Ik voel me wethouder bouw

Carolien Gehrels is vijf jaar cultuur-wethouder in Amsterdam. Deze zomer werd duidelijk dat bezuinigingen van het Rijk haar stad hard treffen. En dan zijn, of gaan, ook nog alle grote musea (tijdelijk) dicht. Maar: „Het moet gek lopen als het Stedelijk niet in 2012 opengaat.”

Nederland, Amsterdam, 10-09-2011 Carolien Gehrels is een Nederlands politica van de Partij van de Arbeid en wethouder in Amsterdam. PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS Roger Cremers - 2011

Alsjeblieft, de lekkerste broodjes die je ooit hebt gegeten in Amsterdam.” Wethouder Carolien Gehrels zegt het spottend. Op tafel staan bruine bolletjes met kaas en met ei. „De bloemen zijn ook wegbezuinigd, we beginnen bij onszelf.” We zitten in haar kamer in het stadhuis, met uitzicht op de Amstel. Boven haar bureau hangt een reusachtige tekening van het Stedelijk Museum na de verbouwing. Als ze over het Stedelijk praat, wijst ze er enthousiast naar. Even later loopt ze naar de plattegrond van Amsterdam, om te tonen hoe de IJ-oevers zich ontwikkelen.

Ze houdt van praten en dat doet ze energiek en in grote lijnen. „We hebben zoveel kracht in deze stad, zulke goede mensen.” Of: „Ook in moeilijke tijden moet je nadenken, er zijn altijd andere oplossingen.” En: „Kunstenaars hebben een belangrijke rol in het analyseren van stad en samenleving.” Van haar broodje kaas neemt ze tijdens het hele gesprek één hap.

U heeft met het college besloten dat u 9,8 miljoen moet bezuinigen op cultuur, een tiende van het budget. Hoe gaat u dat doen?

„In november komen we met de hoofdlijnen. We vragen de instellingen nu al hoe dingen slimmer kunnen. Rijg een parelsnoer van musea aan de grachten, van Amsterdam Museum tot en met Hermitage. In de toneelwereld kijken ze hoe ze de keten van kleinere en grote gezelschappen in stand kunnen houden. Dat vind ik een goede houding. Het Concertgebouw dat aandelen uitgeeft. Maar dan nog zal lastig het worden.”

Want bovenop die 9,8 miljoen komen de bezuinigingen van het Rijk. Volgens schatting van de Kunstraad 70 miljoen euro per jaar in Amsterdam alleen.

„Dat kunnen we onmogelijk compenseren, laat ik daar glashelder over zijn. We moeten nadenken hoe de instellingen hun waarde – de gebouwen, de collecties – beter kunnen verzilveren. We hebben de afgelopen tien jaar, met Rijk, stad en bedrijven, meer dan een miljard in cultuurgebouwen geïnvesteerd: Stadsschouwburg, Muziekgebouw aan het IJ, Scheepvaartmuseum, Openbare Bibliotheek. Nu staat dat er allemaal en moeten we zien hoe we de exploitatie rond krijgen. Er moet meer publiek komen en dat moet meer betalen. Daarnaast heeft Amsterdam in 2009 12 miljoen extra uitgetrokken voor cultuur. Maar je wilt niet weten wat er door me heengaat als ik alle verhalen hoor over de rijksbezuinigingen. Dat de Rijksacademie – 170 jaar geschiedenis – in onzekerheid verkeert. Dan trek ik wit weg en denk: jongens, we hebben zo in kunst geïnvesteerd. We zijn toonaangevend in de wereld. Maar als dit zo verder gaat, kunnen we ook het Gdansk van Europa worden. Je ziet dat Europa zich concentreert rond 20 steden. Daar zal werk zijn en kwaliteit van leven.’’

U zei in juni dat u staatssecretaris Zijlstra (VVD) niet volgt in zijn keuze grote instellingen te sparen. Maar is bijvoorbeeld Het Nationale Ballet niet te groot om niet te steunen?

„Ik heb Zijlstra willen aangeven dat het voor mij moeilijk is de groten te blijven steunen en daarnaast de kleinere instellingen in stand te houden. Je moet zo’n crisis gebruiken om te bouwen, stad en Rijk samen. Ik wil partnerschap. Daarin hebben we in Amsterdam een traditie: stad en Rijk trekken sinds 1880 samen op. Ik denk dat er een intensivering van de gesprekken komt. Om te bereiken wat hij wil, heeft Zijlstra ons nodig.’’

