Toch weer Papendal

Atlete Yvonne Hak (25) kende een slecht seizoen, moest kritiek incasseren en heeft een nieuwe trainer. Ze ziet de Olympische Spelen nog altijd met vertrouwen tegemoet. „Het was allemaal net even te veel.”

amsterdam atlete yvonne hak foto nrc rien zilvold

Het liefst was Yvonne Hak in Daegu na de finish rechtstreeks het stadion uitgelopen. Maar helaas voor de atlete voerde de routing verplicht langs vertegenwoordigers van de media. Haar ontgoocheling over de uitschakeling in de serie van de 800 meter bij de WK had ze liever in stilte verwerkt. Terwijl de tranen over haar gezicht rolden, moest Hak uitleggen hoe het was misgegaan, terwijl ze een jaar eerder bij de EK in Barcelona nog zilver had gewonnen.

Het was een treurig beeld van een loopster die het even niet meer weet. Het ene jaar ben je de prima donna van de Nederlandse atletiek en een jaar later de schlemiel van de nationale WK-ploeg. Haar hoofd tolde. Van de vragen die haar gesteld werden, maar ook van vragen die ze zelf had. Het leven van een atlete kan soms knap ingewikkeld zijn.

Een maand later is haar geest tot rust gekomen. Hak heeft nagedacht, veel gepraat, geëvalueerd en keuzes gemaakt. Met als belangrijkste conclusie: ze heeft het vertrouwen in haar capaciteiten behouden. Hak denkt nog steeds dat ze volgend jaar bij de Spelen een medaillekans heeft.

Wat is jouw verklaring voor die terugval in prestaties?

Yvonne Hak: „Ik had voortdurend fysieke malheur. Steeds was er wat. In de winter een flinke griep, daarna een voedselvergiftiging en dan weer een keelontsteking. Je ligt een week plat en dan duurt het drie weken voor je de oude bent. En nu herstel ik van een operatie aan mijn amandelen.”

Heb je te veel van je lichaam gevraagd?

„Ja, ik heb te hard getraind. Maar ook van september tot en met januari co-schappen moeten lopen voor mijn studie geneeskunde. Eerst voor chirurgie in het AMC in Amsterdam en vervolgens voor interne geneeskunde in Almere. Achteraf was dat te veel van het goede. Het is me opgebroken. Vooral die weken in Almere. Ik moest veel reizen. In die periode lag er ook nog eens sneeuw waardoor het trainen niet goed ging. Die co-schappen maakten het moeilijk de balans te vinden. Het evenwicht tussen trainen en rusten raakte verstoord. Het was allemaal net even te veel. En alleen trainen als het jou uitkomt, is geen basis voor topprestaties. In januari merkte ik dat heel sterk. Het ontbrak me aan fitheid.”

In jouw succesjaar 2010 heb je ook co-schappen gelopen. Waarom knelden die niet?

„Die duurden vier maanden en waren minder zwaar. In die tijd werkte ik op een kleine poliklinische afdeling en was ik elke dag om vijf uur thuis. Chirurgie en interne geneeskunde zijn een stuk pittiger.”

Technisch directeur Peter Verlooy en atletenmanager Jos Hermens hadden na de WK kritiek op je aanpak. Je zou nadrukkelijker voor de sport moeten kiezen.

„Ik kies voor de sport. Maar kiezen hoeft niet te betekenen dat je alleen maar met sport bezig bent en er niets naast doet. Ik vind het fijn sport en studie te combineren. Ook zakt na een jaar niet studeren de kennis een beetje weg. Het is een welkome afwisseling. Na een atletiekseizoen kijk ik heel erg uit naar de co-schappen en na de co-schappen kijk ik heel erg uit naar het seizoen. Ik zie in dat het afgelopen winter te zwaar was. Maar voor mij is dat nog geen reden tijdelijk met mijn studie te stoppen. Ik wil mijn situatie zo veranderen dat het dit jaar wel lukt. Ik loop twee in plaats van vijf maanden een co-schap; kindergeneeskunde in een ziekenhuis in Zaanstad. Daarmee laat ik duidelijk zien dat sport absoluut op de eerste plaats staat.”

Maar niet iedereen ziet dat zo.

