Integriteit is kostbaar

Witteboordencriminaliteit is een ijsberg. De top is zichtbaar, maar niemand weet wat zich verschuilt onder het wateroppervlak. De contouren boven water openbaren zich in strafzaken, zoals justitie de afgelopen maanden heeft gevoerd tegen elf verdachten in de zogeheten Klimop-zaak. Dat is de verzamelnaam voor een geraffineerde fraude rondom vastgoedprojecten, onder meer aan de Zuidas, een Amsterdams prestigeproject.

Onder de verdachten zijn leidinggevenden van projectontwikkelaar Bouwfonds en het Philips pensioenfonds. Het Openbaar Ministerie eiste deze week zeven jaar gevangenisstraf tegen de hoofdverdachte en drie tot vijf jaar tegen andere verdachten.

Het is de vraag of hier sprake is van een incidentele vorm van georganiseerde criminaliteit of dat het dieper zit. Dat het gaat om structurele misdaad, om te beginnen in de branche van de vastgoed- en projectontwikkeling, maar misschien nog wel breder: in bedrijfsleven en economie. Het precieze antwoord op die vraag wordt aan het zicht onttrokken door de vorm van de ijsberg. Feit is wel dat het ministerie van Financiën eerder dit jaar bij de helft van de onderzochte vastgoedbedrijven rond 1 miljard euro voor de fiscus verzwegen omzet opspoorde, met navorderingen ter waarde van 330 miljoen euro. Dat duidt op structurele rot en een aantrekkelijk werkterrein voor justitie.

Bestrijding van witteboordencriminaliteit had langdurig geen prioriteit bij justitie en was politiek niet bijster interessant. Het is misdaad zonder bloed, meestal zonder zichtbare slachtoffers en zonder verdachten die eruitzien als de doorsnee crimineel die fietsen steelt, auto’s openbreekt of juweliers berooft. Integendeel: witteboordencriminelen hebben juist functies en bijbehorende attributen en CV’s die deskundigheid en vertrouwen inboezemen. Juist daarom zijn ‘Klimopzaken’, verdenkingen van beurshandel met voorkennis, het witwassen van geld, boekhoudfraude bij beursgenoteerde bedrijven of de bouwfraude zo onrustbarend. Het confronteert de samenleving met de vraag: hoe integer is de zakelijke elite die doorgaans uitstekend wordt betaald. De vraag dringt zich ook op omdat op diverse markten, zoals vastgoed, financiële producten en nieuwe media, tegenwoordig ongelooflijke bedragen kunnen worden verdiend en succes meer dan ooit afstraalt op de betrokkene. Dat succes creëert gemakkelijk een prominente maatschappelijke positie, die soms wordt aangezien voor een extra recht van spreken. Zeker in tijden van voorspoed, waarin excessieve winsten kunnen worden behaald, worden weinig vragen gesteld. Mensen zien de toekomst door een roze bril. Pas na de debacles komen de vragen, de onderzoeken en de afrekeningen.

Markten kennen geen moraal, maar de mensen die op de markten actief zijn, kunnen zich daar niet achter verschuilen. Zij zijn zelf verantwoordelijk. De wetgever stelt regels, het Openbaar Ministerie dagvaardt en de rechter vonnist. Witteboordencriminaliteit krijgt inmiddels meer prioriteit. Opsporing is tijdrovend en kostbaar. Deze week vroeg criminoloog Fijnaut in zijn afscheidsrede als hoogleraar (Tilburg) ook om meer onderzoek naar financieel-economische misdaad.

Voor mensen in leidinggevende posities gelden meer dan alleen wetten en sancties. Integriteit is meer dan niet gepakt worden als je 150 rijdt maar toevallig geen flitser passeert. Good ethics is good business. Dat is ook een zakelijk argument voor bijvoorbeeld maatschappelijk verantwoord ondernemerschap.

Andersom is tekortschietende integriteit een kostenpost van jewelste. Niet alleen voor de organisaties en de fiscus die worden beroofd. Niet alleen omdat misslagen van deze omvang het vertrouwen in bedrijfsleven en economie aantasten. Maar ook omdat zij een voortdurende groei stimuleren in regels, toezicht en administratieve lasten. Als het bedrijfsleven dat niet wil, zal het zelf orde op zaken moeten stellen. Elke dag weer. Crimineel gedrag kan niet zonder mensen die wegkijken.