Hard werken op school is al heel lang voor mietjes

Hoe komt het dat jongens op school slechter presteren dan meisjes? Hersenen, feminisering, Nieuwe Leren?

Onzin – ze doen gewoon niet genoeg hun best.

Het is een van de spectaculairste revoluties van de voorbije decennia – in het onderwijs hebben meisjes hun achterstand niet alleen goedgemaakt, maar omgebogen tot een solide voorsprong. Jongens zijn een probleem geworden. De zoektocht naar de oorsprong van dit probleem is begonnen. Zo stelde voorzitter Wim Kuiper van de Besturenraad, vereniging van christelijke schoolbesturen, voor om de seksen in het onderwijs te scheiden. Toch lopen bijna alle sporen tot dusver dood.

Neem het spoor van tragere hersenontwikkeling van jongens. Deze ontwikkeling heeft jongens nooit belemmerd om tot zo’n vijftien jaar geleden juist veel beter te presteren dan meisjes. In de tussentijd zullen de hersenen van jongens niet dramatisch zijn veranderd. Of neem het spoor van het gebrek aan meesters. Als het hieraan ligt, is het raar dat jongens het in het volledig gefeminiseerde basisonderwijs niet slechter doen dan meisjes en ze het in het voortgezet onderwijs, waar mannelijke leraren meer zijn dan een zeldzame diersoort, duidelijk laten afweten. Het spoor van het Nieuwe Leren levert evenmin veel op. Als het hieraan ligt, moeten jongens het beter doen in landen en op scholen waar meer traditionele lesmethoden worden gebruikt. Dit is niet het geval.

We hoeven geen ingewikkelde sporen te volgen. Jongens doen gewoon niet genoeg hun best.

In 2004 toonde een Vlaams onderzoek dat opstandigheid van jongens het probleem is. Met deze opstandigheid kunnen ze populair worden onder leeftijdsgenoten, maar de keetschopper betaalt – met slechtere schoolprestaties – een hoge prijs voor deze populariteit. Als jongens en meisjes een vergelijkbare sociale achtergrond hebben en even hard werken, concludeert het rapport, dan presteren de seksen even goed.

Wordt luiheid, onverschilligheid en dwarsheid van jongens dan niet veroorzaakt doordat het hedendaagse onderwijs veel meer is toegesneden op de talenten van meisjes? Zeker niet. De crux is de wijdverbreide en oude cultuur waarin het wordt weggehoond als je goede cijfers haalt en geliefd bent bij leraren.

In de lagere schooltypen resulteert dit vaak in schoolvijandigheid. Jongens kunnen oprecht trots zijn op onvoldoendes. In de hogere schooltypen ligt het genuanceerder. Toen ik op de middelbare school zat, in de jaren zeventig, voelden mijn medeleerlingen en ik beslist niet zo’n weerzin jegens de school. Goede rapportcijfers waren een reden om trots te zijn, maar het was de kunst om met een minimale inspanning een maximaal resultaat te halen.

Deze houding werkt alleen als ze meer is dan buitenkant. Je moet niet alleen nonchalant ogen, maar het echt zijn. Uit onderzoek naar de hoeveelheid tijd die wordt besteed aan het maken van huiswerk blijkt dat jongens per dag zo’n twintig minuten minder wijden aan hun huiswerk dan meisjes.

Het aanzien dat door deze nonchalance werd verkregen, was er een van de aangewaaide intelligentie; van de prestatie zonder transpiratie. Zulk gedrag is niet typisch voor hedendaagse jongens of van middelbare scholieren uit de jaren zeventig, maar was al evenzeer te vinden bij jongens van adel uit het Engeland van de zeventiende en achttiende eeuw. Historici schrijven deze houding van effortless achievement toe aan een typisch aristocratische mentaliteit van neerkijken op hard werken en aan de mythe van de natuurlijke intelligentie van jongens. Ik denk hier anders over. Je kunt deze houding bij zeer veel jongens aantreffen met een iets meer dan gemiddelde intelligentie, ongeacht de tijd waarin ze leven of de maatschappelijke klasse waarvan ze deel uitmaken.

Het bijna universele verzet tegen hard werken komt voort uit groepsdruk bij jongens. Hard werken is iets voor mietjes. Jongens die erg hun best doen, laden de verdenking op zich de leraren altijd te gehoorzamen. Vlijtigheid is een vorm van verraad, een signaal dat iemand zich afkeert van zijn jongensvrienden en zich probeert in te likken bij machthebbers, in dit geval de leraren. Luiheid is de gedragscode van het verzet tegen de heersende machten op school.

Lang is dit jongensgedrag zonder gevolgen gebleven. Met al hun dwarsheid kwamen ze er toch wel. Serieuze concurrentie van meisjes hadden ze niet te dulden. Die waren immers niet ‘voorbestemd’ om door te leren.

Maar sinds dit allemaal is omgeslagen en het voor meisjes volstrekt normaal is geworden om het onderste uit de kan te halen, zijn de nadelen van de werkhouding van jongens scherp aan het licht gekomen. Meisjes maken elkaar onderling niet af als ze erkennen dat ze hard hebben gewerkt voor een proefwerk. Ze beschouwen het ook niet per se als iets verachtelijks om in een goed blaadje te staan bij de leraren. Dan delven jongens, zeker nu een wedren is ontstaan op de hogere opleidingen, gemakkelijk het onderspit.

Kan gescheiden onderwijs de prestaties van jongens verbeteren? Hiervoor valt iets te zeggen. Jongens willen graag cool zijn. Dit betekent vooral: anders dan meisjes. Als het voor meisjes heel gewoon is om hard te werken, wordt het voor jongens stuitend om dit ook te doen. Als er geen meisjes in de buurt zijn om je tegen af te zetten, zal de afkeer van ijver iets worden verzacht. Dit blijkt op jongensscholen in de Verenigde Staten en in Engeland, waar de traditie van gescheiden onderwijs nooit helemaal is verdwenen. Natuurlijk is dit propaganda en is er weinig wetenschappelijk bewijs dat het zo werkt. Toch denk ik dat er meer variatie in gedrag van jongens kan ontstaan als meisjes ontbreken. Om te weten of het zo uitpakt, is het zeker de moeite waard om te experimenteren met vormen van seksesegregatie in het onderwijs.

Toch zou ik hiervan niet alles verwachten. De groepsdynamiek van jongens in de puberleeftijd verandert niet zomaar. Meisjes geven hun voorsprong niet meer uit handen. We kunnen maar beter rekening houden met de opstandigheid van jongens. Het belangrijkste is dat ze binnenboord blijven, dat ze een opleiding volgen die is afgestemd op hun talenten en dat ze die opleiding voltooien, al is het met zittenblijven. Het is zaak om zoveel mogelijk aan schadebeperking te doen, in afwachting van betere tijden. De versmade zesjescultuur in het onderwijs komt daarbij nog van pas.

Vroeg of laat slagen de meeste jongens erin hun lamlendigheid te overwinnen. Dan ontdekken ze iets waarin ze heel goed willen worden. Hun afkeer van hard werken verdwijnt en slaat om in het tegendeel – mannen die louter leven voor hun werk. Dit is weer een ander verhaal.

Koos Neuvel is publicist en auteur van het boek ‘Waarom jongens geen meisjes zijn’ (L.J. Veen, 2006).