Het blotevoetengevoel

In zijn midlife-hardloopcarrière doet Wim Köhler mee aan een trend: hij verruilt zijn dikkezolenschoenen voor blotevoetenschoenen. ‘Om te rennen heb je alleen voeten nodig.’

et was twee of drie, misschien wel vier jaar geleden dat ze opdoken in buitensportwinkels. Tussen de bruine en grijze wandelschoenen en de Teva-sandalen lagen daar opeens wonderlijke schoentjes. Als handschoenen, met vijf losse tenen. Voor het blotevoetengevoel. Ik bekeek ze, betastte ze en liet ze liggen.

En toch knaagde er wat. Helemaal toen de Vibram Fivefingers ook in de hardloopwinkels opdoken. Hollen op blote voeten leek me wel wat, maar ik had geen zin in glassplintertjes in mijn voetzool.

De wetenschap heeft al lang uitgemaakt dat de moderne gedempte, dikgezoolde hardloopschoen niet beschermt tegen blessures. En overtuigender: er is een aantrekkelijke wetenschappelijke theorie dat de mens ontstaan is door hardlopen. De mens is gemaakt om blootsvoets te hollen.

Homo sapiens ontstond – twee miljoen jaar geleden – toen hij de bomen verliet en hardlopend ging jagen op de savanne. Daardoor kreeg de mens uiteindelijk wat apen niet hebben: langere benen, kortere tenen, een veerkrachtige voetboog (dus geen platvoeten zoals chimps die nog hebben) en een hielbeen dat een endje naar achter uitsteekt om een mooie veerkrachtige achillespees aan te hechten. Het is de ideale bouw om mee op blote voeten te hollen. De theorie is van Harvardprofessor Daniel Lieberman en zijn collega Dennis Bramble. Onze voorouders, zeggen zij, liepen urenlang matig hard om een gazelle of ander dier dat goed kan sprinten maar niet kan duurlopen uit te putten en te doden. Slow food.

Begin 2010 schreef Lieberman een mooi artikel in het wetenschappelijke tijdschrift Nature. Hij maakte een uitstap naar de biomechanica en liet zien hoe blotevoetenlopers verschillen van hardlopers op gedempte schoenen.

Lieberman („You don’t need shoes for running, you just need feet”) vergeleek Keniaanse en Westerse hardlopers, die gewend waren blootsvoets of op gedempte schoenen te lopen, of die net waren overgestapt, van blootsvoets naar geschoeid. Hij filmde ze van opzij, keek hoe ze landden en afzetten, liet sommigen op een plaat hollen die ook de krachten bij neerkomen en afzetten mat.

Lieberman deed dit onderzoek om zijn theorie over de evolutie van de mens te onderbouwen. Niet al zijn collega’s accepteren dat Homo sapiens ontstond door op blote voeten te gaan hollen. Begrijpelijk, want onder wetenschappers is het mode om marathons te lopen. En ze hollen allemaal op supergedempte hardloopschoenen, waarover ze allemaal hebben gelezen dat die nodig zijn om spieren en gewrichten tegen blessures te beschermen. Het is dan – ook voor wetenschappers – een hele stap om te accepteren dat de mens eigenlijk gemaakt is om ongeschoeid te rennen.

Gedempte hollers landen op de hak, wikkelen af en zetten af met de voorvoet of tenen. Blootvoeters landen op de bal van de voorvoet, of iets daarachter, op de middenvoet. De boog van de voet buigt door, ze raken bijna altijd even met de hak de grond en zetten dan weer af. De energie die bij de landing in de pezen en spieren wordt opgenomen, komt grotendeels weer beschikbaar. Gedempte hollers raken die energie vrijwel helemaal kwijt aan hun zool, die de klap opvangt van het landen.

Blessurevrij blootsvoets hollen kan heel goed, liet Lieberman zien. Afgezien van de gevaren voor de voetzool. Zoals onze fietsbanden een anti-leklaag hebben, kan ook de blote voet in de Westerse wereld wel een beschermlaagje gebruiken. Daar rook de schoenen- industrie zijn kans. En Vibram, bekend van de betere wandelschoenzool, heeft de ultieme blotevoetenschoen gemaakt. Met zooltjes die nog geen halve centimeter dik zijn. Gevestigde sportschoenenfabrikanten maken inmiddels ook schoenen met dunnere, soepeler zolen. In twee jaar tijd is er een hele nieuwe mode in hardlopen en hardloopschoenen ontstaan. Met verkoopbevorderende claims over minder blessures die niet in wetenschappelijke publicaties zijn terug te vinden. Vooral Vibram kan er wat van. In een persbericht schept het bedrijf op over zijn hardloopschoen, namelijk dat de zool is bezet met „een groot aantal anatomisch gevormde noppen”. De menselijke anatomie bevat weinig noppen, op twee tepels na, dus wat Vibram hiermee wil zeggen blijft onduidelijk.