„Het is soms lastig uit te leggen dat ik niet blind voor de sport kies. Dat wordt vaak geïnterpreteerd als iemand die zich niet volledig inzet. Maar als ik met oogkleppen op ga hardlopen en de rest van de dag op bed lig, functioneer ik niet goed.”

Vond je de kritiek terecht?

„Leuk was het niet. Ik vond het ook wat kort door de bocht. Zeker van Verlooy. Ik spreek hem hooguit twee keer per jaar. Dan is het makkelijk om te zeggen: dat meisje moet maar met haar studie stoppen. Kritiek van mensen die me niet kennen, laat ik van me afglijden. Die weten er niets van. Maar van mensen die dichterbij staan zoals Verlooy wordt het vervelend. Waarom zegt hij zulke dingen over mij? Het ergste vind ik dat hij de kritiek eerst tegenover journalisten uitte. Ik vind het niet kunnen dat je zoiets zegt voordat je dat de atleet rechtstreeks vertelt.”

Was je gegriefd?

„Ach weet je, het hoort er ook een beetje bij dat anderen wat van jou vinden. Ik doe ermee wat ik wil; het is niet alleen onzin wat ze zeggen.”

Verlooy en Hermens zeiden ronduit dat je trainer Peter Winkel moest inruilen voor een betere. Wat vind je daarvan?

„Gemakkelijk praten. Atletiek is geen voetbal waar bij tegenvallende prestaties de coach wordt ontslagen. Voor mij is het belangrijk te weten waar ik zelf fouten heb gemaakt. Dan kun je samen met de coach kijken wat er verbeterd moet worden. Dat zal nu niet gebeuren met Peter Winkel, want hij wil stoppen. Peter heeft mij naar een tijd van 1.58 gebracht, maar denkt de stap naar 1.57 of 1.56 niet te kunnen maken. Dat is geen gevolg van Verlooys kritiek maar een besluit dat hij voor de WK al had genomen. Peter wilde mij alleen niet voor de WK met die mededeling belasten.”

Wat vind jij van Winkels besluit?

„Als hij zijn beperkingen aangeeft, kan ik moeilijk het tegendeel beweren. Het was niet m’n insteek. Ik had, met toevoegingen aan trainingen, de intentie met hem door te gaan.”

Je wilde loyaal aan hem blijven?

„Ik vond gewoon dat ik veel aan hem had. Na een slecht jaar overheersen de minpunten, maar hij is wel de coach die mij al tien jaar begeleidt. Peter heeft me van club- naar internationaal niveau gebracht. Het is niet zo dat hij niets kan. Integendeel.”

Wat mis je dan bij Winkel?

„Extra professionaliteit in de begeleiding. Wetenschappelijke ondersteuning, van een inspanningsfysioloog bijvoorbeeld. En een intensieve begeleiding op stages. Peter wil niet meer zo vaak van huis. En dat is lastig in een olympisch jaar; dan heb je continue ondersteuning nodig.”

Honoré Hoedt wordt jouw nieuwe trainer. Maar dat betekent een terugkeer naar Papendal, waar jij het niet zo naar je zin had.

„Ik moet daar niet wonen, zoals andere atleten doen. Ik wil contact houden met de ‘buitenwereld’. Atletiek is een klein wereldje dat je helemaal kan opslokken. Ik vind het een bubbel. Daar wil ik niet continue in verblijven, dat is mijn stijl niet.”

Je hebt eerder met Hoedt getraind. Maar je keerde terug naar Winkel. En nu weer terug naar Hoedt. Hoe verklaar je dat?

„De vorige keer was sprake van een driehoeksverhouding, zowel Honoré als Peter trainde mij. Dat bleek achteraf een ongelukkige situatie. Het overleg tussen die twee verliep niet soepel. Twee kapiteins werkt niet.”

Waarom heb je Hoedt gekozen?

Een trainerswissel vlak voor de Spelen is risicovol. Vandaar dat ik de intentie had met Peter te blijven werken. Ik ken Honoré en hij kent mij. En op persoonlijk vlak klikt het. En ik heb eerder met hem gewerkt.”

Trainen op Papendal betekent meer reizen. Is dat niet belastend?

„Het zal een kwestie van één week Papendal en één week thuis worden. En mijn thuis wordt vanaf 1 januari Leuven in België, omdat ik bij mijn Belgische vriend Johan intrek.”

