Advocaat: proces-Poch is in hoge mate politiek

Oud-piloot Julio Poch moet zijn proces in de cel blijven afwachten, oordeelt het hof in Argentinië. Advocaat Knoops verwijt de rechters een fundamentele denkfout.

Minister Uri Rosenthal (Buitenlandse Zaken, VVD) moet van de Argentijnse regering eisen dat de voormalige Transavia-piloot Julio Poch een eerlijk proces krijgt. Dit zegt de Nederlandse advocaat van Poch, hoogleraar internationaal strafrecht Geert-Jan Knoops.

Afgelopen weekend werd bekend dat het gerechtshof in de Argentijnse hoofdstad Buenos Aires Pochs verzoek om ontslag uit voorarrest heeft afgewezen. Hij moet terechtstaan omdat hij ervan wordt verdacht als marinepiloot ten tijde van het militaire bewind in Argentinië (1976-1983) dodenvluchten te hebben uitgevoerd. Tegenstanders van het bewind werden daarbij boven volle zee uit vliegtuigen gegooid. Poch werd in 1995 Nederlander.

Advocaat Knoops zegt dat steeds duidelijker wordt dat de vervolging van zijn cliënt „in hoge mate een politiek proces is”. De raadsman noemt de jongste rechterlijke beslissing een „onbegrijpelijke” uitspraak. „Poch is een Nederlandse onderdaan, die slachtoffer is van een politiek spel. Rosenthal moet zijn verantwoordelijkheid nemen omdat Nederland indirect heeft meegewerkt aan de uitlevering van Poch aan Argentinië. De huidige regering van dat Zuid-Amerikaanse land wil afrekenen met het militaire verleden door in essentie de marine de schuld te geven van alle misstanden.''

De advocaat wijst erop dat Nederland de laatste jaren actief is opgekomen voor de belangen van Nederlandse gevangenen in het buitenland. „Poch verdient aandacht, want hij zit nu al twee jaar vast zonder bewijs.”

De in 1952 in Buenos Aires geboren Poch werd twee jaar geleden opgepakt in Spanje, toen hij als gezagvoerder bij Transavia zijn laatste vlucht maakte. De piloot, die sinds 1988 in Nederland woonde en werkte, werd opgepakt na aangifte van collega’s. Zij zeiden dat Poch tijdens een etentje op Bali in 2003 zou hebben verteld dat hij als Argentijns marinepiloot dodenvluchten had uitgevoerd. Poch ontkent dit. In mei 2010 leverde Spanje hem uit aan Argentinië. Hij is nu gedetineerd in de gevangenis Marcos Paz bij Buenos Aires.

De Argentijnse advocaat Gerardo Ibañez vroeg het Argentijnse tribunaal om opheffing van het voorarrest van Poch, omdat het gesprek in Bali niet als een bekentenis van zijn cliënt mag worden aangemerkt. Poch zou slechts de algemene Argentijnse situatie hebben geschetst en niet zijn eigen rol. De rechters oordelen nu dat er weliswaar geen sprake was van een bekentenis in juridische zin, maar dat het gesprek wel een „belangrijke aanwijzing” is voor zijn schuld. Dit en het feit dat Poch als piloot voor de marine werkte ten tijde van de junta zijn volgens de rechtbank voldoende gronden voor een redelijk vermoeden van schuld.

Poch zal zich straks moeten verdedigen tegen 29 gevallen van vrijheidsberoving. De kans is volgens Knoops groot dat Poch berecht wordt in een massaproces tegen verdachten die een rol zouden hebben gespeeld bij dodenvluchten. Als een soort voorschot op een schadevergoedingsregeling voor slachtoffers heeft de rechtbank in de zaak van Poch voor ruim vijf miljoen euro beslagen gelegd.

Knoops verwijt de rechters „een fundamentele denkfout” te maken. „Ze introduceren een soort collectieve risicoaansprakelijkheid. Het enkele feit dat iemand destijds in dienst van de Argentijnse marine was, zou een vermoeden van schuld vestigen. De bewijslast wordt in strijd met het recht omgedraaid. De rechters negeren ook de ontlastende verklaringen die negen Nederlandse piloten in januari hebben afgelegd bij de rechter-commissaris. Zij vertelden dat Poch destijds technisch juist niet in staat was om de vliegtuigen te besturen die werden gebruikt voor de dodenvluchten.”

Pochs advocaten zijn nu van plan een vervolgprocedure tegen Argentinië in te stellen bij de Inter-Amerikaanse commissie voor mensenrechten in Washington. „We willen dat deze commissie intervenieert zodat Argentinië Poch alsnog vrijlaat.” Knoops zegt dat het begin van het proces tegen Poch nog twee tot drie jaar op zich kan laten wachten.

Advocaat Liesbeth Zegveld deed vorige maand namens nabestaanden van slachtoffers van het Argentijnse militaire regime aangifte tegen Jorge Zorreguieta, de vader van prinses Máxima, omdat hij bewindsman was ten tijde van de junta. Zegveld is blij met de beslissing van de Argentijnse rechtbank om Poch gevangen te houden. „Deze uitspraak illustreert eens te meer dat de vervolging voor misdaden begaan tijdens de juntaperiode hoogst actueel is. Hopelijk zal de Nederlandse justitie na het geven van hulp bij de vervolging van uitvoerder Poch ook de beleidsmaker Zorreguieta aanpakken.”