Geheimtaal is mijn redding

Sophie van der Stap kreeg kanker en schreef in 2006 de bestseller Meisje met negen pruiken over haar ziekte.

Zij woont nu in Parijs en schrijft voor nrc.next om de week over het theater van de mensen in een grote stad.

In het buitenland sta je er letterlijk buiten. Je begrijpt niet alles, maar je hebt ook niet altijd zin om alles te begrijpen, daarvoor ben je immers weggegaan. Soms baal je, iedereen heeft zichtbare lol en jij begrijpt niet waar de lol vandaan komt, maar meestal vind je het wel goed zoals het is: het merendeel is toch maar ruis.

Je knikt dus her en der wat mee, bewust of onbewust observeer je meer dan dat je meedoet. Zelfs na drie jaar, als aankomen op het Gare du Nord aanvoelt als thuiskomen, en die bekende zucht van opluchting die daarbij hoort aan je longen ontsnapt.

Later, tussen de mensen, ben je nog altijd de buitenlander. Met het prettige voordeel dat je, bij het passeren van iemand met een wat twijfelachtig voorkomen, dingen als ‘Goh ik wist niet dat ze hier ook koeien houden’ hardop kunt zeggen, zonder dat iemand je een vernietigende blik toewerpt. Ook kun je je schaamteloos en nog altijd even hardop afvragen of de oude man naast je de grootvader, de vader of de gerontofiele hobby van het meisje schuin tegenover je is.

Kortom, je kijkt een beetje vanaf de zijlijn toe en dat gaat bijna altijd goed, totdat je op een vervelend moment naar jouw persoonlijke mening gevraagd wordt. Maar ook dan kun je schuilen in de beschermende jas van de buitenlander, in de wat onhandige charme die gratis bij het buitenlandersschap komt. „Pardon, je ne vous ai pas entendu.”

Niet alle buitenlanders hebben dit voorrecht. De wereld wordt kleiner, steeds meer mensen spreken steeds meer talen. Als Engelse, Spaanse en zelfs als Duitse, Russische of Italiaanse moet je tegenwoordig overal op je woorden passen. Als Nederlandse kan je echter maar weinig gebeuren als je je Franse buurman met ‘Schuimmarcheerder’ aanspreekt. Uiterst praktisch voor een schrijfster die overal waar ze komt notities maakt. (Man met het hoofd van een biljartbal aanhouden voor personage 3, vrouw met lijf van een uitgeperste citroen en eksterogen gebruiken voor personage 5).

Jawel, wij Nederlanders hebben het speciale voorrecht een taal te spreken die de moedertaal is van maar 23 miljoen mensen. Deel 7 miljard door de pak ’m beet 30 miljoen mensen die onze taal beheersen en een simpele rekensom later weet je dat ongeveer 0,0042857143 procent van de wereldbevolking je kan verstaan. Het moet je dan ook verbazen dat het Woordenboek der Nederlandse Taal het grootste woordenboek ter wereld is en uit veertig dikke boeken bestaat. Of dat er in onze taal volgens Cornelis Kruyskamp, voormalig hoofdredacteur van Van Dale, in alle tijden meer dan 2 miljoen woorden gebruikt zijn. (Bron: Taaluniversum).

Desondanks doet 0,0042857143 procent zeer vermoeden dat onze taal het uitsterven nabij is. Enigszins moeilijk te verteren voor iemand die zich op Koninginnedag van top tot teen in het oranje steekt en van andere Hollandse paradepaardjes (de bitterbal, het andijvie-stamppotje, de bakfiets) geen genoeg kan krijgen, maar voor een Hollander in het buitenland een godsgeschenk. Het maakt ons niet alleen charmant, maar ook ongrijpbaar, onaantastbaar misschien zelfs.

Terwijl de man met het hoofd van een biljartbal zonder enig vermoeden zojuist mijn literaire aspiraties heeft gehaald, en daar niet geheel genadeloos wordt uitgekleed, schenkt hij me nog een glas Brouilly in. Eigenlijk mag dat niet, zegt hij; oesters met rode wijn. Maar goed, ik ben une Hollandaise, het wordt door de vingers gezien. Sterker nog, Biljartbal vindt het wel charmant.

Ach heerlijke bijkomstigheid.

Uitgeperste citroen kijkt met een blik waar ik afkeur in denk te bespeuren, toe. „Tu écris sur nous?” Haar priemende eksterogen kijken me wantrouwend aan, ze heeft me door, natuurlijk heeft ze me door, maar ach, ik ben une Hollandaise, sta er buiten en begrijp het toch niet.

„Encore un brouilly?”

Sophie van der Stap (28) schrijft de komende weken op deze plek vanuit Parijs. Later zal zij ook de steden Hamburg, New York en Shanghai bezoeken.