Heeft het kraakverbod geleid tot minder kraken?

Amsterdam blijft de favoriete kraakstad, maar eigenlijk is er voor en na oktober 2010 niet veel veranderd. Want hoewel het Openbaar Ministerie het kraakverbod handhaaft, kan het alleen ingrijpen met een ontruiming als de eigenaar van het pand aangifte doet van de kraak. En als er wel aangifte wordt gedaan, maar de eigenaar nog geen nieuwe plannen heeft met zijn pand, komt de ontruiming onderaan de prioriteitenlijst van de politie. Reden: een pand zonder nieuwe bestemming wordt binnen no time herkraakt.

Bovendien heeft het Haagse gerechtshof eind vorig jaar bepaald dat ontruimingen van tevoren moeten worden aangekondigd. Krakers kunnen dan een kort geding aanspannen tegen de ontruiming. Het kan overigens zijn dat de Hoge Raad deze plicht om van tevoren aan te kondigen eind deze maand alsnog afschiet; de Nederlandse staat probeert via die weg het besluit van de Haagse rechter ongedaan te maken.

Het tegengaan van kraken is dus maar tot op zekere hoogte een zaak van de gemeenten. Die hebben niet per definitie een probleem met krakers. Sterker nog, Utrecht baalt van het kraakverbod. Zo zei de Utrechtse wethouder wonen Harrie Bosch (PvdA) eerder: „De gemeenteraad wil geen heksenjacht op krakers. Utrecht heeft namelijk ook profijt van kraken. Bij gebrek aan betere instrumenten kan kraken een nuttig middel zijn tegen leegstand.”

De woordvoerder van Bosch bevestigt nu dat de gemeente daar nog hetzelfde over denkt. De gemeente wil volgens haar vooral kijken of er sprake is van een onveilige of onwenselijke situatie. Volgens de woordvoerder is er namelijk wel sprake van gedogen: „Nu zitten we in een gedoogsituatie waarin we niet kunnen controleren op veiligheid. Officieel plegen de krakers namelijk een strafbaar feit.”

Als de gemeente wel zou controleren op veiligheid, dan zou dat betekenen dat de overheid meewerkt aan overtreding van de wet.