Complexe familie

Wat was het nou, die redactie van de Volkskrant, een sekte of een familie?

Gespreksleider Philip Freriks vroeg het meewarig aan Annet Mooij, schrijfster van het boek Dag in dag uit over de journalistieke geschiedenis van de Volkskrant vanaf 1980. Dit boek werd gisteren gepresenteerd op een bijeenkomst in de Rode Hoed in Amsterdam, waar hoofdredacteuren en redacteuren van de Volkskrant hun lezers ontmoetten ter gelegenheid van het90-jarige bestaan van de krant.

„Een familie”, zei Mooij, „maar wel een complexe familie met alle ruzies van dien.”

Het kwam haar op een reprimande te staan van enkele oud-redacteuren in de zaal, die vonden dat zij aan de ruzies te veel aandacht had besteed in haar boek. Mooij verdedigde zich met verve. Zij zei dat zij ook op de productieve kant van al dat geruzie had gewezen: iedereen deed zijn werk, de machine ging door – en misschien had een rustige redactie wel een te gezapige krant gemaakt.

Dat nam niet weg dat de familie soms wel erg ongevoelig met haar leden omging. Hoofdredacteur Harry Lockefeer, inmiddels overleden, was het schrijnendste voorbeeld. Hoewel hij de krant tot de grootste bloei uit zijn geschiedenis had gebracht, werd hij op smadelijke wijze aan de kant geschoven. Zijn opvolger, Pieter Broertjes, hield op het afscheid een speech waarin Lockefeer nauwelijks waardering kreeg. Bij het overlijden van Lockefeer weigerde diens familie daarom Broertjes een grafrede te laten houden.

Jan Blokker vertelt in het boek van Mooij dat Lockefeer werd weggepromoveerd naar een stafdirecteurschap bij PCM aan de Herengracht. Hij zocht hem daar op. „Vreselijk triest, zat hij daar moederziel alleen in een grote kamer in dat luxe pand. Lege kasten achter zich. Geheel verloren.”

Blokker zelf zou de Volkskrant-familie later met een nog davender ruzie verlaten. Ook die affaire doet Mooij in haar boek uit de doeken met de onvermijdelijke conclusie dat er alleen maar verliezers waren.

Vergelijkbare verhalen zijn er overigens te vertellen over andere linkse mediafamilies: Vrij Nederland, de VARA, de Haagse Post. Linkse mensen verbeteren liever de wereld dan zichzelf.

Pieter Broertjes kon zich als hoofdredacteur langer handhaven dan Lockefeer, maar ook hij kreeg te maken met een ontevreden wordende redactie en een ongeduldige troonpretendent, Philippe Remarque, die hem inmiddels daadwerkelijk is opgevolgd. Beide heren spraken deze middag op het podium met elkaar, zonder zichtbare rancune. „In iedere goede familie staat een zoon tegen de vader op”, zei Remarque. Broertjes sprak nog steeds in de tegenwoordige tijd over de Volkskrant: „Als er iets belangrijks gebeurt, zijn wij onverslaanbaar, dan maken wij een hele goeie kwaliteitskrant.”

Broertjes gooide destijds zijn krant open: de linkse Volkskrant werd een pluriforme krant met soms uitgesproken neorechtse tendensen. Ook dat heeft veel gekrakeel op de redactie veroorzaakt. Remarque zet die pluriforme lijn voort, hij wil een krant maken „voorbij links en rechts”: „Er wordt wel gezegd dat wij een kameleon zijn, maar we zijn wel springlevend.”

Remarque was „zeer optimistisch” over de toekomst van zijn krant. Daar had ik nog wel wat meer over willen horen, temeer omdat het aanwezige publiek voor het merendeel uit ouderen bestond. Hoe krijgen de kwaliteitskranten weer greep op jonge mensen? Hoe lang zal ‘papier’ nog volstaan? Van die vragen.