Hoe heb je dit seizoen ondergaan?

„Je wordt onzeker. Terwijl zekerheid vorig jaar mijn sterke punt was. In de EK-finale wist ik na 100 meter al dat ik een medaille ging winnen. Dat vertrouwen was dit jaar helemaal weg. En dat kon ik met mentale kracht niet compenseren. Ik zag op een goed moment tegen wedstrijden op in plaats van dat ik er naar uitkeek. Soms stond ik aan de start en dacht ik: als dit maar goed gaat. En niet van: dit gaan we even doen.”

Hoe leerzaam was een slecht jaar?

„Zeer leerzaam. Door slecht presteren word je gedwongen kritisch naar jezelf te kijken. Dat heb ik vorig jaar minder gedaan. Dan heb je zoiets van: ik heb 1.58 gelopen, zilver op de EK, het zal wel goed gaan. Maar als je stijgt in niveau zie je ook wat je concurrenten doen. Bijvoorbeeld aan wetenschappelijke ondersteuning, waar ik niets mee doe. Ik denk me op dat vlak te kunnen verbeteren.”

Volgend jaar zijn de Spelen. Zie je die met vertrouwen tegemoet?

„Jazeker. Eén slecht jaar hoeft niet te betekenen dat je carrière mislukt is. Elke atleet ervaart dat een keer. Dit jaar behoorde ik tot de verliezers. Eerlijk gezegd stond ik in Daegu na mijn uitschakeling wel even raar te kijken. Zo van: wow, wat is dit zeg.”

Maak je je zorgen over de studieboete van 3.000 euro per jaar nu je niet op tijd afstudeert?

„Het zou vervelend zijn, maar het weerhoudt me er niet van me volledig op de Olympische Spelen te richten. Goed mogelijk dat het mijn enige kans op deelname is. Vier jaar later voor de Spelen in Rio de Janeiro ben ik dertig. En ik wil er niet op gokken dat ik 2016 haal. Tot mijn dertigste kan er veel gebeuren.”

Waarom past de 800 meter bij je?

„Omdat ik niet snel goed genoeg ben voor de 400 meter en qua inhoud niet goed genoeg voor de 1.500 meter. Fysiek is dit ‘mijn’ afstand. Het mooie van de 800 meter vind ik de onvoorspelbaarheid. Afgelopen WK haalde de Britse Jenny Meadows niet eens de finale, terwijl ze wel de ranglijst in de Diamond League aanvoerde. Maar het is ook een afstand waar outsiders kunnen winnen.”

Heb jij contact met de Zuid-Afrikaanse Caster Semenya over wier geslacht veel te doen was?

„Je komt haar op wedstrijden tegen, maar verder dan ‘hoi’ en ‘hoe is het’ gaat het contact niet.

Wat vind je ervan dat ze als vrouw aan wedstrijd mag meedoen?

„Ik heb het geaccepteerd, omdat ze uitgebreid onderzocht is. Maar andere loopsters hebben er meer moeite mee. Ze is een uniek geval. Ze is geen man, maar ook niet overtuigend een vrouw. Maar kennelijk vrouw genoeg om bij de vrouwen te mogen meedoen. En qua niveau is zij dit jaar ook een vrouw. Maar er zijn loopster die niet kunnen wennen aan het idee dat ze achter haar zullen eindigen op de WK of Olympische Spelen.”

Wil je als student geneeskunde niet graag weten hoe het zit?

„Ja, daar ben ik benieuwd naar. Het staat buiten kijf dat ze anders is dan andere vrouwen. Dat is geen discriminatie, dat is gewoon zo. Er zijn genetische syndromen waaruit zo’n vrouw kan voortkomen. Maar hoe het precies zit weet ik niet, omdat haar medische rapporten nooit openbaar zijn gemaakt. En terecht. Want ik had met haar te doen. Heftig als heel de wereld zich afvraagt van welke sekse je bent. Dat had beter opgelost moeten worden, want in Zuid-Afrika was ze al lang op de radar.”

Vind je het goed dat de testosteronspiegel bepalend is voor de vraag wie wel of geen vrouw is?

„Ik denk het wel. Het schijnt dat Semenya hormoonkuren volgt. En je ziet aan haar prestaties dat ze niet meer zo dominant is als voorheen.”