Bij het tweede gesprek, een week later, zegt Gehrels: „Ik heb nog eens nagedacht en wil één ding duidelijk zeggen over Zijlstra: dit is niet mijn beleid. Hij decentraliseert taken zonder er geld bij te doen. Hij gooit de problemen bij de gemeenten over de schutting. Niet alleen cultuur, ook openbaar vervoer, onderwijs, jeugdzorg. Dat is schadelijk. De vorige keer zei ik: je moet kijken hoe je effectief kunt zijn. Dat is iets te pragmatisch. Ik ben het principieel niet met Zijlstra eens.”

Carolien Gehrels werd in 1967 geboren in Dronten, Flevoland, in „een creatief en calvinistisch AR-nest”. Hard werken en verantwoordelijkheidszin, zegt ze, heeft ze van haar ouders geleerd. Die discipline werd nog versterkt doordat ze iedere dag zeventien kilometer naar school moest fietsen. Ook de belangstelling voor debat en voor politiek heeft ze van haar ouders. „De Flevopolder was nog niet drooggelegd of mijn vader zat al in de gemeenteraad.”

Er is nog iets wat ze van haar ouders meekreeg: optimisme. „Als ondernemer vonden ze altijd voor alles een oplossing. Zo ben ik gewend geraakt dingen snel op te lossen – zozeer dat ik soms niet genoeg stil sta bij het probleem. Als je vergeet te problematiseren, zien mensen de charme van de oplossing niet.” Dat merkt ze, wanneer ze in de gemeenteraad „soms dingen niet maximaal handig” doet. „Dan overval ik mensen. Omdat ik denk: het is een goed plan, laten we het zo doen.”

Ze werd in 2002 lid van de PvdA „vanuit de overtuiging dat werk mensen individueel en als gemeenschap verder brengt”. Haar wethouderschap vindt ze geslaagd als ze er straks voor heeft gezorgd dat de gemeente, samen met bedrijven, voldoende banen heeft gecreëerd. „Waarbij ik de combinatie met kunst belangrijk vind omdat je met cultuur mensen kunt binden.’’

Vriend en vijand vertellen hoe hard ze werkt. Dat ze haar soms naar huis moeten sturen. Zelf zegt ze: „Ik vind rust en energie in mijn werk. Want een avond in het theater, is dat nou werk?” Ze heeft een echtgenote die veel reist voor haar baan en een zoon van vier. „We hanteren het concept van ‘extended family’: een opvangschema met oma, buren, zussen en broers. Mijn zoon ziet zijn neven en nichten als broers en zusjes. Dat heeft iets vrolijks, daardoor is het goed te doen.’’

In 2006 werd Carolien Gehrels gevraagd wethouder te worden, nadat ze was opgevallen met haar presentatie van een marketingplan voor de stad, met de slogan: ‘I Amsterdam’. Ze was toen directeur bij Berenschot.

In uw tweede termijn als wethouder, sinds vorig jaar, heeft u ook de portefeuille economie.

„Dat is de ideale combinatie. Amsterdam is toonaangevend dankzij die combinatie van creativiteit en handelsgeest. Het gaat om de wisselwerking. Ik was eind augustus in China, daar hangt een groot zelfportret van Van Gogh op het Beijing Capital Museum, een doek met ‘I Amsterdam’ eronder. Binnen hangt het portret, een bruikleen van het Rijksmuseum. De Chinezen zijn gek van Van Gogh. Met die unieke kunst kun je bruggen slaan.”

Verdient Amsterdam daaraan?

„Op den duur wel. We organiseren dat met bedrijven als Schiphol en KLM. Schiphol is de gateway tot 500 miljoen Europese consumenten, dat zien de Chinezen ook. We zijn nu een paar keer met Schiphol en KLM naar China geweest en hebben afspraken gemaakt met de burgemeester van Peking. Zo kun je meer mensen naar Amsterdam halen. Dat betekent dan niet sponsoring van de KLM voor het Stedelijk, wel meer toeristen.’’

Intussen zijn culturele trekpleisters, het Rijks, het Stedelijk, jaren geheel of deels dicht. Voelt u zich wethouder van dichte musea?

„Ik voel me bouwwethouder. Een van de eerste dingen die ik deed, was in zo’n schommelend bakje stappen om het hoogste punt van de bibliotheek te vieren. De nieuwe zaal van de Schouwburg – ook goed gegaan. De stad maakt een schaalsprong. Het Scheepvaartmuseum gaat nu open, het Filmmuseum krijgt een nieuw gebouw, de Melkweg, MC Theater…”

Het Stedelijk gaat volgende week weer dicht; de directie wilde open blijven. Waarom sluit u toch?

