Gods wegen

Gerda vindt het ‘erg mooi’, onuitgenodigd bij mensen aanbellen om te zien of je welkom bent. Loop maar mee naar de tuin. Ze zwaait de voordeur wijd open. Halverwege de donkere woonkamer draait ze zich om. Is je column geïnspireerd op het verhaal van Jozef en Maria en de dichte herbergen? Ik grinnik, zie dan een dikke bijbel op de koffietafel liggen, een flyer ernaast: Jezus leeft! Gerda kijkt mij verwachtingsvol aan. Voor ik er erg in heb knik ik beleefd. Waarom ook niet. Gerda straalt. Wat een mooie, christelijke column. In de tuin zitten elf zachtaardige mensen van een jaar of vijftig rondom een ronde plastic tafel. Dit is Marjolijn, zegt Gerda, ze zocht een herberg en die heeft ze bij ons gevonden. Het gezelschap lacht hartelijk.

Gerda pakt een stoel. Ruud haalt binnen een appelsap voor me. We hadden het over hoop, zegt een vrouw met grijs haar dat als een dikke helm om haar hoofd zit. Hoop in barre tijden. Wat ik, op weg naar mijn optreden van vanavond, voor een feestje aanzag blijkt een Bijbelse gesprekskring. Even omschakelen. Gerda vraagt wat ik denk over hoop. Ik speur de bijbelse registers in mijn hoofd af. Ik geloof in hoop, zeg ik. Erg slap. Maar de groep kijkt welwillend. Ruud komt eraan met het kleinste glaasje appelsap dat ik ooit zag. Hij vraagt of ik in toeval geloof. Ik knik. Ik niet, zegt Ruud. Jij zit met een reden aan deze tafel. Ik schrik van zijn stelligheid, vraag wat de reden dan zou kunnen zijn. Hij denkt diep na. Dan zucht hij. Ik weet het niet.

Ik kijk de tafel rond. Achter elf gefronsde voorhoofden wordt nu diep nagedacht over de mogelijke reden van mijn aanwezigheid. En ik vind het eigenlijk best een aantrekkelijk idee, hier met een reden te zijn. Het is precies wat er zo prettig is aan geloven. Instant betekenisgeving. Ik frons met hen mee. Wat zou het kunnen zijn? De mevrouw met de grijze helm kijkt mij gespannen aan nu. Ik ben de goddelijke interventie in deze gesprekskring. Er wordt iets verwacht. Ik zeg dat ik gisteren iets hoopvols zag. De speech die acteur Nasrdin Dchar hield nadat hij een gouden kalf won. (Een bevlogen verhaal over Nederlander

en Marokkaan zijn. Waarvan vooral de simpele boodschap bleef hangen dat het niet moet uitmaken wat je achtergrond is.) De groep knikt verheugd. Nu komt het, De Reden.

Ik leg mijn telefoon op de plastic tafel, de geëmotioneerde stem van Nasrdin klinkt door de tuin. Na afloop is het doodstil. De kring kijkt een beetje glazig voor zich uit. Ik heb iets verkeerd gedaan. Ongemakkelijk stop ik mijn telefoon weer in mijn tas. Dan verbreekt Ruud de stilte. Bij zo’n jongen denk ik: eigenlijk ben je gewoon een christen. De groep mompelt instemmend. Veel mensen, zegt Ruud, zijn christen zonder dat ze het weten. Weer instemmend gemompel. Stilte. Misschien, zegt een mevrouw met grote vissenogen achter een kleine bril, moeten we er nog een keer naar kijken. Ruud schudt zijn hoofd. Het is een mooie moslim, die jongen. Maar wij zoeken de inspiratie toch meer in eigen kring. De rest knikt gedwee. Gerda gaat binnen meer appelsap halen. De groep zwijgt. Ik word overvallen door een diepe treurigheid op deze bijeenkomst over hoop. En de reden dan? probeer ik nog. Jullie geloven toch dat het geen toeval is dat ik hier zit en dit laat zien?

Ruud kijkt mij verontschuldigend aan. Ik weet het ook niet. Gods wegen zijn ondoorgrondelijk.