Altijd inleven in de ander

Hella Haasse lezen leidt onvermijdelijk tot zelfonderzoek. Hoe dragen kennis en verbeeldingskracht bij aan zelfinzicht? Daarover gaan al haar boeken.

Hella Haasse had net haar 86ste verjaardag gevierd toen zij in februari 2004 op de website van Theo van Gogh werd beschuldigd van collaboratie met islamitische immigranten. In de rubriek ‘De Gouden Tondeuse’ (waar Van Gogh zich later van distantieerde) werd zij wegens heulen met de allochtone bezetters van het vaderland virtueel kaalgeschoren. De immer zachtmoedige en zorgvuldig formulerende schrijfster had begrip gevraagd voor immigranten. „Wij, als ontvangende partij, moeten ons wat meer inleven in de gekwetste gevoelens van moslims.” De overtuiging dat men zich moet inleven in een ander werd als collaboratie gezien.

Maar precies dat inlevingsvermogen behoort tot de essentie van het oeuvre van Haasse. Haar pleidooi voor inleving in ‘de ander’, van wie het anders zijn een kwestie van cultuur, geloof, sekse, afkomst is, maar ook de ander als de figuur uit een andere tijd, doordesemt haar romans en is in haar essays een expliciet gemaakte levenshouding.

Het eerste wat ik deed toen ik hoorde dat Hella Haasse was overleden was haar boeken uit de kast halen om ze stuk voor stuk door te bladeren. Meer dan enige andere schrijver leeft Haasse in mij door haar boeken, die deel zijn van mijn geschiedenis. Hoe dat bij andere lezers werkt, weet ik niet, wel dat Haasse zelf ook gevormd was door de verbeeldingskracht van grote schrijvers.

Dat ze zelf tot die groten behoorde wilde ze niet weten, maar ze vond het prettig om te horen wat haar boeken bij haar lezers teweeg brachten. Bij mij was dat, sinds ik op jonge leeftijd Oeroeg las, zo veel dat ik er niet over uitgedacht raakte. Als ik Hella Haasse sprak ging het meestal over Nederlands-Indië. Mijn familie komt daar ook vandaan, maar het meeste wat ik ervan weet, heb ik ontleend aan Haasse. Dankzij haar inlevingsvermogen kon ik me verplaatsen in de inlandse jongen Oeroeg die deelneemt aan de gewapende strijd tegen de Nederlanders onder wie de boezemvriend uit zijn jeugd, een Nederlandse planterszoon. Nog belangrijker dan Oeroeg was voor mij de roman Heren van de thee, waarin Haasse op basis van brieven en andere historische documenten een plantersgezin op Java aan het einde van de negentiende eeuw zo beeldend beschrijft dat ik mij voor het eerst een beetje kon voorstellen hoe mijn familie daar heeft geleefd. Zoals Haasse de sfeer, het landschap en de verhoudingen in Nederlands-Indië opriep, zo bracht ze talrijke andere voorbije werelden tot leven in monumentale historische romans als Het woud der verwachting over Charles van Orléans en Schaduwbeeld of Het geheim van Appeltern over Joan Derk van der Capellen. In al haar boeken, waar en wanneer ze ook spelen, heeft Hella Haasse zichzelf uitgebeeld, althans bepalende of problematische aspecten van haar persoonlijkheid. Schrijven betekende voor Haasse nadenken en verantwoording afleggen over zichzelf. Haar werk lezen leidt dan ook onvermijdelijk tot zelfonderzoek.

Hoe werkt de verbeelding, hoe verhoudt die zich tot de werkelijkheid en hoe dragen kennis en verbeeldingskracht bij aan (zelf)inzicht? Daarover gaat het in al haar boeken. „Ik denk dat ik een zintuig heb voor het ontdekken of vermoeden van een samenhang tussen zaken die op het eerste gezicht niets met elkaar te maken hebben. Intuïtief kan je dan soms iets essentieels op het spoor komen”, zei ze in 1995 in een lezing over biografieën, een genre waar ze erg van hield en waar ze zelf zeer bedreven in was, getuige onder meer Mevrouw Bentinck of Onverenigbaarheid van karakter. Wat Haasse vooral aansprak in deze Duitse Rijksgravin uit Oost-Friesland was dat zij gedreven werd door „haar wil tot zelfbeschikking”.

Die fascinatie voor vrouwelijke zelfbeschikking maakte Hella Haasse in mijn ogen tot een feministische auteur, hoezeer seksistische critici haar soms probeerden weg te zetten als brave mevrouw die voor andere brave mevrouwen schreef. Haasses ontdekkingsreizen naar de vrouw in de literatuur in tal van briljante essays overtreffen qua eruditie en inzicht alles wat er op dit gebied in Nederland is geproduceerd. Misschien heb ik nog wel meer geleerd van Haasses essays dan van haar romans. Aan vrijwel alle belangrijke Nederlandse en internationale schrijvers heeft zij diepgravende beschouwingen gewijd.

Hella Haasse was een kosmopoliet met een gloeiende hekel aan nationalisme en provincialisme. In 1988 hekelde ze in een lezing met als titel ‘Vanaf de Domtoren gezien’ het benepen culturele klimaat in Nederland. Haar remedie luidde: beter onderwijs omdat studeren het ontwikkelen van het vermogen is „om verder te kijken dan de cirkel provincie die men kan overzien vanaf de hoogste toren in het land”.

Ik heb het altijd jammer gevonden dat Hella Haasse zich niet wat prominenter heeft laten horen in het publieke debat. Maar ze had iets belangrijkers omhanden: een oeuvre schrijven dat er blijvend toe doet.

Dit artikel werd gepubliceerd in NRC Handelsblad op Zaterdag 1 oktober 2011, pagina 4 - 5