Eindelijk: de allereerste schooldag in Kunduz

Den Haag heeft allerlei beperkingen opgelegd aan de Nederlandse marechaussees in Kunduz.

„Het had weinig gescheeld, of we zaten hier voor niks.”

De dertig politiemannen die voor het eerst in de schoolbanken zitten hebben hun vaalblauwe uniformen van de Afghaanse lokale politie moeten inruilen voor een zeewiergroen pak. Ze werken al als agent in de districten van de provincie Kunduz, maar hebben daar nooit enige opleiding voor gekregen. De meesten zijn überhaupt nooit naar school geweest. Daarom zitten zij sinds zaterdag als groentjes in de klas bij Ron Stobbelaar (50) en zijn collega Jan (53) van de Nederlandse marechaussee.

In dit klaslokaal met wit gestuukte muren en houten schoolbanken wordt hen, met behulp van een tolk en een Afghaanse trainer van de politieacademie in Kabul, de komende twee maanden bijgebracht hoe ze bijvoorbeeld moeten fouilleren, schieten en lezen. Daarnaast leren ze vooral zich te gedragen als waardige politiemannen die hun land een betere dienst bewijzen dan hun notoir corrupte en gewelddadige collega’s.

Op 1 oktober is de Nederlandse marechaussee, zoals aangekondigd, begonnen met de achtweekse basiscursus voor politierekruten in Kunduz. Tenminste, de opleiding die is bedoeld voor nieuwe agenten. De eerste, en voorlopig enige, klas is in werkelijkheid gevuld met bestaande agenten die nog geschoold moeten worden. Dat maakt voor de lessen niet uit. Maar tot een week geleden leek het er op dat de twintig marechaussees die speciaal voor deze cursus naar Noord-Afghanistan zijn gestuurd, zouden terugkeren zonder ook maar één enkele agent op te leiden.

De Nederlandse regering heeft allerlei beperkingen opgelegd aan wie er door de marechaussee geschoold mogen worden. Van welke politieorganisatie de rekruten precies zijn, tot de plek waar ze uiteindelijk aan het werk gaan – het is allemaal in Den Haag vastgelegd. „Het had weinig gescheeld, of we hadden helemaal geen klas gehad deze periode”, vertelt Stobbelaar.

Ron Stobbelaar en zijn directe collega’s hebben de afgelopen maanden wel meegekeken hoe Duitse politiemannen hier sinds vorig jaar les geven. En zij hebben meegewerkt aan het samenstellen van het curriculum voor de opleiding. Maar op Ron en Jan na slijten zij bij gebrek aan eigen leerlingen hun laatste weken in de Noord-Afghaanse provincie binnen de poorten van het Duitse legerkamp. Een afgeschermde hoogvlakte, volgestort met grint, waar tweeduizend militairen, politietrainers en diplomaten uit verschillende landen samenleven in tenten en containers met airco.

Naar buiten gaan, is te gevaarlijk. Bij een aanslag in de provincie vielen zaterdag zes doden. En zelfs het relatief rustige Kunduz-stad wordt geteisterd door bermbommen.

„Ik hoop dat ze er in Den Haag over nadenken hoeveel mensen ze hier naartoe sturen. Het zou veel slimmer zijn om naar behoefte trainers in te vliegen, want nu zitten hier mensen voor niks”, zegt Stobbelaar. „Alles moet conform het mandaat en daar hebben wij last van.”

Volgens het mandaat dat het minderheidskabinet in januari kreeg van enkele oppositiepartijen mag Nederland maar een hele beperkte groep Afghaanse agenten opleiden. Marechaussees mogen alleen lesgeven aan agenten van de lokale politie, de zogeheten Afghan Uniformed Police (AUP), en niet aan anderen, zoals bijvoorbeeld de grenspolitie, de Afghan Border Police (ABP). Het achtweekse curriculum voor beide groepen is exact hetzelfde, maar zelfs meekijken bij lessen aan de grenspolitie was verboden. De grenspolitie heeft in Afghanistan een nog slechtere reputatie dan lokale agenten.

Stobbelaar: „De grenspolitie is een paramilitaire organisatie. Daar mogen wij van de regering niks mee te maken hebben. Maar de marechaussee zijn natuurlijk ook paramilitairen.” En de voornaamste taak van de marechaussee in Nederland is het bewaken van de grenzen, bijvoorbeeld op Schiphol. „Dit toont dat het mandaat beperkend werkt, want wij zouden de grenspolitie als geen ander kunnen verbeteren.”

Grenspolitie is blijkbaar waar de Afghaanse regering vooral behoefte aan heeft. Voor oktober en november waren voor het trainingscentrum hier vier klassen samengesteld, allemaal gevuld met agenten van de grenspolitie. „Toen is door Nederland alles in het werk gesteld om hier toch nog gewone agenten te krijgen”, weet Ron. Pas een week van tevoren hoorde hij dat die wel zouden komen.

Dat heeft ook te maken met een andere knellende beperking van het Nederlandse mandaat. De politietrainingsmissie in Kunduz is alleen bedoeld voor agenten die gaan werken in die provincie, zo besloot de regering. Tot de komst van de Nederlanders zaten in de klassen die de Duitsers hier geven studenten uit het hele land door elkaar. „Nederland maakt het ons wel lastig”, zegt Bernd Schuhmann, het plaatsvervangend hoofd van dit Duitse opleidingscentrum.

De dertig politiemannen – vrouwen krijgen hier in de toekomst apart les – die dit weekend aan hun cursus begonnen zijn, zal het niet deren. Zij genieten, niet alleen van de eerste opleiding in hun leven, maar vooral van hun luxe onderkomen voor de komende twee maanden. „Voor velen is het eerste keer dat ze stromend water zien en drie maaltijden per dag te eten hebben”, vertelt Schuhmann.

De studenten verblijven in nieuwbouw op een beveiligd terrein naast het legerkamp van de internationale troepen. Omdat maar vijf van de dertig kunnen lezen en schrijven, tekent Stobbelaar plaatjes op het krijtbord. In een apart lokaal staat een grote zandbak waarin met Playmobil wordt uitgespeeld hoe men een auto doorzoekt of een verdachte benadert.

Volgend jaar moeten op dit trainingskamp zestien klassen tegelijk draaien, gegeven door Duitse agenten en Nederlandse marechaussees. Stobbelaar vraagt zich af of er genoeg rekruten zullen zijn om de klassen te vullen die aan de expliciete eisen van het huidige Nederlandse mandaat voldoen. „Als er op een gegeven moment voldoende lokale agenten in Kunduz zijn, kun je er toch moeilijk nog vijfhonderd aannemen omdat Nederland dat wil. Waarom zou je de doelgroep dan niet uitbreiden?”