Kinderloze, knorrige, rijke zwerver

Alfred Nobel Hoe kwam een Zweedse uitvinder ertoe zijn erfenis te schenken aan wetenschap en maatschappij?

Enkele handgeschreven vellen vloeipapier, met in de kantlijn wat krabbelige notities. Dat is het testament van de Zweedse industrieel en uitvinder Alfred Nobel en tevens de geboorteakte van de Nobelprijzen. Niemand wist van het document, dat Nobel in Parijs dateerde op 27 november 1895. Geen jurist had er een blik op geworpen, want Nobel had de schurft aan advocaten.

Het rommelige testament was daarmee een waardig sluitstuk van het leven van Nobel (1833-1896), die vooral naam maakte met de uitvinding van het dynamiet. Want Nobel was een eigenzinnige en ongebonden man – een ziekelijke en knorrige vrijgezel, die door zijn vele reizen door Zweden, Frankrijk, Italië en Rusland de bijnaam ‘rijkste zwerver van Europa’ verwierf. Zijn ongrijpbaarheid wordt nog vergroot doordat Wahrheit en Dichtung in zijn leven lastig zijn te onderscheiden.

Want waarom besloot Nobel bijvoorbeeld om zijn fortuin te bestemmen voor de prijzen? Ludwig Nobel, broer van Alfred, stierf in 1888 in Cannes. Een lokale krant vergiste zich en schreef een necrologie over Alfred onder de kop ‘De handelaar in de dood is dood’. Nobel schrok daar zo van dat hij besloot om zijn nalatenschap te wijden aan de vooruitgang van de mensheid.

Dit is een prachtig verhaal, dat in veel biografieën wordt verteld. “Het is alleen zeer de vraag of het klopt”, zegt biograaf Ulf Larsson, hoofdconservator van het Nobel Museum in Stockholm: “Dat krantenartikel is nooit gevonden en ook als het wel is verschenen, kan de inhoud Nobel nauwelijks hebben verrast. Hij had toen al vaak kritiek gekregen op zijn bijdrage aan de wapenindustrie.”

Een andere populaire verklaring, dan, voor Nobels postume vrijgevigheid. Nobel was een groot deel van zijn leven zeer bevriend met de Oostenrijkse gravin Berta von Suttner, die als secretaresse voor hem had gewerkt. Von Suttner was een grondlegger van de pacifistische beweging in de negentiende eeuw en zou later de eerste Nobelprijs voor de vrede krijgen. De intensieve briefwisseling met Von Suttner zou Nobel hebben geïnspireerd tot de prijzen.

“Niet heel aannemelijk”, vindt Larsson. “Von Suttner was belangrijk voor Nobel, maar niet zó bepalend. Het kan wel goed zijn, dat Von Suttner hem op het idee heeft gebracht om een prijs voor de vrede in te stellen.” Het is in briefwisseling met haar dat Nobel in 1891 de vaak geciteerde woorden schreef: “Misschien zullen mijn fabrieken de oorlog eerder uitbannen dan jouw congressen: op de dag dat twee legers elkaar in een seconde kunnen vernietigen, zullen alle landen ongetwijfeld vol huiver terugdeinzen en hun troepen ontbinden.”

De waarheid over het testament van Nobel is waarschijnlijk een stuk banaler, zegt Larsson: “Nobel wist dat hij niet lang meer zou leven, beschikte over een ongelooflijk fortuin en had geen kinderen die konden erven. Met de prijzen gaf hij zijn nalatenschap vorm op een manier die dicht lag bij het veelzijdige leven dat hij had geleid.”

Dat was allereerst het leven van een succesvolle zakenman, die niet alleen tientallen fabrieken in heel Europa bezat, maar ook aandelen in het familiebedrijf dat olie oppompte in de Kaspische Zee. Het was ook het leven van een chemicus, die niet alleen uitvond hoe je nitroglycerine kon stabiliseren (zie de rubriek Alledaagse Wetenschap, pagina 15), maar die ook veel andere patenten liet registreren. Het was ten slotte het leven van een literator, die gedichten en een nimmer opgevoerd toneelstuk schreef.

“Hij was geen geweldige toneelschrijver, maar toonde in zijn vele brieven beslist literair talent”, zegt Larsson. “Toch was hij niet zozeer een man van vele talenten als wel een man van vele ambities. Het was eerzucht die hem deed besluiten om te blijven voortleven in de prijzen.”