Fonkeling van derde ster is verdwenen

Het landskampioenschap bracht Ajax weer in hogere sferen. De club staat nu weer met beide benen op de grond. Het verlies in Groningen is niet het eerste signaal dat euforie misplaatst is.

Hij kan nog wel eens een loden last worden, die derde ster op het shirt van Ajax, met dank aan dertig landstitels. Zoals Ronald Koeman ooit wekelijks worstelde met een potsierlijke ‘1’ op zijn Ajaxstropdas, na het kampioenschap van 2004. Een half jaar later was Koeman de regie volledig kwijt. Ajax moest zeven jaar wachten op nieuw succes.

De euforie rond de dertigste landstitel van Ajax, afgelopen voorjaar, kende geen grenzen in Amsterdam. De lyrisch bezongen derde ster stond voor het nieuwe Ajax, dat na jaren van frustraties over de hegemonie van ‘de provincie’ eindelijk weer was waar het thuishoort: als trotse landskampioen in de Champions League. Oud-speler Frank de Boer kreeg als coach alle lof toegezwaaid.

In al dat feestgedruis was snel vergeten dat Ajax kort daarvoor nog in de eigen Arena grote delen van de wedstrijd te kijk was gezet door Excelsior, dat het Europees kansloos was uitgeschakeld door Spartak Moskou, en dat de concurrentie in de eredivisie wel erg veel puntenverlies had geleden. De honger naar succes maakte blind. En Frank de Boer, zo blijkt uit de statistieken, presteert niet beter dan zijn bekritiseerde voorganger, Martin Jol.

Ruim een jaar geleden begon Johan Cruijff zijn revolutie waarmee het voetbal terug moest komen in de Ajaxleiding. Onervaren oud-voetballers als Dennis Bergkamp, Wim Jonk en Edgar Davids zijn intussen in functie. Algemeen directeur Rik van den Boog, voorzitter Uri Coronel en de raad van commissarissen vertrokken. Hoofd opleidingen Jan Olde Riekerink moest weg. Alleen assistent-trainer Danny Blind mocht na tussenkomst van De Boer blijven. Nog altijd is het onrustig binnen de club, die op zoek is naar nieuwe leiders. Een voorstel van Cruijff om oud-speler Tscheu La Ling aan te stellen als directeur werd verworpen door de andere commissarissen.

Met De Boer kreeg Ajax eind vorig jaar een nieuwe leider zonder ervaring als hoofdcoach. Met hem keerde de oude huisstijl terug en kreeg de eigen jeugd weer een kans. Zijn aanstelling zorgde na een 2-0 zege in de Champions League bij het al geplaatste AC Milan direct voor optimisme bij de chauvinistische club. Een zelfde stemming had zich meester gemaakt bij Ajax toen Marco van Basten in 2008 de leiding kreeg. Hij voldeed net zomin als de oud-spelers Jan Wouters, Ronald Koeman en Danny Blind aan de verwachtingen en stapte na een jaar gedesillusioneerd op. Volgens de traditie van de laatste tijd koos Ajax daarna voor een geroutineerde coach.

Martin Jol, opvolger van Marco van Basten, hield het anderhalf jaar vol. De huidige coach van Fulham stelde deze zomer in NRC Handelsblad dat hij eerder had moeten vertrekken bij Ajax. „Het eerste jaar was fantastisch. We zijn geen kampioen geworden, maar haalden heel veel punten. Tien maanden ongeslagen, de meeste goals voor en de minste tegen. Maar er gingen dingen knellen.”

Het verzet tegen Jol werd snel groter toen de resultaten tegenvielen. Cruijff opende vorig jaar in De Telegraaf de aanval. Jol later in deze krant: „Als iemand je elftal afschildert als het slechtste ooit, worden de spelers daar natuurlijk niet vrolijk van. Later heeft iedereen dat in zijn perspectief kunnen zien. Ik kwam niet uit de gelederen van Ajax en dan heb je veel minder krediet.”

Frank de Boer, niet zoals Jol in trainingspak maar in Ajaxkostuum, heeft dat krediet wel. Maar hij ondervindt nu voor het eerst in zijn trainersloopbaan hoe snel de druk wordt opgevoerd bij tegenwind. Na twee maanden in het nieuwe seizoen is de roze wolk waarop de Ajacieden zich even onder zijn leiding waanden al flink verdampt. De eerste competitienederlaag, gisteren op bezoek bij FC Groningen (1-0), was niet het eerste signaal dat de euforie van het voorjaar wellicht wat voorbarig was.

De achterstand van de landskampioen op koploper AZ bedraagt intussen zes punten. Wat erger is dan verliezen bij FC Groningen: een lamlendig spelende ploeg, die eigenlijk geen zin heeft. Ajax hield in de afgelopen twaalf eredivisieduels nooit ‘de nul’, de langste reeks voor de Amsterdammers sinds 1985. Van de laatste zes duels wist Ajax alleen van de amateurs van Noordwijk te winnen, in het nationale bekertoernooi.

Vorige week dinsdag liet een freewheelend Real Madrid nog eens zien dat er meer nodig is voor de Europese top. Frank de Boer gaf gisteren toe dat sommigen Ajacieden bij het bekijken van beelden van Real Madrid serieus hadden gedacht dat de acties versneld waren afgespeeld. Cruijff was vanmorgen in De Telegraaf veel milder dan vorig jaar over de nederlaag tegen Real Madrid, maar legde wel de vinger op de zere plek door te stellen dat het ritme van Ajax veel lager lag. „Vooral bij de omschakeling van verdediging naar aanval en andersom. Ben je daar niet goed op ingesteld, dan kun je het vergeten”, aldus Cruijff.

De komende tijd zal blijken hoe De Boer omgaat met het eerste ‘dipje’ in zijn trainerscarrière. Waar hij tot nu toe alle credits kreeg voor het behalen van die felbegeerde derde ster, krijgt hij nu – net als zijn voorganger Jol – te maken met crisismanagement. Zijn openheid kan zich tegen hem gaan keren. Was het achteraf handig dat hij de rechtsbenige Vurnon Anita aanvankelijk niet geschikt achtte als linksback? Wat is hij eigenlijk van plan met miljoenenaankoop van dertiger Theo Janssen, de man die Ajax alleen maar beter zou maken? Blijft De Boer de middelmatige Siem de Jong opstellen in de as van het veld? En hoe maakt Ajax een einde aan de soap rond twee andere miljoenenaankopen, Mounir El Hamdaoui en Ismaïl Aissatti? Voor Frank de Boer is er één remedie: winnen.