Gorillapootjes

Het Nieuwe Hardlopen begon voor mij eind juli. In de hardloopwinkel zei ik: „Ja, u kunt me helpen. Ik ben aan nieuwe hardloopschoenen toe, maar ik wil ook wat nieuws proberen: een paar van die blotevoetenschoenen, een paar Fivefingers.” „O, wat leuk”, zei de direct opfleurende verkoopster. Ik kreeg azuurblauwe schoenen, om te passen. Dat ging me te ver. „Zijn er ook zwarte?” Vroeg ik. Die stonden op internet. Ik had bijna gezegd: „Zijn de gorillapootjes er ook?” Dat was de naam die door mijn hoofd was gaan zweven na het zien van die schoenen. Hoewel gorilla’s dus lange tenen hebben en de overgang naar blootsvoets hollen niet hebben gemaakt.

De gorillapootjes waren er. Ik was verbaasd dat mijn voor menselijke begrippen korte teentjes niet onoverkomelijk waren. Er is wel veel ruimte over in die afzonderlijke, door Vibram gepatenteerde ‘teenzakjes’, maar het hindert niet.

Het aantrekken is een kunst apart. Iedere teen moet in zijn eigen zakje terechtkomen en dat gaat in het begin niet vanzelf. In de winkel was het advies om met de kleine teen te beginnen. Eenmaal thuis ontdekte ik de gebruiksaanwijzing in de doos die aanraadt met de grote teen te beginnen. In het begin moest een teen wel eens de juiste weg worden gewezen, maar inmiddels glijden ze allemaal soepel naar binnen.

Overladen met goede adviezen stond ik een half uur later buiten, met een paar Fivefingers van het type Bikila, genoemd naar Abebe Bikila, de Ethiopische marathonloper die blootsvoets de Olympische marathon won, in 1960 in Rome.

Inlopen

Pas op, ga er niet te snel echt op hardlopen, was het advies. Trek ze eerst thuis aan. Wandel erop. Probeer dan eens vijf minuten te hollen. Niet langer. Echt niet langer. Het is heel anders dan je gewend bent.

Het is echt heel anders. De inschrijving voor de Monnikenloop op Schiermonnikoog (22 oktober) was inmiddels een feit. In het veel te drukke voorjaar had ik weinig gelopen. Maar meedoen op Schiermonnikoog weerspiegelt mijn midlife-hardloopcarrière: negen jaar geleden 5 kilometer, het jaar daarop tien kilometer en daarna steevast de 15 km.

Het inlopen van de Bikila’s gebeurde in augustus, op vakantie in een Zweeds huis. We werkten er in de tuin. Valappels rapen en schoffelen is erg lekker op die schoenen. Die losse tenen kun je lekker spreiden, zodat je stabiel staat. Je voelt de structuur en de warmte van de grond. Nu en dan holde ik een paar minuten op de weg. Geheel volgens voorschrift. Landen op je hak laat je wel uit je hoofd. De overschakeling op middenvoetlanden gaat vanzelf. Je moet alleen even uitzoeken hoeveel hiel je tijdens de stap nog op de grond zet. Maar de echte kilometers voor Schiermonnikoog trainde ik tijdens mijn vakantie gedempt.

Dat is zo gebleven. Schier gaat gedempt. Op de Fivefingers hol ik nu hoogstens vier kilometer. En niet eens achterelkaar. Tussendoor neem ik even rust door iets te doen wat op snelwandelen lijkt. Het is heerlijk. Je voelt op welk zand je loopt, of het pad met gras begroeid is, of er grind tussen het zand ligt. Je voelt zelfs de herfstbladeren waar je over loopt. Nu en dan blijft er een beukennootbolster tussen mijn teen zitten, maar die is zo weer weg. Dennenappels en kastanjes kun je beter ontwijken, maar dat doe ik op dikkezolenschoenen ook. Alleen: twee dagen erna is er steeds die vreselijke spierpijn in mijn kuiten. Ik sloeg Liebermans onderzoek in Nature nog eens op. Hij schreef: blotevoetenlopers hebben sterkere kuit- en voetspieren nodig.