„Het was onvermijdelijk. We zijn bezig met de nieuwbouw en in de oudbouw moet ook nog wat gebeuren. Die bouwstromen moeten goed op elkaar aansluiten.”

De verrassingen stapelen zich op. Vertragingen bij de bouw, de kosten vallen 20 miljoen hoger uit.

„Het heeft veel meer geld gekost en langer geduurd dan van tevoren bedacht. Maar het goede nieuws is dat we de planning en de kosten nu scherp hebben. De aannemer, VolkerWessels, zei in maart dat ze er tien maanden over zouden doen. Het ziet ernaar uit dat ze dat halen.”

Ziet ernaar uit?

„Het weer is onvoorspelbaar. De gevel moet gespoten worden en dat moet bij droog weer en 15 tot 20 graden. Maar als het goed gaat, kunnen we in januari beginnen met inrichten. Het moet gek lopen als het Stedelijk niet in 2012 open gaat.”

Ann Goldstein is sinds 1 januari 2010 directeur van het Stedelijk. Dit moet voor haar vreselijk zijn.

„Daarom heeft ze de gelegenheid gekregen het tijdelijke museum 1 en 2 te leiden en nu het tijdelijk museum 3, met debatten in de stad. Dit valt voor helemaal niemand mee. Maar als je nu met een bouwhelm op naar binnen gaat, zie je hoe het wordt. Groot, spannend. Het gevoel: hier kan alles. Dat gevoel hebben we lang niet gehad, dat betreurt iedereen.’’

Die nieuwbouw, met techniek die nog nooit is uitgeprobeerd, is dat Amsterdamse hoogmoed?

„Dat is Amsterdamse innovatiedrang. Daarom hebben we hier geruchtmakende gebouwen. We hebben niet de veilige weg gekozen.”

U noemt het de schuld van de vorige aannemer, Midreth, dat de bouw is vertraagd. U heeft zelf in 2007 die aannemer de opdracht gegeven, waarom?

„Op dat moment was er een overspannen bouwmarkt, het was heel moeilijk een aannemer te krijgen. En Midreth had een goede reputatie. Ze hadden het AZ Stadion gedaan en hier in de stad onder andere The Bank [het oude ABN Amro-kantoor aan het Rembrandtplein, red.]’’

Wat is de belangrijkste les?

„Er moet een kalender komen voor cultuurgebouwen voor de komende 10, 20 jaar, met de volgorde van verbouwingen. Zodat straks niet de Melkweg en Paradiso tegelijk hun dak repareren. We stemmen meer af en hebben al een en ander voorkomen, maar dat valt nooit zo op.”

Wat opvalt is dat volgend jaar ook het Van Gogh dichtgaat. Wat dacht u toen u dat hoorde?

„Hetzelfde wat u dacht, wat iedereen in Nederland denkt… Maar we hebben wel geprofiteerd van de kennis die we hebben. De collectie blijft zichtbaar, in de Hermitage. Japanners komen voor De Aardappeleters. Of die nou hangt op het Museumplein of aan de Amstel, maakt hun niet uit. Een verbouwing is begrijpelijk, maar de kunst moet zichtbaar blijven.’’

Heeft Amsterdam internationaal reputatieschade geleden?

„Ja natuurlijk. Maar grappig genoeg zie je dat niet aan de bezoekersaantallen. 2010 was een topjaar. En die short tour van het Rijksmuseum is voor veel toeristen juist fijn. Axel Rüger van het Van Gogh zegt het ook: de meeste mensen zijn binnen een uur klaar. Voor het Stedelijk is dat anders, dat heeft de functie van huiskamer van de stad.’’

De Museumpleindirecteuren klaagden in deze krant over hun plein: een tragedie van gras. Wat antwoordt u hun?

„Er is een plan voor de herinrichting, maar daar is nu geen geld voor. We gaan wel de basis op orde brengen – het gras, de verlichting. We werken toe naar perfectie. Loop maar over het gras, dat is al beter.”

Toch wilt u er niet op de foto.

„Als ik mag kiezen, ga ik op het dak van het nieuwe Minthotel staan. In dat hotel is veel privaat geïnvesteerd, zoals elders in de stad, en je ziet het water, de economie, de monumenten. Ik ben wethouder van de stad, niet alleen van het Museumplein. ’’