We moeten banken weer leren onthaten

De Noren van Skagen Funds prezen vorige week op deze plek een aandeel aan: Citigroup, een Amerikaanse reuzenbank die sterk is in opkomende markten. Ze durven wel, die Noren. Citigroup verloor tot dusver dit jaar al 45 procent van zijn beurswaarde. In Europa is het niet anders. Ons eigen ING staat op min 22 procent. De Franse Société Générale: min 52 procent. Deutsche Bank: min 32 procent. Het heeft natuurlijk allemaal te maken met de eurocrisis, en met de hypothekencrisis in de VS. Niemand vertrouwt de banken nog. En terecht. In 2008 bleken ze er een potje van te hebben gemaakt, en moesten ze aan deze en gene zijde van de Atlantische Oceaan met miljarden aan belastinggeld worden gered. Maar het steekt nog dieper: we hebben de banken leren haten. It got personal.

„Zowel gezonde als ongezonde banken gaan daardoor onderuit”, denkt Maarten van der Pas van Morningstar, de online vergelijker van aandelen en beleggingsfondsen. Beleggen behoort niet persoonlijk te zijn. Het gaat om winst en verlies. Samen met de analisten van Morningstar schreef Van der Pas een rapport over „welke banken een koopje en welke een valkuil zijn”. Ze onderzochten de kapitaalbuffers en de kwaliteit van de funding: banken die veel geld van klanten op deposito hebben staan, hoeven minder te lenen op de kapitaalmarkt. Voor de buffers legt Morningstar de lat hoger, en anders vooral, dan de toezichthouders. „Sterke verplichte kapitaalniveaus verdoezelen inadequate vermogensbuffers bij veel Europese banken”, stelt het rapport.

Morningstar kijkt naar tangible common equity (TCE), „een maatstaf voor een bank om verliezen te absorberen voordat zij haar verplichtingen niet meer kan nakomen”. Die TCE moet minstens 4 à 5 procent van de totale bezittingen bedragen. Onder meer Société Générale (3,3 procent), Deutsche Bank (2,8 procent), Dexia (1,2 procent) en Crédit Suisse (2,4 procent) halen dat niet. Zij zouden ‘grote hoeveelheden extra kapitaal’ nodig kunnen hebben, met het gevaar dat de bestaande aandeelhouders worden verwaterd. De beste Europese banken zijn HSBC (5,3 procent), Standard Chartered (6,6 procent) en Julius Baer (6 procent), een Zwitserse rijkeluisbank. Wel zijn hun aandelen relatief duur.

Het is geen toeval dat HSBC en Standard Chartered zo goed scoren: net als Citigroup zitten ze zwaar in opkomende markten. Hebben die Noren toch een punt. Zij steken het geld van hun klanten dan ook vooral in financiële waarden buiten de eurozone en de VS: in Noorwegen, Brazilië, Turkije en Azië. Skagen heeft zelfs een bank in Ghana in portefeuille. Te exotisch? Dan heeft Morningstar nog een tip dichter bij huis. BNP Paribas, RBS en Lloyds noteren op de beurs ver onder hun werkelijke waarde, bij nog ‘redelijke’ buffers en ‘acceptabele’ funding.

Joost Ramaer