Nederlanders kunnen serieus en grappig tegelijk zijn - IG Nobel

Ig Nobel Onderzoek dat je eerst aan het lachen maakt en dan aan het denken zet. Daar zijn de Ig Nobelprijzen voor, nu al 21 jaar.

De Ig Nobelceremonie is een grap, een absurdistisch theater dat in al zijn facetten in het belachelijke is getrokken. Het is een volmaakte parodie op de statige ceremonie die in december van ieder jaar in Stockholm plaatsvindt, als de Nobelprijswinnaars die in oktober zijn aangekondigd in zwarte jacquets of avondjurk hun prijs in ontvangst komen nemen. Maar de uit de hand gelopen studentikoze grap – Ig Nobel is een woordspeling op ignoble: laag, eerloos – krijgt, nu hij al twee decennia lang elk jaar weer trouw wordt volgehouden, zelf iets officieels.

Tegenwoordig meet oprichter en vaste ceremoniemeester Marc Abrahams zich zelfs een serieuze status aan van de toffe ambassadeur van de wetenschap, die met alle joligheid door weet te dringen tot het brede publiek. Het ging van grap naar missie. “De bekroonde onderzoeken laten je eerst lachen, en zetten je dan aan het denken”, zegt Abrahams in kleermakerszit op een betonnen bankje voor het Sanders Theatre van Harvard University, de vaste plaats voor de ceremonie. Het is de slogan van Ig Nobel.

Maar is dat ook zo? Blijft het niet een intellectuele aangelegenheid met het soort humor dat alleen wetenschappers zelf aanspreekt? Vaak ook neigt het naar onderbroekenlol, de onderwerpen seks, poep en viezigheid zijn vaak goed vertegenwoordigd. Hoort Abrahams dan nooit dat iemand het flauw vindt?

Abrahams knikt en trekt een ernstig gezicht, maar laat zich niet van de wijs brengen. “Ik herinner mij nog de avond dat wij de Ig Nobelprijsuitreiking voor het eerst organiseerden, in een klein zaaltje waar net 250 man in paste. Het was bomvol en iedereen was wild enthousiast. Maar ik kneep hem ondertussen. Ik verwachtte ieder moment dat er een volwassene zou binnenstappen die zou zeggen: stop onmiddellijk met deze onzin! Het gebeurde niet. In plaats daarvan kwam het overal in de wereld in het nieuws.

“Ja, er is altijd een groep geweest die vindt dat wetenschap een serieuze zaak is, waarover je geen grappen zou moeten maken. Ze zijn bang voor de reputatie van de wetenschap. Maar als wij ons werk goed doen, kiezen we die dingen uit die de meeste mensen aanspreken, in elke cultuur rond de hele wereld. We steken ook erg veel tijd in het kiezen van de juiste bewoordingen, want we weten dat journalisten die gaan overnemen en vertalen en dat er dan nog eens een eindredacteur overheen gaat. In die maalstroom moet de boodschap overeind blijven – er moet geen ruimte zijn voor verkeerde interpretaties.”

Voelen de wetenschappers die de prijs krijgen zich nooit in de maling genomen?

“We maken nooit iemand belachelijk! Nee, we eren ze met de prijs. We proberen ons er zoveel mogelijk van te verzekeren dat we er niemand mee schaden. We bellen mensen op dat ze genomineerd zijn en dan krijgen ze nog de kans om nee te zeggen. Dat gebeurt niet vaak. Maar als mensen nee zeggen dan gaat het meestal om jonge wetenschappers die aan het begin van hun loopbaan staan.”

Heeft het Nobelcomité nooit geprotesteerd tegen de parodie?

“De Ig Nobelprijzen zitten niet in de weg, ze geven de echte Nobelprijzen zelfs meer glans. Ik heb zelf nooit contact gezocht met de mensen van het Nobelcomité, maar ze hebben mij meer dan eens opgebeld. En van die individuele commissieleden hoorde ik dat zij geamuseerd waren door dit initiatief.

