De sterren staan ongunstig voor Sarkozy

Een half jaar voor de Franse presidentsverkiezingen lijkt het erop dat Nicolas Sarkozy de strijd niet kan winnen.

Maar links kan nog altijd verliezen.

French President Nicolas Sarkozy shakes hands on August 26, 2011 as he arrives in Noumea on the eve of the opening ceremony of the Pacific Games. Nicolas Sarkozy called for rival groups in New Caledonia to show restraint after recent deadly protests in the South Pacific archipelago, as he began his visit as French president in the French territory, which is going through a process of de-colonisation. AFP PHOTO MARC LE CHELARD AFP

Wat nu? Met welk thema kan Nicolas Sarkozy alsnog een herverkiezing als president van Frankrijk forceren? Bij de regeringspartij UMP zitten de strategen met de handen in het haar.

Met een gestegen werkloosheid, vooral onder jongeren, een gedaalde koopkracht en een toegenomen overheidsschuld is de economisch balans na vijf jaar Sarkozy allesbehalve positief. Ook op het ethische vlak is Sarkozy de afgelopen weken in het defensief gedrongen, door de arrestatie van enkele vertrouwelingen (zie inzet).

Nog meer nadruk op veiligheid dan? Dat is de rode loper uitrollen voor het extreem-rechtse Front National. Stoere acties in het buitenland, zoals de interventie in Libië, kunnen op bewondering rekenen, maar zetten uiteindelijk geen zoden aan de dijk: 65 procent van de Fransen zegt een negatief beeld te hebben van Sarkozy als president. Nooit eerder stond een president er zo kort voor de verkiezingen slechter voor.

Het zit Sarkozy ook niet mee. Vijf jaar geleden werd hij gekozen op basis van de belofte om de al wankelende Franse economie te herstellen. Harder werken om meer te verdienen, was de boodschap van Sarkozy.

Maar door de crisis van 2008 en de huidige eurocrisis heeft ‘la France qui se lêve tôt’, het Frankrijk dat vroeg opstaat, het helemaal niet beter dan in 2007; integendeel. Behalve misschien enkele superrijken zijn alle Fransen het slachtoffer van de crises. Naar de kiezer stappen met de boodschap ‘het is niet mijn schuld, maar die van de boze buitenwereld, en in 2012 ga ik wel uw koopkracht herstellen’, is een riskante operatie, ook al zit er een kern van waarheid in.

De socialistische oppositie beseft dat de kans nooit groter is geweest om het Elysée te veroveren. In de laatste debatten die de kandidaten bij de voorverkiezingen van de Parti Socialiste hebben gehouden, was de economie het belangrijkste thema. De jonge outsider Manuel Valls legt zelfs onomwonden de nadruk op de noodzaak te besparen om de overheidsschuld terug te dringen. „Als we het nu niet doen, zullen we er later nog veel harder voor boeten. De mensen daartegen beschermen, dat is links.”

Valls, die wel wordt vergeleken met Tony Blair, zorgt voor een fris geluid. Van de andere kandidaten gaat niemand zover om van overheidsbesparingen hét thema te maken, maar dat er naar de ‘rechtse’ Valls wordt geluisterd is een teken aan de wand. Ook al leven binnen de PS nog volop ‘oude’ veel geld kostende ideeën, zoals het handhaven van de pensioenleeftijd op zestig jaar.

Duidelijke voorstellen zoals die van Valls zijn moeilijk te vinden bij de twee favorieten voor de socialistische kandidatuur, François Hollande en Martine Aubry. Hollande, topfavoriet volgens de peilingen, speelde in het debat van woensdag de rol van schoolmeester en verzoener, de man die de synthese maakte van alle socialistische ideeën. Maar gevraagd naar zijn allereerste maatregel als president kwam hij niet verder dan „het vertrouwen van de Fransen in de politiek herstellen”, niet echt iets wat bij wet wordt afgekondigd.

Ander voorstel: de jeugd opnieuw een toekomst geven. Er was uiteraard geen enkel tegengeluid te horen. In een lief debat met partijgenoten komt hij daar nog makkelijk mee weg, maar als hij straks tegenover het campagnebeest Sarkozy staat kan dat flink in zijn nadeel werken. Een gebrek aan duidelijk profiel kan Hollande nog behoorlijk opbreken.

Dat alles gesteld dat het tot een traditionele eindstrijd komt tussen republikeins links en rechts. Maar misschien komt er al een verrassing in de eerste ronde, zoals op 21 april 2002, toen de socialist Lionel Jospin werd uitgeschakeld en de extreem-rechtse Jean-Marie Le Pen de uitdager werd van de rechtse Jacques Chirac. Nu al wordt er gespeculeerd over een ‘omgekeerde 21 april’, waarbij Marine Le Pen Sarkozy uitschakelt in de eerste ronde. De kandidate van het Front National weet doorgaans haar momenten goed te kiezen, en de gevoelige snaar bij de arbeidersklasse te raken. Een score tussen de 15 en 20 procent is niet denkbeeldig.

De meest onvoorspelbare factor is het centrum. Daar loopt een viertal kandidaten zich warm: François Bayrou, Jean-Louis Borloo, Hervé Morin en Dominique de Villepin. Een gezamenlijke kandidatuur, bijvoorbeeld rond Bayrou die in 2007 18,6 procent haalde in de eerste ronde, zou slecht kunnen uitpakken voor Sarkozy.

Ook als er meerdere centrumkandidaten meedoen aan de eerste ronde, kan een goede score van Bayrou Sarkozy parten spelen. Verliezende centrumkandidaten roepen hun achterban doorgaans op om in de tweede ronde op de rechtse kandidaat te stemmen. Maar tijdens de zomeruniversiteit van zijn beweging MoDem zei Bayrou dat het land in staat van oorlog verkeert. Dat was niet bepaald een stemadvies voor Sarkozy.

Een half jaar voor de verkiezingen staan de sterren niet goed voor de huidige bewoner van het Elysée. Sarkozy lijkt nog één houvast te hebben: hij kan de verkiezingen misschien niet meer winnen, Hollande of een andere (linkse) kandidaat kan ze wel nog altijd verliezen.