Emotie regisseren

Etienne Russo produceert shows voor grote modehuizen. ‘Mijn shows zijn een polaroid van deze tijd.’

et is 20 september, een dag voor de vrouwenmodeshows voor voorjaar 2012 in Milaan beginnen. Over twee uur komt de taxi die Etienne Russo (53) naar het vliegveld brengt. Beneden, op de begane grond van het modieus-industrieel ingerichte pand in Brussel van zijn bedrijf, villa eugénie (zonder hoofdletters), staan kratten vol bouwhelmen, bekers en andere praktische dingen klaar, die volgende week naar Parijs worden gebracht.

Russo’s drie eigen zwarte koffers staan voor de voordeur. Zijn kleren heeft hij de avond ervoor tot strakke rechthoeken gevouwen. „Mijn mentale voorbereiding op de komende twee weken”, zegt Russo – zwarte designerkleren, zwarte sneakers, een groot zwart Chanelhorloge dat een kwartier voorloopt. „Een moment van kalmte dat me helpt mijn geest te structureren. Ik voel me dan als een samurai die zijn uitrusting klaarlegt voor de strijd.”

Russo’s villa eugénie produceert modeshows voor grote modehuizen. Het verzorgt aankleding, licht, stoelen, de muziekinstallatie, en ook vaak het concept, „de emotie”. „Soms is het pure creatie.” Tijdens de vrouwenmodeweken in Milaan en Parijs wordt de producent ingehuurd door Chanel, Dries van Noten, Hermès, Lanvin, Sonia Rykiel, Fendi, Miu Miu, Céline en Yves Saint Laurent. Daarnaast werkt villa eugénie voor onder meer de mannenmerken Corneliani, Kris van Assche, Hugo Boss – in totaal ‘doet’ het zo’n 55 shows en presentaties per jaar. Russo heeft vijftien mensen in dienst, maar tijdens modeweken zijn al snel zo’n 600 man aan het werk voor villa eugénie. Er zijn decors die in een nacht worden opgebouwd, bij de soms miljoenen euro’s kostende shows van Chanel – waarbij villa eugénie alleen uitvoerder is – kan het een week in beslag nemen; voor de laatste haute-coutureshow werd de Place Vendôme by night nagemaakt.

„Als ik wat slaap krijg, is dat meegenomen”, zegt Russo. „Maar twee uur is ook goed. Het is part of the deal.”

Russo, een Belg van Italiaanse afkomst, ging na de hogere hotelschool naar Brussel met het doel om daar in een goed restaurant te gaan werken. Hij werd barman in de Mirano, „de Studio 54 van België”. Daarnaast werkte hij als model. Zo kwam hij midden jaren tachtig in contact met de ontwerpers Dries van Noten, Walter van Beirendonck en Dirk Bikkembergs. „Ik wil niet zeggen dat ik hun mascotte was, maar ik volgde ze overal.” Omdat hij „een hoop blabla” had, begon hij Van Noten ook te helpen bij de verkoop. Toen de ontwerper in 1991 zijn eerste show plande, schakelde hij Russo in, die inmiddels ook mode-evenementen organiseerde in de Mirano. Inmiddels heeft Russo, schat hij, aan zo’n 700 modeshows gewerkt.

Overal in het ruime kantoor van Etienne Russo liggen, op keurige stapeltjes, kunstboeken en (mode)tijdschriften. In sommige zitten tientallen post-its – inspiratie voor shows.

Russo denkt als een modeontwerper, zegt hij. „Ik maak geen kleren, maar het resultaat is hetzelfde. De shows zijn net als de kleren een polaroid van onze tijd; een jaar later zou je het niet meer op dezelfde manier doen. Ik sla alles op: boeken, films, wat ik zie op straat. Er moet al iets te vertellen zijn over een collectie, maar hoe eerder een ontwerper me erbij betrekt, hoe beter. Het is mijn taak om in negen tot twaalf minuten een collectie op zijn best te laten uitkomen.”

Parijse stadhuis

Een enkele keer is een goede verlichting en muziek in een mooie ruimte daartoe voldoende, zoals de feestzaal van het Parijse stadhuis waar Dries van Noten graag showt, maar meestal wordt een locatie meer eigen gemaakt. Bij de laatste show van Dior Homme werden met witte transparante schermen de intieme salons van het couturehuis nagebootst, voor de najaarsshow 2011 van Sonia Rykiel bouwde hij een rauw stadstafereel na, met lichtobjecten erin van de Schot Martin Boyce. „Ik ben een lichtfreak.” Bij een van de vrouwenshows voor voorjaar 2012 in Parijs („Ik zeg niet welke, want ik ben superbijgelovig”) zal het decor zelfs uitsluitend uit licht bestaan. „Licht wordt de tool van de emotie.”

