Zo mooi, dat je ze wilt aaien

Soms gaat Dr. Zeepaard naar een museum. Deze keer was dat het Scheepvaartmuseum in Amsterdam. Het bijzonderste voorwerp daar? De globes uit de zeventiende eeuw.

Amsterdam 26-9-2011 Globes in het Scheepvaartmuseum Foto NRC H'Blad Maurice Boyer

Heel lang geleden was dit het hoofdkwartier van de Nederlandse oorlogsvloot met een werkkamer voor zeeheld Michiel de Ruyter. Later kwam hier het museum voor de geschiedenis van de Nederlandse scheepvaart. Nu is het Scheepvaartmuseum in Amsterdam helemaal vernieuwd. Vanavond heropent de koningin het museum. Dr. Zeepaard mocht vast een kijkje nemen.

Alles in het museum is mooi, vindt Dr. Zeepaard. De koperen kompassen die glanzen onder duizenden sterren aan een nachtblauwe hemel. De levensgrote walvis waar je in kunt kruipen. De spannende film, waarmee je een zeereis maakt door stormen en oorlog. Het glazen dak dat op een oude zeekaart lijkt. En nog veel meer.

Maar wat is nu het aller- allerbijzonderst, vroeg Dr. Zeepaard aan Henk Dessens, de baas van alle spullen. Henk kon niet kiezen, maar na lang aandringen zei hij: “De globes. Want de wereldbollen zijn niet alleen mooi, ze laten ook zien hoe de Gouden Eeuw in Nederland begon.”

Ruim 400 jaar geleden begonnen de Nederlanders namelijk lange zeereizen te maken. Ze joegen op walvissen, ontdekten nieuwe landen en handelden in huiden en hout, in graan en specerijen. Nederland werd het rijkste en machtigste land ter wereld, waar ook nog eens belangrijke wetenschappers en kunstenaars woonden – en beroemde globemakers.

Globes van de aarde en de hemel waren geliefd bij zeelieden, die de weg moesten vinden. En ook bij wetenschappers die wilden weten hoe de hemel en de aarde eruitzagen. En bij kooplieden die wilden opscheppen met hun rijkdom en kennis.

Heel veel wereldbollen zijn verloren gegaan. Hout en gips zijn nu eenmaal kwetsbaar. Maar het Scheepvaartmuseum heeft toch meer dan tachtig globes. In Oostenrijk en Engeland hebben ze er een paar meer, maar lang niet zoveel bijzondere als deze in Amsterdam. Daarom heeft het museum de globes gerestaureerd en een ereplaats gegeven

De globezaal ziet eruit als een theater bij avond, met de mooiste globes als hoofdrolspelers. Dé hoofdrolspelers zijn een hemelglobe en een aardglobe uit de zeventiende eeuw, van Blaeu, de allerberoemdste globemaker. Op één bol kun je heel goed zien hoe Australië eruitziet, want ontdekkingsreiziger Abel Tasman was daar net geweest. De bollen zijn zo mooi dat je ze zou willen aaien.

Dat mag natuurlijk niet. Maar als je iets verderop draait aan een nieuwe bol, zie je op een scherm een oude globe meedraaien. Zo kun je zien hoe de mensen vroeger de aarde en de hemel zagen. Oh zo mooi.