Controleer hogescholen toch echt in plaats van die prestatiedoelen

Staatssecretaris Zijlstra is blij met de prestatiedoelen die Fontys bekend heeft gemaakt (NRC Handelsblad, 25 september). De volgende doelen worden genoemd: propedeusestudenten minimaal 20 uur les in de week, 80 procent van de docenten heeft een mastergraad, elke docent moet van zijn studenten minimaal een 7 krijgen en de propedeuse moet in 1 jaar gehaald. Als Fontys de prestatiedoelen niet haalt, heeft dat gevolgen voor de bekostiging van het onderwijs.

Op de website van Fontys zijn de doelen inderdaad te vinden in de zogenaamde ‘kwaliteitsagenda’ met de invulling waarvan „het bestuur van Fontys en het instituutsmanagement […] zich de afgelopen tijd intensief [hebben] beziggehouden.”

Helaas hebben al die ongetwijfeld dure uren werk geen stuk opgeleverd dat antwoord geeft op de vragen die ik heb. Is er bijvoorbeeld wel een verband tussen het vak waarin de mastergraad is behaald en het vak/de vaardigheden waarin de docent lesgeeft? Zijn die 20 uur les per week echt lessen door docenten? Of zijn het uren waarin studenten in een lokaal worden gezet waar af en toe een student-assistent komt kijken zoals aan de universiteit van mijn zoon gebeurt?

En dan de eis van de 7 voor de docent: wat gebeurt er met de docent die aan de studenten onvoldoendes uitdeelt omdat hij de kwaliteit in het oog houdt en dan zelf van de studenten een onvoldoende krijgt, omdat ze door hem hun propedeuse niet binnen een jaar halen? Dat laatste is ook nog eens een prestatiedoel, dus niet alleen de studenten maar de instelling zelf is misschien ook niet meer zo blij met zo’n veeleisende docent. Kortom, dienen deze prestatiedoelen de kwaliteit van de opleiding?

En wie gaat het behalen van de doelen controleren? Waarom moeten hogescholen dit soort bureaucratische doelen vaststellen? Kan het geld voor al die uren formuleren en controleren van die doelen niet beter besteed worden aan de bekostiging van een accreditatiecommissie of onderwijsinspecteur die een verrassingsbezoek aan instituten brengt, een willekeurige greep uit de stapels tentamens bekijkt, lesbezoeken aflegt, oplevering van projecten bijwoont en een paar studenten spreekt?

Echte controle lijkt mij een veel betere kwaliteitsborg dan het formuleren van doelen waarvan de inhoud niet concreet vastgesteld lijkt.

Jolanda van der Lee

Onnen

    • Jolanda van der Lee