Maar wat hij ook maakt en bedenkt, zegt Russo, „het wordt nooit helemaal wat ik ervan had gehoopt. Er gaat altijd wel iets mis.” Altijd? Oké, een keer werden zijn verwachtingen overtroffen. Het was de vijftigste show van Dries van Noten. Een zeer ambitieus project: een catwalk van 150 meter, die eerst dienst deed als dinertafel voor de honderden genodigden. „Zo lang, dat de meisjes in golfkarretjes naar de kleedruimte gebracht moesten worden. Maar het liep fantastisch. We hadden een 25 jaar oude versie van de Bolero uitgezocht en Dries zei van tevoren: ‘Ik zou het geweldig vinden als het laatste meisje voor de fotografen staat als de muziek stopt.’ En dat lukte tot op de seconde. Wow.”

Vlak voor de show neemt Russo een extra taak op zich: het regisseren van de modellen. Hoe ze lopen, wat ze uitstralen. Fendi vliegt het ex-model zelfs alleen daarvoor in. De meeste ontwerpers willen tegenwoordig dat met name de vrouwelijke modellen „recht, bijna emotieloos” lopen, zegt hij. „Er worden alleen nog kleren geshowd, geen lichamen. Een paar jaar geleden deed Naomi Campbell een keer mee aan een show van Hermès. Zij komt uit de periode van de supermodellen, begin jaren negentig, en je zag het verschil. Ze bewoog haar heupen en schouders: zjoef, zjoef!

„In de toptijd van Campbell waren modellen vrouwen, met borsten en een beetje hier en een beetje daar. Sinds een jaar of vijftien is het lichaam androgyn. Je hebt uitzonderingen, zoals (het Nederlandse topmodel, MvR) Lara Stone, maar zij is een succes omdat ze die uitzondering is. En ik voel nog geen verandering aankomen.” Wat vindt hij daarvan? „We praten altijd over meisjes die zich uithongeren, maar dat zijn er maar een paar. Modellen zijn bijna altijd van nature zo dun; ik zie ze backstage eten. Dit is wat ontwerpers nu willen, dus wordt alleen op deze lichaamsbouw gescout.”

Flashmob

Niet elke modeshow is een catwalkshow. Russo maakte installaties voor Y3, het samenwerkingsverband tussen Yohji Yamamoto en Adidas, en een theatersetting voor de Amerikaanse ontwerper Thom Browne. Afgelopen februari organiseerde hij een flashmob voor Moncler, een merk dat bekend staat om de prijzige donsjacks, in Grand Central Station in New York. 300 dansers dansten acht minuten lang op negen verschillende nummers. „Het publiek, en iedereen die toevallig in het station was, schreeuwde het uit. Je kon niet meer dan een glimp van de kleren zien, maar we hadden besloten dat dat niet erg was; we wilden sympathie creëren rond het merk. Dat lukte. Iemand schreef: ‘Ik wilde meteen naar de winkel.’”

Toch zijn zulke evenementen uitzonderingen. De meeste ontwerpers kiezen voor een klassieke catwalkpresentatie, waarbij de modellen een voor een een lang smal podium opkomen, een format dat al tientallen jaren bijna onveranderd is. „Het is gewoon een goede manier om kleren te laten zien”, zegt Russo. „Ik heb ook nog niks beters kunnen verzinnen.” Wel worden veel shows tegenwoordig live op internet vertoond, en moeten ze dus „telegeniek” zijn. Russo vindt livestreamen een positieve ontwikkeling. „Dat vroeger maar een paar honderd mensen een show konden zien, was op het elitaire af. Er zat een enorme kloof tussen ontwerpers en het publiek.”

Ziet hij het nog gebeuren dat het live gedeelte helemaal wordt overgeslagen, en een modeshow alleen nog maar voor internet wordt gemaakt? „Een modeshow kan raken op een manier die niet kan worden overgebracht op film. Dus: nee. Bovendien is het een sociaal moment. Wie mag erbij zijn, wie zit op de eerste rij? Denk je dat Anna Wintour een icoon kan blijven als ze de shows vanachter haar computer moet bekijken?”

    • Milou van Rossum