Nederland voert een achterhoedegevechttegen dubbel paspoort

‘Met een dubbel paspoort help je allochtonen niet’ luidt de kop boven de column van Thierry Baudet (Opinie, 23 sept.) Hij meent dat er een nieuw soort gedeeld Nederlanderschap tot ontwikkeling is gekomen, dat hij aanduidt als ‘multicultureel nationalisme’, een bonte nationale identiteit. Jammer alleen, dat er overheidsbeleid bestaat dat de nieuwkomers opsluit in hun ‘oude’ culturele identiteit. Die opsluiting en uitsluiting „geldt ook voor het zich in bochten wringen om het dubbele paspoort goed te praten”, zoals oud-minister Ernst Hirsch Ballin „onlangs deed bij zijn Amsterdamse oratie”.

Hoezo in bochten wringen? Nederland voert het laatste decennium een achterhoedegevecht tegen meervoudige nationaliteit. Het Europees Nationaliteitsverdrag van 1990 neemt een neutrale positie in tegenover het verschijnsel. In de jaren negentig werd de bestrijding ervan in Nederland opgegeven, de laatste jaren weer heftig opgevoerd. De op 1 januari van dit jaar ingevoerde wetswijziging, die de ondertekening van minister Hirsch Ballin draagt (!), brengt nieuwe beperkingen aan op de uitzondering op het in de wet vastgelegde uitgangspunt, dat aspirant-Nederlanders hun oude nationaliteit moesten opgeven. Dat staat al sinds 1985 in de Rijkswet op het Nederlanderschap. Ten opzichte van zijn oratie is dat inderdaad een vrij scherpe bocht. Intussen circuleert sinds maart van dit jaar een ontwerpwetsvoorstel dat de uitzonderingen nog meer wil beperken, vooral ook voor de vreemdelingen die getrouwd zijn met Nederlanders.

Baudet wordt dus op zijn wenken bediend. Wat wil hij nog meer? Als hij een kerel is, gaat hij pleiten voor de afschaffing van het automatisme dat een kind van een Nederlander ook het Nederlanderschap krijgt in het geval de andere ouder een buitenlandse nationaliteit bezit. Liever geen nieuwe Nederlandse kindertjes erbij dan dat zij bipatride zijn. Dat zet pas zoden aan de dijk.

De dubbele nationaliteit eenzijdig afschaffen is onmogelijk. Daar moet het hele buitenland zijn medewerking aan verlenen. Er zijn helaas landen die niet toestaan dat hun staatsburgers bij het verwerven van een nieuwe nationaliteit afstand kunnen doen. Voorbeelden zijn Marokko en Argentinië (Maxima!). Maar afgezien daarvan is de vrije keus van aspirant-Nederlanders om hun oude nationaliteit al dan niet te behouden veeleer een bijdrage tot Baudets multiculturele nationalisme dan een beletsel. Sterker: het verbod om de oude nationaliteit te behouden creëert in Nederland grote groepen tweederangsburgers, die hier wel genesteld en ingeburgerd zijn, maar die een aantal rechten missen, met alle ressentiment van dien. Men hoeft maar naar Duitsland te kijken om de negatieve effecten daarvan te peilen.

Het is inzake de dubbele nationaliteit beter het perspectief van de burgers sterker te laten wegen dan het per decennium wisselende staatsperspectief.

H.U. Jessurun d’Oliveira

Oud-hoogleraar migratierechtUniversiteit van Amsterdam