Met het CDA gaat alles goed. Toch?

Een jaar geleden stemde een roerig CDA-congres ermee in: samenwerking met de PVV. Hoe het sindsdien ging? „Je kan wel mooie verhalen houden, maar uiteindelijk gaat het om het resultaat.”

Arnhem : 2 oktober 2010 CDA-formatiecongres. Minister Klink en tegenstander van samenwerking met de PVV spreekt de congresgangers toe in de Rijnhal. foto © Roel Rozenburg

De een was senator namens de partij, een decennium lang. Maar hij sprak zich dit weekend een jaar geleden uit tegen samenwerking met de PVV, en Den Haag heeft hem nu niet meer nodig. De advocaat houdt nu alleen nog kantoor te Zevenaar, in een onopvallend kantoorpand boven een Rabobank, uitzicht op de snelweg.

De ander ziet vanuit zijn architectonisch indrukwekkende hoofdkantoor de skyline van Den Haag. Hij is voorman van belangenorganisatie Bouwend Nederland, en vanaf dit jaar ook fractievoorzitter in de Eerste Kamer, maar doet nog zoveel meer dat hij zo nu en dan de machtigste man van Nederland genoemd wordt.

Beide CDA’ers deelden ooit een benard moment binnen de partij. Dat was toen de eerstgenoemde, Rob van de Beeten, na de desastreus verlopen verkiezingen van 1994 zijn vicevoorzitterschap van de partij neerlegde. En de ander? Dat is Elco Brinkman, de man die in 1994 die verkiezingen verloor.

Nu maakt de decennialang machtigste partij van het land opnieuw moeilijke tijden door en is het opnieuw een goed moment om terug te kijken. Alleen staan beide CDA’ers ditmaal tegenover elkaar.

Want vraag Brinkman nu hoe het een jaar later met de partij gaat en hij zegt: „Het CDA is degelijk, de burger kan op ons rekenen, wij nemen verantwoordelijkheid.” Van den Beeten zegt dat het „geenszins” goed gaat. Dat volgend jaar „het jaar van de waarheid” wordt. Dan worden volgens hem de meeste effecten van de kabinetsingrepen zichtbaar, en wordt het de burger echt duidelijk dat iemand moet betalen voor het op orde brengen van de budgetten van de lidstaten. „Nog een jaar verder moet de partij dus echt een verhaal hebben.”

Dat verhaal is er nu al, volgens Brinkman, die vanuit de auto op weg naar Zwolle antwoordt. „Mensen worden niet massaal gedeporteerd”, zegt hij, en hij bedoelt: „Wij staan ook voor respect voor bevolkingsgroepen.” Het CDA heeft een pro-Europees verhaal nu, wil „niet op andere partijen schelden”, is degelijk en neemt bovenal „verantwoordelijkheid”. Dat laatste is belangrijk voor het CDA, een partij die traditioneel slecht gedijt in de oppositie.

Dat was op dat congres in Arnhem, 2 oktober 2010, een van de voornaamste argumenten voor tweederde van de aanwezige leden in te stemmen met een PVV-samenwerking. Verantwoordelijkheid moest worden genomen. Het land geregeerd.

Wat een onzin, vindt Van de Beeten. „Legendevorming. Alsof er geen alternatief was.” De partijtop, en dan bedoelt hij met name Maxime Verhagen, misbruikte dat argument „om over rechts gaan te legitimeren”.

Het is diezelfde Verhagen, volgens Brinkman, die „de eerste man” is, ondanks de al een jaar doorsudderende vraag over het leiderschap. „Dat is gewoon onomstreden.” Dat Verhagen een slecht imago heeft? Brinkman zegt het niets. En trouwens: „Iedere tijd heeft zijn eigen leiders. Nu moeten er moeilijke besluiten vallen. Ik ben blij dat er iemand zit dit weet hoe Den Haag werkt, die kan wheelen en dealen. Je kan wel mooie verhalen houden, maar uiteindelijk gaat het om het resultaat.”

Maar wat dat resultaat is, daar is het CDA het zelf nog niet over eens. Ook nu nog wordt er openlijk geklaagd over de koers of het ontbreken daarvan door sommigen, hoewel in de minderheid. Ook dat is onveranderd. Brinkman onderschrijft dat, constateert ook „enorme discussies”, maar logisch: „We waren natuurlijk behoorlijk door de benen gezakt.” De vraag is natuurlijk, volgens de nieuwe senator, hoe de stap te maken van intern gekibbel naar een externe heldere lijn. En je moet zeker niet alleen luisteren naar de ontevredenen binnen de eigen gelederen. „Je moet je niet alleen richten op de partij. Dat is maar een deel van ons electoraat.”

Dat dit betekent dat sommigen die nu een jaar twijfelen aan de koers misschien maar ergens anders heen moeten, dat principe kent Van de Beeten goed. Hij werd na zijn kritiek niet nog een keer op de kandidatenlijst voor de Eerste Kamerverkiezingen gezet. Volgens hemzelf omdat hij kritisch was geweest en de toenmalige dissidenten Ad Koppejan en Kathleen Ferrier had bijgestaan. Volgens de partij omdat senatoren na twaalf jaar plaats moet maken. Hij zat er toen 10,5 jaar in.

En de weg vooruit? Brinkman ziet goede dingen gebeuren. „De nieuwe fractievoorzitter Sybrand van Haersma Buma is ook maar uit de lucht komen vallen. Maar hij straalt toch een zeker gezag uit. Hij is constructief. Dat herkennen mensen, mensen willen geen spierballenvertoon.” Dat peilingen of analyses voor het CDA nog steeds niet positief uitpakken, deert Brinkman niet. „Als kleine partij zijn we nu minder zichtbaar.”

Van de Beeten deelt het optimisme van Brinkman in het geheel niet: „De fractie? Die is inhoudelijk en personeel zwak. Er heerst, geloof me, wel veel onderhuids ongenoegen. Vooral over het gebrek aan een profiel, en die ongezonde fixatie op Wilders. Dat zijn flinke onrustgevoelens.”

Fixatie op Wilders? Daar wil Brinkman niets van weten: „Wij worden helemaal niet met de PVV geassocieerd. U heeft mij geen woord over de PVV horen zeggen, en dat blijft zo. We moeten ons eigen verhaal vertellen. En als we het ergens niet mee eens zijn, dan gaan we ertegenin, maar dat doen we in alle matigheid en redelijkheid.”

Hoe erg Van de Beeten het allemaal ook vindt, in zijn ogen, en die van zijn medestanders, is er één grote geruststelling: „Met deze constructie doen Verhagen en de zijnen zichzelf wel de das om.”

De huidige partijtop spreekt over Van de Beeten – en mensen zoals hij – als openlijk verbolgen. Rancuneus. Onbelangrijk. „Dat mag men rustig zeggen. Ik weet hoe de partij werkt”, zegt hij. En vergeet u niet, „ik ben katholiek, ik ken de menselijke zwakheden. De mens worstelt met zijn erfzonden.”