Mijn tijd hier is nog niet voorbij

In de rubriek ‘Het laatste woord’ praten mensen over hun laatste levensfase.

Daaronder staat wekelijks een necrologie van een niet per se bekende persoon.

„Ik heb een heftig jaar achter de rug. Vorig jaar omstreeks deze tijd voelde ik me somber en futloos. M’n vrouw gaf aan: ik wil niet meer met jou verder. Ik ben met ziekteverlof gegaan. Ik dacht: ik ben uitgeput, ik heb een paar maanden nodig om weer gezond en gelukkig te worden en dan gaat het vanzelf wel weer beter met ons tweeën en ons gezin.

„Het hielp niet. In december zei mijn vrouw: ik wil scheiden. Ik had in die tijd steeds vaker last van zware hoofdpijn. Stress – dacht ik. Op een dag in januari heeft mijn vader me thuis bewusteloos op bed gevonden. Toen ik weer bijkwam, in het ziekenhuis, kreeg ik te horen dat er een hersentumor was verwijderd. Zo kwam de kanker in m’n leven. Het is kantjeboord geweest, maar ik ben er nog.

„In het voorjaar was ik er weer redelijk bovenop. Familie en vrienden hadden een huurhuis voor mij en m’n jongens opgeknapt. Ik kocht een camper. Ik was vast van plan een streep te zetten onder al die ellende en een nieuw leven op te bouwen. Toen kwam de pijn in m’n maag. Weer dacht ik: stress. Maar de pijn werd steeds heftiger. Huisarts, ziekenhuis, onderzoek en wéér slecht nieuws, in juli: tumor in de maag.

„Inmiddels weet ik dat de kanker niet meer te genezen is. De behandelingen gaan me extra tijd geven. Een half jaar, een jaar, twee jaar, drie jaar: ik heb geen idee. De dokters kunnen ’t niet zeggen en ik hoef het niet te weten. Ik leef, ik leef nu en ik wil van elke dag een feestje maken. Het zou zonde van de tijd zijn om nu te gaan zitten kniezen.

„Eerlijk gezegd heeft die kanker niet eens zo zeer m’n leven beheerst in het afgelopen jaar. Het is vooral de scheiding geweest die me al m’n energie heeft gekost. Ik ben zó boos geweest, zo verdrietig, we hebben zo’n strijd gehad, ook wel eens als de kinderen erbij waren. Maar gelukkig hebben we weer een nieuw evenwicht gevonden. Mijn ex komt regelmatig hier met de kinderen, ze kookt, we eten samen, of ik ben bij hen. We kunnen weer normaal met elkaar omgaan, de boel staat niet meer onder spanning.

„Mijn jongens weten dat ik niet meer beter word. Zoiets is natuurlijk verschrikkelijk om te vertellen, maar ik heb de nadruk gelegd op de positieve kant. Ik heb gezegd: in januari was ik bijna dood, maar mijn tijd hier is gelukkig nog niet voorbij en samen gaan we d’r nog iets heel moois van maken. Dat is geen trucje, zo voel ik dat echt. De kanker hangt niet als een donkere wolk boven ons leven. Ik houd niks verborgen voor de jongens, maar ik confronteer hen er ook niet de hele tijd mee. Op iedere vraag geef ik antwoord. Tegelijk realiseer ik me: het zijn kinderen, ze moeten kunnen spelen en lol maken, ze mogen zich niet geremd voelen door een zieke papa.

„Het afgelopen jaar heeft me, ondanks alle ellende, ook iets goeds gebracht. Ik leef veel bewuster. Ik ben een mensenmens: ik geniet nu veel meer als ik samen met de jongens, met m’n familie, met vrienden bij elkaar ben.

„Ik heb gemerkt dat je zo ontzettend veel terugkrijgt als je een open houding aanneemt tegenover andere mensen. De steun die ik in het afgelopen jaar heb gekregen, van alle kanten, heeft me zó ontzettend veel kracht gegeven – dat is echt een ongelofelijke ervaring. Eindeloos veel voorbeelden zou ik kunnen geven. Een vriend van mij, die nogal wild heeft geleefd, ging een tijdje geleden op zondag met z’n vrouw mee naar de kerk. Er waren meer vrienden. Na de dienst stonden ze in een groepje te praten, met een pastoraal werker erbij – het ging over mij. Toen heeft die vriend gezegd: zullen we nu met z’n achten bidden voor Jan-Willem? Dat hebben ze gedaan, in een kringetje. Dat juist deze vriend het initiatief hiervoor heeft genomen – dat ontroert me echt.

„Ik denk geen moment: m’n leven is bijna voorbij, ik moet nog snel dit-of-dat doen. Ik denk ook niet: ik moet met mijn kinderen nog spectaculaire dingen uithalen, of ik moet ze allerlei wijze lessen meegeven. Voor mij is het allerbelangrijkste dat ik mezelf kan uiten: dat ik m’n problemen op tafel kan leggen, maar evenzogoed dat ik kan vertellen waarvan ik geniet en dat ik dit met anderen kan delen. Dat is wat ik, vooral in het afgelopen jaar, zelf heb geleerd en wat ik op mijn kinderen wil overbrengen: blijf dichtbij jezelf, durf ook aan de buitenkant te zijn wie je van binnen bent en doe wat je écht wilt doen.“

Tekst & foto’s Gijsbert van Es

Reacties: laatstewoord@nrc.nl.Twitter: #hetlaatstewoord