Liever historie dan Holland

De Maand van de Geschiedenis is begonnen. Voor de vijfde keer wordt de Libris Geschiedenis Prijs uitgereikt. Hoe goed zijn de vijf nominaties? Waarom gaan ze amper over Nederland? En welke boeken werden over het hoofd gezien, volgens tien vooraanstaande historici?

Buitenland gaat boven binnenland. Wie kans wilde maken op een plaats op de shortlist van de Libris Geschiedenisprijs 2011, had het afgelopen jaar het best een geschiedenisboek over een onderwerp in het buitenland kunnen schrijven. Weliswaar gaan drie van de vijf genomineerde boeken over Nederlanders, maar dan wel over hun belevenissen in verre streken. Het is alsof de jury van de prijs voor het beste geschiedenisboek dit jaar Nederland, waarover de afgelopen jaren vaak is beweerd dat het naar binnen is gekeerd, een spiegel wil voorhouden. Trek er op uit, is de boodschap van de shortlist, kijk over de grenzen heen en blaas onze oude, verdwenen VOC-mentaliteit weer nieuw leven in.

En ook: wees niet bang voor Europa. Een vierde genomineerde boek, Het gevecht met Leviathan (Bert Bakker, €29,95) is namelijk geheel Europees en bijna compleet buitenlands. Geschreven door een buitenlander, de Belgische historicus Emiel Lamberts, heeft het een grotendeels buitenlands onderwerp, de internationale politiek in het 19de-eeuwse Europa, en een Europeaan (een Duitser die Oostenrijker werd) als hoofdfiguur: de diplomaat Gustav von Blome (1829-1906). Heel knap en vloeiend heeft Lamberts de biografie van Blome verweven met de opkomst van een internationale christelijke beweging in Europa. Die wilde niet alleen een alternatief wilde zijn voor socialisme en liberalisme, maar verweerde zich ook tegen ‘Leviathan’ , de almachtige staat.

Het enige door en door Nederlandse boek is Koninkrijk vol Sloppen (Bert Bakker, € 29,95) van de Groningse hoogleraar architectuur- en stedenbouwgeschiedenis Auke van der Woud. Maar ook dit gaat eigenlijk over een ver land. Want niet alleen zijn de sloppen, stegen en krotten waaruit de Nederlandse steden in de 19de eeuw voor een groot deel waren opgebouwd, al lang verdwenen, maar ook waren ze, toen ze nog bestonden, voor gegoede kringen een onbekende wereld, een soort buitenland waar ze nooit kwamen. Koninkrijk vol sloppen is een verbijsterende helletocht door de drek van de 19de-eeuwse stad die, en passant, twee Nederlandse mythes sloopt. De legendarische Nederlandse properheid was ver te zoeken in de 19de eeuw, zo laat Van der Woud zien, en de Nederlandse cultuur was toen ook niet burgerlijk: de meeste Nederlanders woonden in sloppen en waren onvervalste proletariërs.

Abonnees kunnen het hele artikel hier lezen.