Telepathie, door winnaars verklaard

Esoterie Een Nobelprijs is nog geen levenslange wetenschappelijke kwaliteitsgarantie.

Vitamine C is een effectieve therapie tegen kanker. Quantummechanica kan telepathie verklaren. Aids wordt niet veroorzaakt door hiv. Zulke onzinuitspraken verwacht je niet van Nobelprijswinnaars. Toch zijn het Nobelprijswinnaars die ze gedaan hebben. Alleen: zulke dubieuze ideeën komen vaak pas op bij mensen nádat zij hun prijs kregen. Een Nobelprijs is geen langetermijngarantie voor wetenschappelijke kwaliteit.

Zo gaf de Britse Royal Mail in 2001 een boekje uit bij een setje Nobel-postzegels, ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van de Nobelprijzen. Het postbedrijf liet daarin Britse Nobelprijswinnaars aan het woord, onder wie de natuurkundige Brian Josephson – die won in 1973 de Nobelprijs voor de natuurkunde voor onderzoek aan supergeleiders. Hij sloot zijn bijdrage af met de opmerking dat ontwikkelingen binnen de informatie- en quantumtheorie ‘processen verklaren die binnen de conventionele wetenschap nog altijd onbegrepen zijn, zoals telepathie.’

Collega-natuurkundigen reageerden woedend en deden het standpunt van Josephson af als volstrekte nonsens. De Royal Mail stak zijn kop in het zand. Het stukje was toch door een Nobelprijswinnaar geschreven?

De postzegelaffaire legde pijnlijk bloot hoe Josephson sinds het winnen van de Nobelprijs in de ban is geraakt van het paranormale. Josephson is bijvoorbeeld directeur van het ‘Mind-Matter Unifaction Project’ en redacteur van het obscure tijdschrift NeuroQuantology. Op zijn eigen website schrijft hij hoe quantummechanica niet alleen betrekking heeft op telepathie, maar ook op homeopathie en oosterse mystiek.

Van sommige winnaars vraag je je af of het Nobelcomité niet aan kon voelen dat ze zouden ontsporen. Neem de biochemicus Kary Mullis, die in 1993 de Nobelprijs kreeg voor het ontwikkelen van een techniek (PCR, polymerase kettingreactie) waarmee DNA-sequenties specifiek gekopieerd kunnen worden. PCR-apparaten zijn nu niet meer weg te denken uit biochemische laboratoria. Tekenen van Mullis’ excentriciteit duiken voor het eerst op aan het begin van zijn carrière, in 1968. Toen publiceerde hij een esoterisch artikel in Nature waarin hij betoogde dat de helft van het universum terugreist in de tijd. Die tijdreizende helft zou onzichtbaar verstopt zijn in zwarte gaten. Mullis schreef later in zijn autobiografie dat hij dit artikel onder invloed van LSD heeft geschreven.

Met de Nobelprijs op zak vond Mullis in de jaren negentig een podium voor zijn afwijkende opvattingen. Soms ging het om onzinnige beweringen, zoals zijn stelling dat de meeste stierenvechters het sterrenbeeld stier hebben. Kwalijker was zijn uitspraak dat hiv geen aids veroorzaakt, toen dat verband al lang was aangetoond. Het is genant dat juist de techniek waar Mullis de Nobelprijs voor kreeg, gebruikt is om sporen van hiv in met aids besmette patiënten te vinden.

Verknocht aan vitamine C

De dubieuze claim dat het slikken van vitamine C kanker helpt voorkomen, is afkomstig van Linus Pauling. Pauling kreeg de Nobelprijs voor de Chemie in 1954 voor zijn onderzoek naar de aard van chemische verbindingen, maar raakte in zijn latere leven verknocht aan vitaminen.

Het ging Pauling vooral om ‘megadoses’ van de bewuste vitamin . In zijn boek Vitamin C and the Common Cold (1972) betoogde hij dat het slikken van 1.000 milligram vitamine C per dag verkoudheid kan voorkomen. Ter vergelijking: het Voedingscentrum zegt dat 70 milligram vitamine C per dag genoeg is. Later stelde Pauling zelfs voor om patiënten met terminale kanker met vitamine C te behandelen. Pauling etaleerde deze opvattingen in boeken, lezingen en interviews en zelden in de wetenschappelijke literatuur. Slechts twee keer, in 1976 en 1978, publiceerde hij rommelig opgezette studies waarin hij probeerde aan te tonen dat kankerpatiënten drie tot vier keer langer overleefden als ze zeer veel vitamine C namen.

Drie gerandomiseerde onderzoeken waren nodig om de autoriteit van de Nobelprijswinnaar op dit punt te ondermijnen. Kankerpatiënten hebben niets aan vitamine C, kwam daaruit. Pauling duldde deze tegenspraak niet en schreef een boze brief aan de redactie van The New England Medical Journal, dat een van de studies had gepubliceerd. Pauling werd ook boos toen onderzoekers van zijn eigen instituut aantoonden dat muizen die grote hoeveelheden vitamine C kregen,vaker plaveiselcelcarcinoom ontwikkelden , een soort huidkanker. De samenwerking werd beëindigd.

Andere Nobelprijswinnaars verbonden hun naam al even gretig aan voedingssupplementen. Nobelprijswinnaar Ferid Murad promootte een voedingspreparaat met vitaminen, aminozuren, foliumzuur en groene thee-extract: Dr. Murad’s Cardio Discovery. Murad won de Nobelprijs in 1998 samen met Louis Ignarro en Robert Furchgott voor de ontdekking dat stikstofmonoxide de bloedvaten doet verwijden. Ignarro ging trouwens óók in zee met een voedingssupplementenfabrikant. Op elk potje Niteworks van Herbalife staat: ‘Aanbevolen door Dr. Lou Ignarro’. Ignarro koos daarmee niet alleen voor snel financieel gewin; hij zette ook zijn wetenschappelijke geloofwaardigheid op het spel. In 2004 publiceerde hij een artikel in het wetenschappelijke tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences over de gezondheidsvoordelen van het voedingssupplement in muizen, zonder zijn financiële banden met Herbalife te vermelden. Anderhalf jaar later werd een correctie gepubliceerd. Ignarro wekte vaker de schijn van belangenverstrengeling. In 2007 besteedde hij het laatste kwartier van een wetenschappelijke lezing voor chirurgen aan het verkondigen van onbewezen ideeën en het aanprijzen van zijn eigen boek. De arts en (anonieme) blogger ‘Orac’ beschreef de vreemde lezing op zijn blog Respectful Insolence.

Of Nobelprijswinnaars vatbaarder zijn voor afwijkende ideeën dan andere wetenschappers weten we niet. Feit is dat het woord van een Nobelprijswinnaar vaak als het woord van ‘de wetenschap’ wordt gezien, zelfs als het om onzin gaat. Dan moet de wetenschap soms weer veel moeite doen om onjuiste ideeën te ontkrachten. Nog in 2008 publiceerden Amerikaanse onderzoekers, Pauling-aanhangers, een studie waarin ze kankerpatiënten gigantische hoeveelheden vitamine C toedienden. De conclusie? ‘Hoge doses vitamine C hebben geen anti-kankeractiviteit.’ Dat de studie überhaupt is uitgevoerd, is de erfenis van Pauling.