De 'ont-haar-ing' van het Nederlands

Onze taal is weer sekseneutraal, constateert Heleen Crul. Daarmee negeren we emancipatiesucces en versluieren we de werkelijkheid.

Sluipenderwijs heeft het emancipatieproces van vrouwen tot veranderingen in ons taalgebruik geleid. Aanvankelijk bracht het feminisme een vervrouwelijking van de Nederlandse taal teweeg. Een ontwikkeling die in de jaren zeventig wel eens is aangeduid als ‘de verhaaring van het Nederlands’. Aan dit streven lag het kwellende inzicht ten grondslag dat de taal helemaal niet ‘gans het volk’ was maar de weerslag van de mannelijke suprematie en dominantie.

Vrouwen waren in die taal grotendeels veroordeeld tot onzichtbaarheid. Zij werden door de taal ook niet persoonlijk aangesproken, getuige uitdrukkingen en woorden als met man en macht, bemannen, beheersen, beheren, heerschappij, mankracht, manhaftig, manmoedig. Veelzeggend in dit verband is het gegeven dat in veel talen het woord ‘mens’ ook ‘man’ betekent. Vandaar de bewuste inspanningen toentertijd om vrouwen en vrouwelijke kwaliteiten actief en zichtbaar te laten zijn in de taal. Dat is in het Duits of in Romaanse talen een stuk eenvoudiger dan in het Nederlands.

Niettemin hebben wij in onze taal ook woorden die vrouwelijk zijn, bijvoorbeeld muziek, instelling, delegatie, religie, jurisdictie, ontwapening, bevolking, functie, kunst, innovatie, regering, kundigheid, redactie, wetenschap en wetenschapsbeoefening. Het ‘vrouwelijk zijn’ van deze categorie wortelt in de werkelijkheid van een lange, oude traditie.

Bij de verwezenlijking van de taalzuivering die feministen voorstonden werden in die dagen ‘zij’ en ‘haar’ wel eens te veel gebruikt, vandaar de kreet: ‘ver-haar-ing’. Bovendien wekte de nadrukkelijke expliciete aanduiding van vrouwelijke woorden ook de nodige irritatie. In het Engels was het gemakkelijker. Daar schreef men gewoon (wo)man of (s)he, maar ook dat maakte de radicaalfeministen boos. Deze oplossing benadrukten – meenden zij – dat het mannelijke de norm was en het vrouwelijke een tussen haakjes geplaatste afwijking.

Inmiddels is er al een jarenlange ‘ont-haar-ing’ van onze taal aan de gang die zich geruisloos heeft voltrokken. De start werd gegeven toen mannen – aanvankelijk nog zeer gering in aantal – hun intrede deden in vanouds bekende vrouwenberoepen, zoals vroedvrouw en verpleegster. Onmiddellijk werden deze beroepsnamen gewijzigd. Zij kregen de uitgang: ‘kundige’. Sindsdien hebben wij het over de ‘verloskundige’ en de ‘verpleegkundige’.

Nu vrouwen inmiddels zijn doorgestroomd naar tal van functies die voorheen uitsluitend werden bekleed door mannen, is het gebruikelijk om die functie ‘sekseneutraal’ aan te duiden. Dat wil zeggen meestal in de mannelijke vorm of soms in de onzijdige. In de praktijk houdt dit in dat de vrouwelijke uitgang van een beroepsnaam, (-ster, -trice, -in, -es of -e) vervalt. Met die aanduidingen word je niet meer serieus genomen.. Zij zouden verwijzen naar ‘typisch vrouwelijk’ en dus tweederangs. Kortom: de mannelijke beroepsnamen hebben meer status en uitstraling en drukken uit dat je ‘het hebt gemaakt’. Dank zij dit soort argumenten zijn vrouwen redacteur, piloot, agent, docent, doctorandus, wethouder, enzovoort geworden.

Er zijn uitzonderingen, zoals de benaming secretaresse, want een ‘secretaris’ heeft nu eenmaal een hogere positie. En vrouwenbladen hebben, in tegenstelling tot kranten, nog steeds ‘lezeressen’. Ook de koninklijke familie houdt de seksegebonden kwalificaties in stand: we hebben een koningin, prinsen en prinsessen en een toekomstig koning.

Zelf ben ik een voorstand(st)er van het onderscheid omdat daarmee uiting gegeven kan worden aan de successen van het emancipatieproces. Sekseneutrale aanduidingen kunnen bovendien leiden tot versluiering van de werkelijkheid. Zo spreekt men tegenwoordig vaak over ‘ouders’, ook als het grotendeels om moeders gaat. Op deze manier wordt het aanzienlijke aandeel van vrouwen in de opvoedingsactiviteiten en hulp op school nog eens verdoezeld.

Ook de sekseneutrale aanduidingen ‘jongeren’ als men vandalisme, vechtpartijen en berovingen signaleert, doet onrecht aan de werkelijkheid. Deze betiteling, die met grote regelmaat wordt gebruikt, is alleen gerechtvaardigd als het negatieve aandeel van meisjes nagenoeg hetzelfde is als dat van jongens. Dat is het niet. Bepaalde, meer ernstige vormen van criminaliteit zijn in hoge mate verbonden met de mannelijke sekse. Vandalisme, vechtpartijen en berovingen door meisjes zijn in de praktijk zo uitzonderlijk dat in zo’n geval de sekse wel wordt vermeld in een krant: ‘Meisje dreigt met mes’ of ‘Vrouw berooft bejaarde man’. Impliciet wordt daar overigens ook mee erkend dat vrouwen en meisjes in het algemeen ‘anders’ zijn dan mannen en jongens.

In veel Europese landen zijn de vrouwelijke uitgangsvormen van een functie of een hoedanigheid gehandhaafd. Angela Merkel is Bundeskanzlerin. Een arts (v) in Italië is dottoressa. Een conducteur (v) in Frankrijk een conductrice. Een onderwijzer (v) in Spanje wordt maestra genoemd. In het Franse gedeelte van Zwitserland kwam ik een weekblad tegen met een hoofdredactioneel editorial dat begon met: Çhère lecteurs et lectrices. Het sociaal-economisch tijdschrift Globe, dat in Azië verschijnt en de Engelse taal bezigt, heeft het in de artikelen stelselmatig over (s)he en (wo)man. Het doet daarmee recht aan het vrouwelijk deel van de bevolking en benadrukt de gelijkwaardigheid van vrouwen.

De ‘ont-haar-ing’ van de Nederlandse taal is het zoveelste bewijs dat de emancipatie zich hier grotendeels op mannenvoorwaarden voltrekt. Al die mannelijke kwalificaties van beroepen ontnemen bovendien het zicht op de grote bijdrage die talloze vrouwen aan onze samenleving geven. Vaak in functies die veertig jaar geleden voor vrouwen nog ondenkbaar waren. Dat opzienbare, onstuitbare proces rechtvaardigt de terugkeer van vrouwelijke uitgangen van beroepsnamen. Dan pas is onze taal ‘gansch het volk’ en is gelijke behandeling een feit.

Heleen Crul is publiciste.

    • Heleen Crul