De huisarts werkt parttime en liever niet in het noorden

Het noorden vergrijst en dat vraagt om meer huisartsen. Maar er zijn er te weinig, en ze werken parttime. De echtgenoot wil bovendien voor werk naar de Randstad.

Nederland - Burgum - Friesland -26-09-2011 Margriet de Kleuver in haar dokterspraktijk.. Foto: Sake Elzinga

Alleen al de ruimte die je hier hebt, zegt Marieke de Kleuver. Kijk naar die tuin en die boerderij hiernaast. En die eindeloze weilanden erachter. Zo’n vrijstaand huis vlak bij de stad vind je in de Randstad echt niet voor drie ton.

De Kleuver (35) is huisarts en net bevallen van haar derde kind. Ze zit met de baby op schoot, haar man is op het werk. Ze zijn gelukkig in Groningen, vertelt ze. Zij heeft een deeltijdbaan bij een dorpspraktijk, hij werkt fulltime bij een uitgeverij. Ze fietsen naar de theaters en cafés in studentenstad Groningen en hebben toch de voordelen van de provincie. Geen file, frisse lucht, veel groen.

Er zijn te weinig huisartsen in het noorden. En nee, ze vluchten niet omdat de kwaliteit van leven er laag is. Ze vertrekken om een heel andere reden. Driekwart van de jonge huisartsen is vrouw. De meesten krijgen kinderen. En dan gaan ze halve weken werken, zelfs al tijdens de opleiding. Overal in Nederland. Het probleem in het noorden is dat er voor hun echtgenoten, die wél voltijds werken en meer verdienen, te weinig werk is. Die vinden een baan in de Randstad en dan verhuist de vrouw mee.

De beroepsgroep breekt zich het hoofd over de gevolgen van de feminisering van het vak. Dinsdag willen opleiders, beleidsmakers en politici op een congres ideeën verzamelen om de leegloop in het noorden tegen te gaan. Want de bevolking vergrijst in de noordelijke provincies en heeft méér huisartsen nodig, niet minder. De tekorten zijn vooral zichtbaar bij de huisartsenopleiding Groningen, die de huisartsen levert voor Friesland, Groningen en Drenthe.

De Kleuver heeft het geluk dat haar man blij is met zijn baan bij een wetenschappelijke uitgeverij. „Wij hoeven niet weg.” Maar ook zij gaat na haar zwangerschapsverlof minder uren werken: twee dagen in de huisartsenpraktijk en anderhalve dag bij de huisartsenopleiding. Ze verdient dan minder dan haar man.

Ze werkte eerder bijna een volle week en dat „had zijn weerslag op het jonge gezin”. Al kun je haar geen mietje noemen: twee dagen in de praktijk zijn bij elkaar achttien uur, plus twaalf uur in de opleiding. Toch een werkweek van dertig uur. „En dan heb je ook nog diensten.”

Uit een enquête onder álle 1.600 huisartsen in opleiding in Nederland, bleek onlangs dat zij zich het liefst in Utrecht, Zuid-Holland, Noord-Holland, Gelderland en Noord-Brabant vestigen en het minst graag in de perifere provincies: Friesland, Groningen, Drenthe, Zeeland en Limburg. Daarnaast bleek dat slechts 6 procent een eigen praktijk wil opzetten, alleen of met anderen. De meesten willen in dienst van een andere huisarts werken of vast waarnemen op verschillende plekken.

De oude solisten die dag en nacht klaarstonden voor hun patiënten, zijn vrijwel uitgestorven, zegt huisarts Margriet Folkeringa (38). Dat waren mannen van wie de vrouw de administratie van de praktijk deed, en thuis alles. Alleen al daarom zijn er twee of drie opvolgers nodig voor elke huisarts die met pensioen gaat.

Folkeringa is moeder van drie kinderen en sinds een jaar parttime huisarts in Friesland. Zij heeft dezelfde beweging gemaakt als de huisartsen die vertrékken uit het noorden. Ze is hier komen wonen omdat haar man, die cardioloog is, een afdeling gaat opzetten bij het Medisch Centrum Leeuwarden.

Ze woonden in Maastricht en waren opgeleid in Amsterdam. „Ik kon hier overal aan de slag omdat er te weinig huisartsen zijn. Maar hij kan niet overal in het land zo’n afdeling opzetten. Dus ga je mee.”

Folkeringa is een moderne huisarts. Ze werkt drie dagen als invaller in twee dorpspraktijken. En ze werkt één dag op de onderzoeksafdeling van de huisartsopleiding in Groningen. Ze is gespecialiseerd huisarts in urogynaecologie en ondersteunt andere huisartsen bij patiënten met zulke klachten. Ze houdt van samenwerken. „Misschien is het vrouwelijk, maar ik wil niet in mijn eentje een praktijk runnen.”

Met een groep een praktijk runnen lijkt De Kleuver en Folkeringa leuker. Patiënten vragen meer tijd dan vroeger. „Neem bijvoorbeeld de screening voor borstkanker. Vaak wordt er iets bij de patiënt gevonden dat een paar weken onzekerheid geeft, maar uiteindelijk niets blijkt te zijn. Wij praten in die periode met de patiënt over de kansen en mogelijkheden – dat is er allemaal bijgekomen sinds die screening bestaat.”

En dan zijn er de financiële risico’s. De Kleuver: „Een praktijk runnen kost, naast de zorg, veel energie door het praktijkmanagement.” Bovendien, zegt zij, zijn huisartsen generalisten. „Dat zijn we ook buiten het werk. We zitten in besturen, zijn breed geïnteresseerd. Dat kan niet met een 60-urige werkweek.”

Maar huisarts-zijn is geen baan die je in 32 uur doet, zegt Frank Baarveld. Hij is hoofd van de huisartsenopleiding in Groningen, één van de acht in het land. „Ik vind het jammer dat veel vrouwen het ondernemersrisico niet aandurven.”

Belangrijker, zegt hij, is dat er weer genoeg huisartsen komen in het noorden. Bij zijn opleiding hebben zich nu drie jaar op rij 17 procent te weinig artsen gemeld. „Waar ze de opleiding volgen, vestigen de huisartsen zich doorgaans. Wij móéten genoeg huisartsen in opleiding hebben om het tekort in de praktijken aan te vullen. Maar huisartsen beginnen meestal aan de opleiding na hun 24ste, als ze basisarts zijn. En als hun vriend dan net een baan heeft op de Amsterdamse Zuidas, volgen ze liever de huisartsopleiding in die stad.”