Helden groeien in je hoofd

Pippi is met pensioen. Harry Potter heeft zelf kinderen. Tijd voor nieuwe, kwetsbare helden van het kinderboek.

Wat de Gouden Griffel-jury ook beslist, Dissus zou de held van de komende Kinderboekenweek moeten zijn. Dissus, de polderversie van de Odyssee in vrij vers van Simon van der Geest, is een kanshebber voor de Griffel 2011 en sluit ook nog eens naadloos aan bij het thema van de Kinderboekenweek: ‘Superhelden – over dapper durven zijn’. De Griffel wordt morgen uitgereikt tijdens het Kinderboekenbal.

Dissus is een echte kinderboekenheld van nu: een spriet, een niemand. Eerst wordt hij nog vernederd door de ‘Grote Jongens’ in het zwembad, vervolgens verdwaalt hij met een groep vrienden en dan trotseert hij homerische ontberingen. In de polder dus. Slootje springen, een vlot bouwen, ontsnappen aan een boze boer (met één oog) – dat werk.

Dissus durft dapper te zijn, maar dat maakt hem nog geen superheld. Van een superheld mogen we meer verwachten. Liefst kan hij vliegen, of toveren, in elk geval beschikt hij over superkrachten om het kwaad af te wenden. Een superheld is nooit bang én durft tegendraads te zijn. Heeft hij dat, ja, dan raken de lezers in vervoering.

Onwillekeurig dwalen onze gedachten af naar kinderboekhelden uit de vorige eeuw. Pippi, die een paard tilt op haar pink. Tiuri, die een brief moet bezorgen bij de koning. Ronja, de onverschrokken roversdochter. Zij zijn inmiddels behoorlijk bejaard. Pippi zag het licht in 1945 en heeft de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. Harry Potter (als tiener ter wereld gekomen in 1997, nu ver in de twintig) komt nog het dichtst in de buurt van een hedendaagse, klassieke superheld. Maar na zeven boeken en acht verfilmingen is Voldemort nu echt verslagen en zijn kinderen toe aan een nieuwe held.

In dat geval we kunnen niet om Geronimo Stilton heen. In de tientallen razend populaire boeken durft deze muis op avontuur te gaan en zijn angsten te overwinnen. Maar een superheld is hij niet. Niet alleen omdat hij niet kan vliegen: hij is een bange muis. Maar voor duizenden lezers is hij een held. Als er op een signeersessie een figuur in een twee meter hoog pluchen muizenpak opduikt tussen de kinderboekenschrijvers, is dat de grootste attractie. Het geheim van zijn heldenstatus? De Stilton-boeken zijn licht verteerbaar door de combinatie van tekst, getekende tekst en plaatjes.

Maar het hoeft niet allemaal aangevuld met plaatjes. Beter van niet, zelfs. Echte superhelden, echte helden uit boeken, groeien in je hoofd. Daar nemen ze een eigen vorm aan, krijgen een eigen uiterlijk en gaan opeens tegen je ratelen. Linus, de hoofdpersoon in Mister Orange van Truus Matti, voert hele gesprekken met Superman, terwijl hij over de straten van Manhattan draaft. Superman is een imaginaire vriend, die tot onverschrokkenheid inspireert, een nieuwe versie van de gouwe ouwe held. Tegelijk is Superman hier een tikkeltje minder de alleskunnende strijder van weleer. „Sinds wanneer moet een superheld zijn best doen een gewone jongen bij te houden?” zegt Linus als hij net genoeg adem kan vinden. „Een bóze jongen.” Superman hijgt net zo hard als Linus. „Volgens mij hebben die superkrachten.” Hij leunt tegen een lantaarnpaal. „En oké, misschien ben ik even iets minder in vorm. Ook superhelden hebben wel eens een slechte dag.”

Een moderne superheld is meestal een man, dat wel, maar een gevoelige man. Hij heeft een soft spot, onvoldoende longinhoud, is kortom lekker menselijk. Superman in Mister Orange repareert zelf zijn pak met naald en draad als hij eventjes gehavend uit de Tweede Wereldoorlog komt. Een superheld van nu durft zijn kwetsbare kant te laten zien.

Benny Lindelauf gaat nog een stap verder. De jonge Immo uit zijn boek Superhelp! is de aandoenlijkste superheld. Zijn ouders redden mensen uit brandende huizen. Zelf kan hij vliegen, hij heeft superogen en -oren en hij eet ’s morgens honderd boterhammen met kaas en vier dozen eieren. Maar omdat hij nog niet weet wat zijn persoonlijke superkracht is, is hij nog wat huiverig in de uitvoering van zijn heldendom. Uiteindelijk blijkt zijn superkracht onzichtbaarheid te zijn. Niks krachtpatserij of machtsvertoon.

Een superheld anno 2011 is niet noodzakelijk een stoere man, hij heeft bijna iets te menselijke trekjes. Of zoals Benny Lindelauf een superheld in zijn boek laat zeggen: „Alle superhelden houden van lindebloesemthee.”

Marieke van Twillert Thomas de Veen