Ieder Kamerlid gaat over alle onderwerpen die ertoe doen

De achterban van de PvdA roert zich. Een jongerenbeweging wil „peper in de reet van Job Cohen” stoppen, frisse linkse ideeën graag, de hele fractie moet meedoen. Het CDA is al blij dat bij de Algemene Beschouwingen fractievoorzitter Van Haersma Buma een fatsoensdrempel opwierp tegen Wilders. Ook daar is dringend behoefte aan smoel.

Binnen partijen die het slecht doen bij verkiezingen en in opiniepeilingen klinkt vroeg of laat de roep om nieuwe ideeën. Maar de huidige onvrede met de politiek heeft waarschijnlijk meer te maken met de rol die politici vervullen, of liever gezegd: niet vervullen. Die sanctioneert bestuurlijk autisme.

Nieuwe volksvertegenwoordigers gaan zich binnen de kortste keren gedragen als schaduwambtenaren met oogkleppen. Binnen de fracties worden de departementen verdeeld. Hoe groter de fractie, hoe kleiner het deel is van een ministerie dat je krijgt. Als jij mij vrij laat met ‘passend onderwijs’ dan steun ik jou bij de F-16-vervanging.

Dat kan een praktische werkverdeling zijn bij thema’s als ‘Kustwacht in het Caribisch gebied’ of het ‘Experiment regelarme instellingen en minutenregistratie om te komen tot het terugdringen van (overbodige) administratieve belasting’. Los van de vraag of de Kamer dit mede moet willen bepalen, er zijn de nodige onderwerpen die ons allemaal aangaan.

Hoe Nederland mede vormgeeft aan dit vertwijfelde Europa, op welke leeftijd we met pensioen gaan, hoe gemeenschapsgeld wordt verdeeld tussen auto en openbaar vervoer, hoe veel mensen mogen uitgeven aan hun eigen gezondheid, of militairen op gevaarlijke missies worden gestuurd – dat zijn onderwerpen waar ieder Kamerlid meeverantwoordelijk voor hoort te zijn. Dat is nu alleen formeel zo.

Nederlanders zijn nog steeds betrekkelijk tevreden met hun democratie. Uit het jongste Burgeronderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau blijkt dat men ‘de politiek’ tegelijk bemoeizucht en een gebrek aan daadkracht verwijt. Een ongelukkige combinatie. Men spreekt stijgende bezorgdheid uit over de aangekondigde bezuinigingen in de gezondheidszorg.

In landen waar parlementariërs hun eigen zetel moeten bevechten, zou iedere volksvertegenwoordiger kunnen uitleggen hoe het persoonsgebonden budget werkt, dat de administratieve behandeling ervan te omslachtig en fraudegevoelig is, maar dat het tienduizenden in staat stelt aan het volle leven deel te nemen. Niet hier, waar een paar ambtenaren, kennelijk zonder kennis van de werkelijkheid, een streep halen door het pgb – en een even vaag als fantasieloos alternatief aanreiken dat geen besparing oplevert, tenzij je tienduizenden terugwerpt op inadequate instellingszorg of al overbelaste familieleden.

Het pgb-drama is op deze plek al beschreven. Het democratische drama dat het zichtbaar maakt is dat pakweg 142 Kamerleden er amper benul van hebben. Hun fractiegenoot X doet ‘langdurige zorg’. Zij blijven binnen hun eigen schotjes. Zo kan het gebeuren dat in duizenden drukke schoolklassen volgend jaar of het jaar daarna een buslading kinderen wordt afgeleverd die heel veel aandacht nodig hebben. Nu gaan zij naar speciale scholen. De bezuiniging is al ingeboekt.

‘Weer samen naar school’, ‘passend onderwijs’. Dat soort solidaire banieren hebben een sterk element van morele chantage, bedoeld om praktische bezwaren te dempen. Wie de heksenketel kent die een basisschoolklas met dertig ‘gewone’ kinderen al is en weet hoeveel moeite het kost de middelmatigen, de niet-zo-snelle en meer-dan-gemiddeld-snelle kinderen goed te bedienen, beseft dat de maatregel een roekeloze bezuiniging is die ten koste gaat van ieders onderwijs.

Opnieuw, ieder Kamerlid is kind geweest en kent kinderen. Het gaat niet aan dat een handjevol Kamerleden – kijk maar hoe leeg de zaal is, ook bij dit soort begrijpelijke onderwerpen – namens heel Nederland beslist. En dan verbaasd zijn dat je geen gezag hebt.

Deze week dook onder de radar nog zo’n onderwerp op waar onze volksvertegenwoordigers maar moeilijk greep op krijgen: het landelijk elektronisch patiëntendossier (EPD). Na langdurig raadplegen van deskundigen stemde de Eerste Kamer vóór de zomervakantie tegen de wet die een dergelijk EPD verplicht stelde. De Senaat was vrijwel unaniem in haar wantrouwen jegens noodzaak en veiligheid van de centrale opzet van het EPD.

Wie dacht dat het daarmee van de baan was, kent Nederland niet. De minister deed een stap terug maar gaf de overheidsorganisatie die het EPD optuigde, opdracht een doorstart te verkennen. Die is nu aangekondigd. Huisartsen en apothekers moeten ervoor opdraaien. Deze week kregen zij een brief met tien dagen bedenktijd. Doe mee of mis de laatste kans op een efficiënte uitwisseling van gegevens.

Het heet LSP (landelijk schakelpunt), maar nergens blijkt dat men iets heeft geleerd van vorige datamissers (DigiNotar, DigiD, ov-chipkaart, vingerafdrukdatabank, en nog een hele lijst). Al die projecten zijn verschillend, maar steeds bleek dat de overheid de kennis mist voor goede projectomschrijvingen en aanbestedingen, laat staan om de steeds opgewekt gegeven veiligheidsgaranties waar te maken. Zie ook het WRR-rapport iOverheid.

Ieder Kamerlid kan na een uur lezen (in de Eerste Kamerverslagen) vaststellen dat sprake is van een verouderd, onnodig gecentraliseerd systeem, dat extreem kwetsbaar is. Ieder Kamerlid is verantwoordelijk als straks de medische gegevens van half Nederland op straat liggen. En waarom? Omdat de ict-branche zo handig doordrukte. En 142 Kamerleden niet buiten hun hokje durfden te denken.

marc chavannes

Reacties: opklaringen@nrc.nl