmaking en het moment dat de winnaar weer van het podium wordt gebonjourd: de acceptance speeches.

Ik heb menig mooie zomeravond verkwanseld met het terugkijken van het ene na het andere oude Oscarfilmpje. Het geven van een goede speech is namelijk niet erg makkelijk: zodra iemands naam wordt omgeroepen, lijkt het of de betreffende persoon onzichtbaar wordt geïnjecteerd met een grove cocktail van partydrugs. Waarna hij of zij voor een microfoon een praatje mag houden – terwijl duizenden mensen in stilte toekijken.

De verschillende soorten drugsroezen op het podium zijn goed te herkennen:

de emotionele roes. Deze mensen hebben alle schaamte laten varen, huilen tranen met tuiten en houden hun prijs vast met dezelfde intensiteit als Gollem de ring omklemde. Dit zijn de mensen die je op een feest in een hoek ziet zitten, terwijl ze aan een willekeurige vreemdeling snikkend vertellen hoeveel hun vorige vriendin van hen hield.

de actief-euforische roes. Zij rennen naar het podium, tillen daar de presentatrice tegen haar zin in de lucht, gillen iets in de microfoon en gooien daarna de prijs in de lucht. Op een feest zijn dit de mensen met wie je eerst vrolijk meedoet aan hun wilde dans, maar om wie je je zorgen gaat maken als ze om tien uur ’s ochtends nog steeds wild aan het dansen zijn.

de praatgrage roes. Dit zijn de mensen die de luttele minuten weten op te rekken tot een gevoelstijd van een decennium, waarin ze maar door ratelen over hun neef, hun fans, de autistische kat van de buren en de porseleinen theemokken, die ze allemaal zó gráág willen bedanken. Dit zijn de mensen waar je op een feest niet naast terecht wil komen.

de wartaalroes. Deze mensen willen ook graag iets zeggen, maar in hun hoofd buitelen de woorden over elkaar heen en kunnen ze alleen maar denken: ‘Mama? Is dat echt een woord? Ma-ma. Ma-ma. Mamamamamama. Nee hoor, dat ga ik niet hardop zeggen, ik lijk wel gek.’ Zij stotteren daarom maar wat, en vertrekken weer. Ook op een feest is dit geen pretje, wanneer je de hele avond enkel blikken vol medelijden oogst.

Tijdens deze editie van de Gouden Kalveren was er één speech die er bovenuit stak: die van Nasrdin Dchar. Hij combineerde alle drugscategorieën: hij bestormde het podium, leek het Kalf in zijn greep haast te willen smelten en nam veel meer tijd dan werd gegeven.

Maar waar je een chaotische overdosis zou verwachten, was zijn speech juist oprecht en ontroerend: een verhaal uit het hart, terwijl zijn ouders huilend toekeken. Hoewel het plezierig is om iemand in zijn roes te zien stuntelen, is het soms nog mooier om geraakt te worden. Het is een filmpje waar een zomeravond het tegen af zal leggen.

Renske de Greef