Hun eerste schooldag in Kunduz zit erop

De Nederlandse marechaussee is begonnen met het opleiden van politierekruten in Afghanistan. Het viel niet mee een klas samen te stellen. In Afghanistan is vooral behoefte aan grenspolitie, een paramilitaire organisatie. „Daar mogen wij van de regering niks mee te maken hebben.”

De dertig politiemannen die voor het eerst in de schoolbanken zitten hebben hun vaalblauwe uniformen van de Afghaanse lokale politie moeten inruilen voor een groen pak. Ze werken al als agent in de districten van de provincie Kunduz, maar hebben daar nooit een opleiding voor gekregen. De meesten zijn überhaupt nooit naar school geweest. Daarom zitten zij sinds zaterdag in de klas bij Ron Stobbelaar (50) en zijn collega van de Nederlandse marechaussee.

In het lokaal met wit gestuukte muren en houten schoolbanken wordt de mannen, met hulp van een tolk en een Afghaanse trainer van de politieacademie in Kabul, de komende twee maanden onder meer bijgebracht hoe ze iemand moeten arresteren of met explosieven omgaan.

Omdat maar vijf van hen kunnen lezen en schrijven, gebeurt dat met tekeningen op het schoolbord, praktische demonstraties en situaties die worden nagespeeld met Playmobil-poppetjes. Op de eerste dag wordt streng verteld wat de regels zijn (geen drugs, licht uit om tien uur ’s avonds) maar worden de agenten er ook op uitgestuurd om hun ondervragingstechnieken uit te proberen op mensen die op het trainingskamp werken, zoals de kok en de beveiligers.

„We willen hun zoveel mogelijk opdrachten geven waarbij ze ondervinden hoe belangrijk het is om goed met hun gemeenschap om te gaan”, zegt Stobbelaar. „Om geen onnodig geweld te gebruiken, en de straat op te gaan in plaats van in hun ivoren toren te blijven zitten.”

Afgelopen zaterdag is de Nederlandse marechaussee begonnen met de achtweekse basiscursus voor politierekruten in Kunduz. Al is de eerste, en voorlopig enige, klas gevuld met mannen die al als agent werken. Tot een week geleden leek het er op dat de twintig Nederlandse marechaussees die voor deze cursus naar Noord-Afghanistan zijn gestuurd, zouden terugkeren zonder ook maar één agent op te leiden.

De Nederlandse regering heeft precies afgebakend wie de marechaussee wel en wie niet mag opleiden. Van welke politieorganisatie de rekruten precies zijn tot de plek waar ze uiteindelijk aan het werk gaan, het is allemaal in Den Haag vastgelegd. „Het had weinig gescheeld of we hadden deze periode helemaal geen klas gehad”, vertelt Stobbelaar.

De Nederlandse marechaussees hebben de afgelopen maanden meegekeken hoe Duitse politiemannen hier sinds vorig jaar lesgeven. En ze hebben meegewerkt aan het curriculum voor de opleiding die is uitgebreid van zes naar acht weken. Maar bij gebrek aan eigen leerlingen slijten zij – op Stobbelaar en zijn collega na – hun laatste weken in de Noord-Afghaanse provincie binnen de poorten van het Duitse legerkamp: een afgeschermde hoogvlakte, volgestort met grind, waar tweeduizend militairen, politietrainers en diplomaten uit verschillende landen verblijven in tenten en containers met airconditioning. Waar dagelijks Duitse vissticks of schnitzels op het menu staan, met ingevlogen pudding toe.

Op eigen houtje naar buiten gaan is te gevaarlijk. Bij twee aanslagen in de provincie vielen zaterdag nog zes doden. En zelfs in de relatief rustige Kunduz-stad worden met enige regelmaat bermbommen aangetroffen.

Volgens het mandaat dat het minderheidskabinet in januari van de Tweede Kamer kreeg, mag Nederland maar een heel beperkte groep Afghaanse agenten opleiden. Marechaussees mogen alleen lesgeven aan agenten van de lokale politie, de zogeheten Afghan Uniformed Police, en niet aan anderen, zoals bijvoorbeeld de grenspolitie, de Afghan Border Police. Het achtweekse lesprogramma is voor beide groepen exact hetzelfde, maar zelfs meekijken bij lessen aan de grenspolitie was verboden. De grenspolitie heeft in Afghanistan een nog slechtere reputatie dan lokale agenten.

Stobbelaar: „De grenspolitie is een paramilitaire organisatie. Daar mogen wij van de regering niks mee te maken hebben. Maar marechaussees zijn natuurlijk ook paramilitairen.”

Bovendien is de voornaamste taak van de marechaussee in Nederland het bewaken van de grenzen, bijvoorbeeld op Schiphol. „Dit toont dat het mandaat beperkend werkt, want wij zouden de grenspolitie als geen ander kunnen verbeteren.”

De Afghaanse regering heeft vooral behoefte aan grenspolitie. Voor oktober en november waren voor het trainingscentrum vier klassen met agenten van de grenspolitie samengesteld. „Toen is door Nederland alles in het werk gesteld om hier toch nog gewone agenten te krijgen”, weet Stobbelaar. Pas een week geleden hoorde hij dat die ook zouden komen.

„Nederland maakt het ons wel lastig”, zegt Bernd Schuhmann, plaatsvervangend hoofd van dit Duitse opleidingscentrum. Hij bedoelt dat het Nederlandse mandaat knellend werkt.

De politietrainingsmissie in Kunduz is alleen bedoeld voor agenten die gaan werken in die provincie, zo besloot de Nederlandse regering. Tot de komst van de Nederlanders zaten in de klassen die de Duitsers geven studenten uit het hele land door elkaar.

De dertig politiemannen – vrouwen krijgen hier in de toekomst apart les – die afgelopen weekeinde aan hun cursus zijn begonnen, kunnen nu twee weken genieten van de eerste opleiding in hun leven en hun luxe onderkomen voor de komende twee maanden. Schuhmann: „Voor velen is het de eerste keer dat ze stromend water zien en drie maaltijden per dag te eten hebben.”

Volgend jaar moet het trainingskamp onderdak bieden aan zestien in plaats van de huidige vier klassen waarin Duitse agenten en Nederlandse marechaussees lesgeven. Stobbelaar vraagt zich echter af of er genoeg rekruten zullen zijn om de klassen te vullen die aan de expliciete eisen van het huidige Nederlandse mandaat voldoen.

„Als er op een gegeven moment voldoende lokale agenten in Kunduz zijn, kun je er toch moeilijk nog vijfhonderd aannemen omdat Nederland dat wil. Waarom zou je de doelgroep dan niet uitbreiden?”