Niks sterfhuis langs Alkmaarse ring, het stadion zit weer vol

Twee jaar na het vertrek van Dirk Scheringa staat AZ aan kop in de eredivisie. Ondanks een lager budget, dankzij een heldere visie. En het huidige succes zal sponsors trekken.

Alsof er niets is gebeurd in Alkmaar. ‘Dirk, staat de Jupiler koud?’, stond twee jaar geleden te lezen op een spandoek in het toenmalige DSB-stadion. Het Belgische biermerk is hoofdsponsor van de eerste divisie. Een mengsel van angst en cynisme regeerde in Alkmaar toen landskampioen AZ leek te bezwijken onder de lawine die op gang was gekomen met het faillissement van het Scheringa-imperium. Niet Louis van Gaal, maar een curator werd de belangrijkste man in het stadion.

AZ overleefde de val van eigenaar Dirk Scheringa – ternauwernood. En tegen een hoge prijs. De club moest ruim tien miljoen euro terug in de begroting. Het nam afscheid van zijn beste spelers, onder wie Mounir El Hamdaoui, Moussa Dembélé, Jeremain Lens, Stijn Schaars, Demy de Zeeuw en – afgelopen zomer nog – Kolbeinn Sigthórsson. Van de kampioensselectie zijn twee jaar later nog precies vijf spelers over.

Alsof er niets gebeurd is: bovenaan in de eredivisie én in groep G van de Europa League, het stadion zit weer vol dankzij fris en vrolijk voetbal dat een beetje doet denken aan de tijd van Co Adriaanse. Niks sterfhuis langs de ring van Alkmaar. Het AZ van Gertjan Verbeek wordt hier en daar al genoemd in de titelstrijd.

Ondanks alle onzekerheid ging de club ‘gewoon’ door waar het gebleven was. Eén ding veranderde niet, zegt directeur algemene zaken Toon Gerbrands, al jaren de stabiele factor binnen de directie: de visie. „We zijn blijven zoeken naar spelers tussen de 18 en 21 jaar die zich bij ons verder ontwikkelen om een jaar of vier later te kunnen worden verkocht. We hebben alleen de tijd nodig om ons financieel aan te passen, en de spelerssalarissen in overeenstemming met onze begroting te brengen.”

Gerbrands vertelt dat Scheringa’s plotselinge vertrek een onzekere periode inleidde, omdat de curator de aandelen zomaar aan een andere eigenaar had kunnen verkopen. „Natuurlijk was het onrustig toen DSB failliet ging”, zegt Gerrit Valk, voorzitter van de Stichting Continuïteit AZ die toeziet op het behoud van het erfgoed van de club. „Er deden allerlei verhalen de ronde dat miljardairs uit het Midden-Oosten of Rusland interesse hadden in AZ. Dat bleken indianenverhalen.”

Onder druk van de licentie-eisen van de KNVB besloot de curator voor aanvang van het seizoen 2010-2011 de aandelen aan AZ over te doen. Een extra last van 3,9 miljoen euro, die in combinatie met andere saneringen zwaar op de begroting drukte.

Met een driejarenplan denkt AZ de geldnood te kunnen lenigen. Waarbij volgens Toon Gerbrands de miljoenensteun – het precieze bedrag blijft geheim – van enkele investeerders cruciaal is. „Wij hadden tijd nodig om transfers af te ronden en het loongebouw op orde te brengen. Die investeringen geven ons lucht en via het driejarenplan kunnen de investeerders terugbetaald worden. We zijn aan het tweede jaar van dat herstelplan begonnen, maar door geslaagde transfers hebben we ons doel voor dit seizoen nu al bereikt. Als we zo doorgaan is AZ in de zomer van 2013 financieel gezond.”

Dat wil zeggen dat Alkmaar een voetbalclub heeft met een reële begroting van zo’n 25 miljoen euro. De hoogtijdagen van Scheringa, met jaarbegrotingen tussen de 35 en 37 miljoen, zijn voorbij. Net als de garantie van weleer dat Scheringa de tekorten zou aanvullen. Een man die jaarlijks vier of vijf miljoen euro bij lapt is er niet meer.

Maar het sportieve succes bevordert wel de werving van sponsors. AZ is niet langer afhankelijk van één geldschieter; de bedrijven staan in Alkmaar in de rij.

Die spreiding staat in schril contrast met vroeger, toen de rijke eigenaar van één bedrijf aan de basis van het succes stond. Na de landstitel in 1981 bouwden geldschieters Cees en Klaas Molenaar van witgoedketen Wastora hun steun af. Het leidde tot degradatie (1988) en een bijna-faillissement. Ook de wederopstanding en bijna-ondergang tussen 1993 en 2009 viel op te hangen aan de successen en tegenslagen van één man.

„Het is goed dat je nu een wat bredere basis hebt onder de financiering”, zegt voormalig PvdA-Kamerlid Gerrit Valk, die in 2004 een proefschrift schreef over AZ en de historie van het betaald voetbal in Alkmaar. „Het is fantastisch dat AZ twee keer de hegemonie van Ajax, Feyenoord en PSV wist te doorbreken. Maar de club was wel kwetsbaar.”

Maar AZ ís Scheringa, die bij thuisduels gewoon weer zijn plekje op de tribune opzoekt, „ontzettend veel verschuldigd”, zegt Valk. „Laten we eerlijk zijn: zonder Scheringa waren die successen nooit behaald. Dan was AZ een redelijk anonieme voetbalclub in de eerste divisie geweest, die nog steeds voetbalde in de Hout. Het nieuwe stadion mag Scheringa volledig op zijn naam schrijven.”

Nu de trein weer op de rails staat is het zaak rustig te blijven, zegt Gerbrands. „Saneren kan iedereen. Het is de kunst om een balans te vinden tussen minderen en het voetbalniveau op peil houden. Het is zaak dat we ondanks een aangepaste begroting minimaal in de subtop blijven spelen. Daarom hechten we aan een goede technische staf; de trainers werken met ons kapitaal. Dat we daarin zijn geslaagd zie ik als ons vakmanschap. De koppositie in de eredivisie verandert ons beleid niet. Het is vooral belangrijk voor de beeldvorming. AZ wordt geïdentificeerd met succes. Daar genieten we van en het heeft op korte termijn positieve effecten. Maar we blijven realistisch. En dat is werken aan onze doelstelling om vijfde te worden en Europees voetbal af te dwingen.”

Valk is verbaasd over de snelheid waarmee de club zich weer in de top heeft genesteld. „Na de herstart ging ik er vanuit dat we in de middenmoot zouden meedraaien, dat zou al hartstikke leuk zijn. Maar dat AZ nu al Europees voetbal speelt en het zo goed doet in de competitie, vorig jaar ook al, dat is een verrassing.”

Toch acht hij AZ „te klein”, vergeleken met clubs als PSV en Ajax, om mee te doen in de titelstrijd. „Ik ben al heel tevreden als AZ meedoet voor een plaats in de Europa League.”