“Vorig jaar, ons magische jaar omdat we het voor de twintigste keer organiseerden, kreeg Andre Geim de echte Nobelprijs voor de natuurkundige, een paar dagen na ons evenement. In 2000 had hij bij ons een prijs gekregen voor het laten zweven van een levende kikker in een magneetveld en nu kreeg hij voor ander werk de echte Nobelprijs voor de natuurkunde!”

Carrièrebevorderend, zo’n Ig Nobel?

“Dat weet ik niet. Het idee voor de Ig Nobelprijzen ontstond toen ik als hoofdredacteur van het tijdschrift Annals of Improbable Research veel leuke en merkwaardige onderzoeken tegenkwam. Ik dacht toen: niemand zal die mensen die dit bedacht hebben ooit leren kennen. Ik wilde ze een podium geven.

“Of dat is gelukt? De Japanner die de karaoke heeft uitgevonden, Daisuke Inoue, was voordat hij in 2004 een Ig Nobelprijs voor de Vrede kreeg niet erg bekend. Maar nu kent heel Japan hem.”

Is het lastig om ieder jaar weer geschikte kandidaten te vinden?

“Allerminst. Met de komst van elektronische databanken is het vinden van opmerkelijk onderzoek veel eenvoudiger geworden. En nu de prijs wat meer bekendheid heeft, zijn er veel mensen die zichzelf nomineren. Zelfs bedrijven doen dat. Maar over het algemeen zijn dat niet de beste kandidaten. Uit hun aanmeldingen blijkt meestal dat ze meer tijd hebben gestoken in het beschrijven van zichzelf dan in de wetenschap.

“Daarnaast krijgen we heel vaak tips van collega-wetenschappers, vriend of vijand van de kandidaat. Regelmatig ook sturen journalisten ons ideeën waarmee ze zelf niets kunnen. Ik moet dan met de stofkam door al die kandidaten heen om uiteindelijk op tien prijswinnaars uit te komen. Hoeveel inzendingen we krijgen? Ik hou de tel niet precies bij. Een jaar heb ik dat wel gedaan en toen kwam ik uit op ruim zevenduizend nominaties. Dat zal nu nog wel meer zijn geworden.

“De eerste keer hadden we sommige prijswinnende onderzoeken bedacht. We wisten nog niet hoe we zoiets moesten organiseren. Maar we hadden er meteen spijt van, toen we ons realiseerden dat het nomineren van echt onderzoek zoveel krachtiger was. En er bleek genoeg gek onderzoek te bestaan.”

Het bekroonde onderzoek is niet altijd heel recent.

“Het maakt voor de prijs niet zo uit of het bekroonde onderzoek al langer geleden is uitgevoerd. De persoon moet liefst wel nog leven. We hebben daarop acht jaar geleden een uitzondering gemaakt, met de bedenker van de Wet van Murphy: alles wat fout kan gaan, zal ook fout gaan. Zijn zoon Edward Murphy III heeft de prijs toen in ontvangst genomen.”

Wat is uw persoonlijke favoriet?

“Er is eigenlijk geen enige beste. De homofiele necrofiele eend van Kees Moeliker schiet mij te binnen. Maar absurder nog is misschien wel die Canadese uitvinder Troy Hurtubise, die in 1998 de Ig Nobel kreeg voor Veiligheid. Hij heeft jaren gewerkt aan een pak dat hem zou beschermen tegen aanvallen van grizzlyberen. Hij liet zich in dat pak van bergen afgooien, met knuppels slaan en zelfs aanrijden door auto’s om te onderzoeken of het hem zou beschermen. Hij was altijd erg voorzichtig, hij leeft nog steeds.”

Waarom valt Nederlands onderzoek zo vaak in de prijzen?

“Per hoofd van de bevolking tellen de Ig Nobel-archieven inderdaad relatief veel Nederlandse prijswinnaars. Na Groot-Brittannië en Japan is Nederland een van de hofleveranciers van Ig Nobelprijswinnaars. Dat is een kwestie van nationale cultuur. Engelsen staan vanouds bekend om hun droge humor en Japanners nemen hun excentriekelingen serieus in plaats van ze belachelijk te maken. Er zit ook iets in de Nederlandse cultuur dat maakt dat je tegelijk serieus en grappig kunt zijn.”