Integriteit bestuur Curaçao betwijfeld

De integriteit van de leden van de kabinet van Curaçao moet worden onderzocht door een commissie van wijzen, omdat er gerede twijfels over bestaan. Dat stelt een commissie onder voorzitterschap van voormalig GroenLinks-voorman Paul Rosenmöller in een gisteren gepubliceerd rapport.

De commissie werd op 8 augustus ingesteld, nadat president-directeur Emsley Tromp van de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten (CBCS) en minister-president Gerrit Schotte van de regering van Curaçao elkaar over en weer van corruptie hadden beschuldigd. De regering van Curaçao heeft geweigerd medewerking te te verlenen aan het onderzoek. Rosenmöller „betreurt dat zeer”.

De commissie velt geen oordeel over de inhoud van de geuite beschuldigingen. De Algemene Rekenkamer doet daarnaar onderzoek en zal binnenkort verslag uitbrengen.

Rosenmöller is wel kritisch over de bestuurscultuur op het eiland, dat sinds 10 oktober 2010 een apart land is binnen het Koninkrijk der Nederlanden. Het systeem van patronage en afhankelijkheid dat al voor deze datum bestond, is sindsdien „in aard en omvang” veranderd. De zorgen hierover zijn bij veel maatschappelijke organisaties groot en lijken „steeds verder en sneller toe te nemen”.

Die snel groeiende zorgen gaan voornamelijk over de toenemende invloed van het politieke bestuur op vitale (nuts)functies van het land, schrijft de commissie, zoals energie, het bankwezen, de haven en de veiligheidsdienst. „Velen spreken daarbij uit dat die invloed wordt ingegeven door en aangewend voor zakelijk eigenbelang van politieke bestuurders en functionarissen.”

In zijn rapport zegt Rosenmöller verder dat het onwaarschijnlijk is dat alle ministers van de huidige regering zouden zijn benoemd als er van tevoren een screening was gedaan. Die bleef uit omdat er vorig jaar binnen anderhalve maand een kabinet gevormd moest worden toen Curaçao een zelfstandig land binnen het koninkrijk werd.

Het hoofd van de veiligheidsdienst, die verantwoordelijk was voor de screening, is na het aantreden van de regering op onrechtmatige wijze tegengewerkt, aldus Rosenmöller.